Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5299

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-12-2002
Datum publicatie
06-03-2003
Zaaknummer
AWB 01/56543
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voornemenprocedure / zienswijze.

Eiseres is in de zienswijze ingegaan op de stellingen van verweerder. Op grond van artikel 42, derde lid, Vw 2000, dient verweerder in het bestreden besluit in te gaan op de zienswijze van eiseres. De wetgever heeft aan de voornemenprocedure een groot belang toegekend nu deze de bezwaarfase vervangt. In de MvT op het oorspronkelijke wetsvoorstel wordt vermeld dat het afschaffen van de bezwaarfase in asielzaken er niet toe mag leiden dat de rechter, die zich mogelijkerwijs moet uitspreken over de door IND genomen beslissing, zich moet buigen over een dossier dat door het ontbreken van de bezwaarfase minder duidelijk zou zijn omtrent het standpunt van beide partijen met betrekking tot de feiten. Derhalve is wettelijk verankerd dat indien de minister voornemens is de aanvraag af te wijzen de vreemdeling hiervan schriftelijk, onder opgave van redenen, mededeling wordt gedaan. De vreemdeling kan vervolgens zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengen binnen een door de minister bepaalde redelijke termijn. Indien de aanvraag wordt afgewezen zal de minister in de beschikking ingaan op de zienswijze van de vreemdeling. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd dient in te gaan op de argumenten die de vreemdeling in de zienswijze naar voren heeft gebracht. De rechtbank acht het in beginsel onvoldoende wanneer in het besluit op een of meer argumenten niet wordt ingegaan. Dan blijkt onvoldoende welke waarde de minister aan de argumenten van de vreemdeling toekent.

In casu is verweerder uiterst summier en niet volledig ingegaan op hetgeen door eiseres in de zienswijze is gesteld. Zo is verweerder in het geheel niet ingegaan op de verklaringen van eiseres ten aanzien van het ontbreken van documenten zoals een identiteitsbewijs en overlijdensakten. Voorts is verweerder niet of nauwelijks ingegaan op de nadere verklaringen ten aanzien van het vluchtverhaal. Naar het oordeel van de rechtbank is het besluit van verweerder daarmee in strijd met hetgeen ingevolge artikel 42, derde lid, Vw 2000 is voorgeschreven. Nu verweerder in het bestreden besluit tevens uiteen heeft gezet hoe verweerder de asielaanvraag beoordeelt, wanneer wordt uitgegaan van de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres, ziet de rechtbank aanleiding het bestreden besluit ook inhoudelijk te toetsen. Beroep gegrond met instandlating van de rechtsgevolgen.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 31
Vreemdelingenwet 2000 42
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK te 's-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Almelo

sector vreemdelingenrecht

regnr.: Awb 01/56543 BEPTDN

UITSPRAAK

inzake: A,

geboren op [...] 1984,

van Guinese nationaliteit,

IND dossiernummer 0104.17.2118,

eiseres,

gemachtigde: mr. H. Oldenhof, advocaat te Groningen;

tegen: DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE

voorheen de Staatssecretaris van Justitie,

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. P. van den Berg, ambtenaar ten departemente.

1 Procesverloop

1.1 Op 18 april 2001 heeft eiseres een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Op 20 augustus 2001 heeft verweerder een kennisgeving van het voornemen bekend gemaakt. Bij brief van 17 september 2001 heeft eiseres hierop haar zienswijze gegeven. Bij besluit van 3 oktober 2001 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij brief van 26 oktober 2001, aangevuld bij schrijven van 20 december 2001, is daartegen beroep ingesteld.

