Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5184

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-03-2003
Datum publicatie
06-03-2003
Zaaknummer
09/755145-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/755145-01

rolnummer 0005

's-Gravenhage, 4 maart 2003.

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid, Gev. De Geerhorst te Sittard.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 februari 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr Frijns, is verschenen en gehoord.

Er hebben zich zes benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr Kole heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3, en 4 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen geld zal worden teruggegeven aan verdachte en dat de overige inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de zes benadeelde partijen.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Beroep op nietigheid van de dagvaarding.

De raadsman van verdachte heeft een beroep gedaan op de nietigheid van de dagvaarding. De raadsman stelt dat de dagvaarding door de vele "en/of"- constructies een onleesbaar en niet te kwalificeren geheel is geworden. De raadsman stelt dat de dagvaarding daardoor onvoldoende duidelijk is omschreven.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank is van oordeel dat de toepassing van de zogenaamde en/of constructie niet tot gevolg heeft dat de dagvaarding daardoor onvoldoende duidelijk en feitelijk is. Ook uit het onderzoek ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat verdachte door deze wijze van telastleggen in zijn verdediging is geschaad. De dagvaarding voldoet derhalve aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3, en 4 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte heeft deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich op grote schaal bezig hield met zogenaamde hypotheek-fraude. De organisatie benaderde particulieren, veelal uit de vrienden- en kennissenkring van verdachte, met het verzoek woningen tijdelijk op hun naam te laten zetten. Daarbij werd de waarde van de woningen veelal kunstmatig verhoogd. De betreffende particulieren werd veelal voorgehouden dat de organisatie deze woningen na korte tijd weer zou terugkopen, en dat de constructie slechts diende om overdrachtsbelasting te ontgaan. De particulieren die hieraan hun medewerking verleenden ontvingen daarvoor een relatief bescheiden geldelijke vergoeding.

Ter verkrijging van de hypothecaire geldleningen door genoemde particulieren vervalste de organisatie werkgeversverklaringen en salarisspecificaties, en verstrekte deze vervalste stukken aan financiële instellingen. Dezen verstrekten daarop in veel gevallen hypothecaire leningen, waarna de woningen werden getransporteerd aan de betreffende particulieren. Vervolgens bleek echter dat de organisatie veelal de woning niet terugkocht, en dat de kopers niet in staat waren de aangegane hypotheeklasten te dragen. Bij executoriale verkoop bleek vervolgens dat de opbrengst van de woning onvoldoende was om de aangegane hypothecaire geldlening te dekken. Genoemde financiële instellingen, maar ook de particulieren die aan de constructie hun medewerking verleenden hebben daardoor grote financiële schade geleden. Daarnaast heeft de organisatie vele personen, waaronder een makelaar, verleid tot het plegen van strafbare feiten.

Gebleken is dat verdachte in voormelde organisatie een centrale en leidende rol heeft gehad, en dat hij ook feitelijk leiding heeft gegeven aan genoemde door de organisatie gepleegde misdrijven.

Voorts is gebleken dat verdachte vervalste paspoorten voorhanden heeft gehad en daarvan onder meer gebruik heeft gemaakt bij het openen van een bankrekening. Tevens heeft verdachte leiding gegeven aan strafbare feiten begaan door bedrijven die later in staat van faillissement kwamen te verkeren. De administratie van die bedrijven bleek in aanzienlijke mate onvolledig te zijn. Bovendien hebben die bedrijven na het faillissement de boekhouding niet, of onvoldoende, aan de curatoren ter beschikking gesteld. Verdachte heeft zich aldus niets van zijn verplichtingen ten aanzien van de schuldeisers in bedoelde faillissementen aangetrokken.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte bij voornoemde handelingen louter zijn eigen financiële belang heeft nagejaagd, en op geen enkel moment de belangen van de instellingen en particulieren die hij benadeelde heeft meegewogen. Daarbij heeft hij ook grovelijk misbruik gemaakt van het vertrouwen dat door diverse personen in hem werd gesteld. Aannemelijk is voorts dat verdachte zichzelf met zijn handelingen in aanzienlijke mate heeft verrijkt.

Blijkens een op zijn naam staand uittreksel uit het algemeen documentatieregister en een door de officier van justitie overgelegd vonnis is verdachte reeds eerder in Nederland en België voor soortgelijke feiten tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld. Hieruit heeft verdachte kennelijk geen lering getrokken. Ook uit zijn houding ter terechtzitting blijkt dat verdachte zich ter zake aan elke verantwoordelijkheid lijkt te willen onttrekken.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat in het bijzonder ook ter bescherming van de belangen van personen en financiële instellingen het opleggen van een langdurige gevangenisstraf aan verdachte passend en geboden is. Daarnaast zal de rechtbank verdachte een geldboete opleggen. Bij de bepaling van de hoogte van de geldboete heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte, zoals deze ook door hemzelf ter terechtzitting is geïndiceerd.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

- [benadeelde partij], wonende te [woonplaats],

- SNS Bank NV, gevestigd te 's-Hertogenbosch,

- Coöperatieve Rabobank Den Haag e.o. U.A., gevestigd te 's-Gravenhage,

- ASR Bank NV, gevestigd te Rotterdam,

- ING Bank NV,

- [benadeelde partij], wonende te [woonplaats],

hebben zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, respectievelijk groot € 33.707,15, € 372.937,40, € 126.631,37, € 204.023,56, € 433.953,20 en

€ 45. 910,84.

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet ontvankelijk verklaren in hun vordering tot schadevergoeding, aangezien niet rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit dan wel de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 tot en met 6 onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met behulp van deze voorwerpen het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan (nr 5) danwel deze aan verdachte toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.

De rechtbank zal het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 7 verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien het aan verdachte toebehorende voorwerp geheel of grotendeels door middel van het strafbare feit is verkregen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 23, 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 51, 57, 140, 225, 231 en 341 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij

- gewijzigde - dagvaarding onder 1, 2, 3, en 4 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

feit 1:

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd;

feit 2:

In bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is meermalen gepleegd en opzettelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument;

feit 3:

Bedrieglijke bankbreuk, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

feit 4:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij leider van die organisatie was;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 18 juni 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 21 juni 2002;

en voorts tot:

een geldboete van € 250.000,- subsidiair 1 jaar vervangende hechtenis;

bepaalt dat de benadeelde partijen

- [benadeelde partij], wonende te [woonplaats],

- SNS Bank NV, gevestigd te 's-Hertogenbosch,

- Coöperatieve Rabobank Den Haag e.o. U.A., gevestigd te 's-Gravenhage,

- ASR Bank NV, gevestigd te Rotterdam,

- ING Bank NV,

- [benadeelde partij], wonende te [woonplaats],

niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen tot schadevergoeding, en dat deze hun vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partijen en verdachte ieder de eigen kosten dragen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 tot en met 6, te weten 1.00 STK pistool, Berretta, 5.00 STK Patroon, 1.00 STK wapen, body guard perelijzer, 10.00 STK patronen, 1.00 STK Engels paspoort, 1.00 STK creditcard;

verklaart verbeurd het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 7, te weten Nederlands geld, waarde € 2065,00;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Hensen, voorzitter,

Joele en Kuijer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Van der Kleijn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 maart 2003.

parketnummer 09/755145-01