Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF4857

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-02-2003
Datum publicatie
24-02-2003
Zaaknummer
09-935453-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09-935453-02

rolnummer 0001

's-Gravenhage, 20 februari 2003

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 6 februari 2003.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. Baumgarten, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Koorn heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair en 2 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar onder de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringcontact, ook als dat inhoudt opname in de Emiliehoeve.

Voorts heeft de officier van justitie ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd voor de duur van 5 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De officier van justitie heeft tenslotte gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen personenauto zal worden verbeurdverklaard.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair en 2 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de gewijzigde telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen. Verdachte heeft door volstrekt onverantwoord rijgedrag op 16 maart 2002 twee jonge mensen op een fiets, doodgereden. Verdachte vertrok die avond na drankgebruik vanuit zijn ouderlijk huis en reed met een ondeugdelijke auto in de richting van het centrum van Delft. Vaststaat dat verdachte met een veel te hoge snelheid en onder invloed van drank op een bepaald moment de macht over het stuur verloren heeft waardoor hij vervolgens op het door een trottoirband afgescheiden fietspad terechtkwam, alwaar hij tegen een op dat fietspad rijdende fiets is gebotst.

Door aldus te handelen heeft de verdachte de nabestaanden van de hierbij om het leven gekomen [slachtoffer] en [slachtoffer] een onherstelbaar verlies en blijvend leed aangedaan.

Na de fatale aanrijding is verdachte, ofschoon hij wist dat hij twee mensen had aangereden, meteen doorgereden zonder zich verder om de slachtoffers te bekommeren. Zodoende heeft verdachte zich onttrokken aan de verantwoordelijkheid die van een deelnemer aan het verkeer wordt vereist.

Bij het bepalen van de straf laat de rechtbank ten nadele van verdachte meewegen dat hij zich blijkens zijn documentatie in 1996 en 1997 ook reeds schuldig heeft gemaakt aan het rijden onder invloed.

Voor wat de persoon van de verdachte betreft heeft de rechtbank acht geslagen op het voorlichtingsrapport van Parnassia, d.d. 29 januari 2003, betreffende verdachte. Hierin wordt onder meer geadviseerd een voorwaardelijke straf op te leggen, met daarbij de bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact, het afmaken van de behandeling op de Emiliehoeve en het volgen van een door Parnassia voorgesteld nazorgtraject.

De rechtbank zal een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen in de hoop dat dit verdachte in de toekomst ervan zal weerhouden zich nogmaals zo onverantwoordelijk en zeer onvoorzichtig in het verkeer te gedragen.

De rechtbank volgt het advies van Parnassia voor wat betreft het verplicht reclasseringscontact en de behandeling van verdachte in de Emiliehoeve.

Gelet op het belang van de verkeersveiligheid is een langdurige onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid naar het oordeel van de rechtbank op zijn plaats.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 1 verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met betrekking tot deze aan verdachte toebehorende auto het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde feit is begaan.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 7, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair en 2 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

T.a.v. feit 1 primair:

OVERTREDING VAN ARTIKEL 6 VAN DE WEGENVERKEERSWET 1994, TERWIJL HET EEN ONGEVAL BETREFT WAARDOOR EEN ANDER WORDT GEDOOD, TERWIJL DEGENE DIE AAN DAT FEIT SCHULDIG IS, VERKEERDE IN DE TOESTAND, BEDOELD IN ARTIKEL 8, TWEEDE LID;

T.a.v. feit 2:

OVERTREDING VAN ARTIKEL 7, EERSTE LID, AANHEF EN ONDER A EN B VAN DE WEGENVERKEERSWET 1994;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 3 JAAR;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 1 jaar niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Den Haag, i.c. de Sector justitiële verslavingszorg van Psycho-medisch centrum Parnassia te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook wanneer dat inhoudt een (klinische) behandeling op de Emiliehoeve;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 16 maart 2002,

in vrijheid gesteld op : 17 maart 2002;

veroordeelt verdachte ter zake van feit 1 primair voorts tot:

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 5 jaar;

bepaalt, dat de tijd, dat het rijbewijs vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak reeds ingevorderd is geweest bij de hem onvoorwaardelijk opgelegde ontzegging geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 1, te weten een personenauto met kenteken [kenmerken] van het merk Volkswagen golf;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Timmermans, voorzitter,

De Goede en Goudswaard, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Weijnen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2003.

parketnummer 09/935453-02