1.2 Het beroep is ter zitting van 15 november 2002 behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2 Toetsingskader

2.1 In deze procedure dient te worden beoordeeld of het bestreden besluit toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsregels kan doorstaan. De rechtbank zal daarbij op grond van artikel 83 Vw 2000 rekening houden met feiten en omstandigheden die na het nemen van het bestreden besluit zijn opgekomen, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

3 Standpunten

3.1 Het asielrelaas van eiseres komt op het volgende neer. Eiseres behoort tot de Malinke en is afkomstig uit Conakry. Toen eiseres drie jaar was, is haar moeder overleden. Sindsdien is eiseres opgevoed door een tante. Rond 1 maart 2001 is de tante omgekomen bij een aanval van rebellen op het kamp B. Hierop is eiseres naar een controlepost buiten de stad gelopen. Van daaruit heeft een bevriende vrachtwagenchauffeur eiseres naar haar vader in C gebracht. Na een verblijf van drie dagen daar, zijn er rebellen gekomen. Deze hebben eiseres en haar vader meegenomen naar het kamp D. Daar is eiseres mishandeld en verkracht. Na een verblijf van een week bij de rebellen, hebben Guinese militairen een aanval gedaan. Daarbij is de vader van eiseres omgekomen. Eiseres is meegenomen en gevangen gezet. Eiseres werd gedwongen om op de televisie te verklaren dat zij bij de rebellen hoorde. Een bekende bewaker heeft eiseres geholpen om te vluchten. Hij heeft haar naar een reisagent gebracht. Deze heeft haar verkracht. Na een week, op 25 maart 2001, heeft deze man eiseres naar het vliegveld gebracht en is eiseres naar Nederland gevlogen. In Nederland aangekomen heeft eiseres twee dagen in een huis van de reisagent verbleven, waarna zij naar een bordeel is gebracht. Omdat eiseres daar niet wilde blijven, heeft een daar aanwezig meisje haar naar het station gebracht.

3.2 Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en voert daartoe, samengevat, het volgende aan. Eiseres heeft zich niet onverwijld naar aankomst in Nederland gemeld, nu zij zich eerst na drie dagen na aankomst bij de autoriteiten heeft gemeld. Dat is haar toe te rekenen nu zij in de tussentijd bij de reisagent heeft verbleven met als doel naar een kapsalon te gaan. Voorts heeft eiseres geen documenten overgelegd ter staving van haar nationaliteit, identiteit en reisroute en heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat het ontbreken daarvan niet aan haar is toe te rekenen. De verklaring dat de reisagent alles regelde, acht verweerder geen afdoende verklaring voor het niet kunnen verschaffen en onderbouwen van informatie. Verweerder acht het asielrelaas niet geloofwaardig. Eiseres heeft het overlijden van haar tante en vader niet aangetoond en heeft ongeloofwaardige verklaringen gedaan, onder meer over de ontmoeting met de vrachtwagenchauffeur bij een drukke controlepost, de vrouw van haar vader en de ontsnapping uit de gevangenis. Eiseres heeft voorts niet aannemelijk gemaakt hoe zij weet dat zij op de televisie is geweest. Afgezien van het voorgaande leidt hetgeen eiseres heeft aangevoerd niet tot een geslaagd beroep op vluchtelingschap. Voor zover eiseres persoonlijke omstandigheden heeft aangevoerd, zijn deze niet te herleiden tot een van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Zo duidt de eenvoudige ontsnapping niet op een bijzondere negatieve aandacht van de autoriteiten. Voorts kan een beroep op de algemene situatie in Guinee niet leiden tot een geslaagd beroep op vluchtelingschap. Voorts zijn de verklaringen van eiseres niet van dien aard dat er sprake is van zodanige traumatische ervaringen die de aanleiding zijn geweest voor haar vertrek uit Guinee, dat in redelijkheid niet van haar kan worden verwacht daar naartoe terug te keren.

3.3 Eiseres stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat in het bestreden besluit amper wordt ingegaan op hetgeen namens haar in het voornemen naar voren is gebracht, hetgeen in strijd is met de bedoeling van de voornemenprocedure. Afgezien hiervan kan haar late aanmelding haar niet kan worden verweten. Eiseres was bestemd voor de prostitutie, echter zij heeft weten te ontsnappen. Voorts stelt eiseres dat zij nooit in het bezit is geweest van enig identiteitsdocument, hetgeen gelet op de situatie in Guinee plausibel is. Haar verklaringen omtrent de reisroute zijn zo gedetailleerd als mogelijk was. Gelet op de doodsoorzaak van de tante en vader en de overige verklaringen van eiseres valt niet in te zien hoe het ontbreken van overlijdensaktes eiseres kan worden tegengeworpen. De ontmoeting met de chauffeur is weliswaar toevallig, maar daarmee nog niet ongeloofwaardig. Dat eiseres niet weet waar de vrouw van haar vader was en er niet naar gevraagd heeft, is niet vreemd, aangezien eiseres een hekel heeft aan deze vrouw. Eiseres weet zeker dat zij is gefilmd, maar weet niet zeker dat zij op de televisie is geweest. De ontsnapping was eenvoudig, nu een mede-wijkbewoner eiseres heeft geholpen. Eiseres heeft wel degelijk te vrezen voor vervolging door de Guinese autoriteiten. Na haar ontsnapping is eiseres ondergedoken en is zij het land ontvlucht. Mede gelet op de algemene situatie in Guinee heeft eiseres bij terugkeer te vrezen onderworpen te worden aan foltering of onmenselijke behandeling of bestraffing. Eiseres is getraumatiseerd nu zij als minderjarige getuige is geweest van de moord op haar vader en zij het lijk van haar tante heeft gezien en zij bovendien meerdere malen is verkracht. Eiseres komt in ieder geval in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het beleid ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Hierover dient verweerder nog een beslissing te nemen.

3.4 In het verweerschrift stelt verweerder aanvullend dat het bevreemdt dat eiseres in beroep stelt dat zij niet zeker weet of haar gedwongen bekentenis op de televisie is uitgezonden, terwijl eiseres tijdens het nader gehoor stellig heeft verklaard dat deze wel is uitgezonden, waarbij zij zelfs het televisiestation heeft genoemd. Voorts wekt het bevreemding dat eiseres de naam van de chauffeur niet kent, terwijl deze meerdere malen geholpen zou hebben bij de briefwisseling met de vader van eiseres. Gelet op de ongeloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres faalt het beroep van eiseres op het traumatabeleid. Afgezien hiervan is niet gebleken dat eiseres zodanig is getraumatiseerd dat zij niet naar Guinee kan terugkeren. Bovendien is niet gebleken van traumatische ervaringen die zijn veroorzaakt van overheidswege, door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in Guinee of een deel daarvan, of door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet willens is bescherming te bieden.

4 Overwegingen

4.1 Niet is gebleken dat de politieke en mensenrechtensituatie in Guinee zodanig is dat uitsluitend in verband daarmee aan een vreemdeling uit dat land een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, b, of c, Vw 2000 dient te worden verleend. Eiseres zal daarom aannemelijk moeten maken dat met betrekking tot haar persoonlijke feiten en omstandigheden bestaan op grond waarvan een dergelijke verblijfsvergunning dient te worden verleend.

4.2 Op grond van artikel 1 (A) Vluchtelingenverdrag worden vreemdelingen die afkomstig zijn uit een land waarin zij gegronde reden hebben te vrezen voor vervolging wegens hun godsdienstige of politieke overtuiging of hun nationaliteit, dan wel wegens het behoren tot een bepaald ras of een bepaalde sociale groep, als vluchteling beschouwd.

4.3 Ingevolge artikel 31, eerste lid, Vw 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van die wet, afgewezen, indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen.

Het is derhalve aan de asielzoeker om de door hem aan zijn aanvraag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden tegenover de staatssecretaris aannemelijk te maken.

Ingevolge artikel 31, tweede lid, onder c, Vw 2000 wordt bij het onderzoek mede betrokken de omstandigheid dat de vreemdeling niet beschikt over een voor toegang tot Nederland vereist document voor grensoverschrijding, tenzij hij zich onverwijld onder opgave van de plaats waar of waarlangs hij Nederland is binnengekomen heeft vervoegd bij een ambtenaar, belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij asiel wenst.

Ingevolge artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, Vw 2000 wordt bij het onderzoek naar de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel mede betrokken dat de vreemdeling ter staving van zijn aanvraag geen reis- of identiteitspapieren dan wel andere bescheiden kan overleggen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag, tenzij de vreemdeling aannemelijk kan maken dat het ontbreken van deze bescheiden niet aan hem is toe te rekenen.

4.4 Verweerder heeft in het voornemen gemotiveerd uiteengezet dat eiseres zich niet onverwijld heeft gemeld, geen documenten heeft overgelegd en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Eiseres is in de zienswijze uitgebreid ingegaan op de stellingen van verweerder met name waar die ingaan op de ongeloofwaardigheid van het relaas en het toerekenbaar ontbreken van documenten.

Op grond van artikel 42, derde lid, Vw 2000, dient verweerder in het bestreden besluit in te gaan op de zienswijze van eiseres.

De wetgever heeft aan de voornemenprocedure een groot belang toegekend nu deze de bezwaarfase vervangt. In de Memorie van Toelichting (TK 1998 - 1999, 26 732, nr 3) op het oorspronkelijke wetsvoorstel staat hierover onder meer het volgende vermeld:

'(...) Het afschaffen van de bezwaarfase in asielzaken mag er niet toe leiden dat de rechter, die zich mogelijkerwijs moet uitspreken over de door IND genomen beslissing, zich moet buigen over een dossier dat door het ontbreken van de bezwaarfase minder duidelijk zou zijn omtrent het standpunt van beide partijen met betrekking tot de feiten. Derhalve is wettelijk verankerd dat indien de minister voornemens is de aanvraag af te wijzen de vreemdeling hiervan schriftelijk, onder opgave van redenen, mededeling wordt gedaan. De vreemdeling kan vervolgens zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengen binnen een door de minister bepaalde redelijke termijn. In de beschikking die de minister vervolgens neemt zal, indien de aanvraag wordt afgewezen, ingevolge artikel 40, vierde lid, worden ingegaan op de zienswijze van de vreemdeling. De rechter zal in een eventuele beroepsprocedure dus in elk geval kennis kunnen nemen van de schriftelijke zienswijze van de vreemdeling en de gevolgtrekking die de minister daaruit heeft getrokken. Deze werkwijze biedt de waarborg voor de kwaliteit van de beschikking. (...)'

Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd dient in te gaan op de argumenten die de vreemdeling in de zienswijze naar voren heeft gebracht. De rechtbank acht het in beginsel onvoldoende wanneer in het besluit op een of meerdere argumenten niet wordt ingegaan. Immers blijkt dan onvoldoende welke waarde de minister aan de argumenten van de vreemdeling toekent.

In het onderhavige geval is verweerder uiterst summier en niet volledig ingegaan op hetgeen door eiseres in de zienswijze is gesteld. Zo is verweerder in het bestreden besluit in het geheel niet ingegaan op de verklaringen van eiseres ten aanzien van het ontbreken van documenten zoals een identiteitsbewijs en overlijdensakten. Voorts is verweerder niet of nauwelijks ingegaan op de nadere verklaringen van eiseres ten aanzien van het vluchtverhaal. Naar het oordeel van de rechtbank is het besluit van verweerder daarmee in strijd met hetgeen ingevolge artikel 42, derde lid, Vw 2000 is voorgeschreven.

Het bestreden besluit komt reeds hierom voor vernietiging in aanmerking. Nu verweerder in het bestreden besluit tevens uiteen heeft gezet hoe verweerder de asielaanvraag beoordeelt, wanneer wordt uitgegaan van de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres, ziet de rechtbank aanleiding het bestreden besluit ook inhoudelijk te toetsen.

4.5 Uitgaande van de verklaringen van eiseres is de rechtbank van oordeel dat eiseres vooral slachtoffer is geworden van de algemene situatie in het land van herkomst. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij persoonlijk in de negatieve aandacht staat van de autoriteiten. De wijze waarop eiseres gevangen is genomen door de rebellen en de Guinese militairen duidt veeleer op willekeur, dan op een gerichte zoektocht naar en aanhouding van eiseres zelf. Eiseres is niet persoonlijk gezocht door de militairen. Voorts heeft eiseres op eenvoudige wijze weten te ontsnappen uit de gevangenis, hetgeen evenmin duidt op een verhoogde negatieve interesse van de zijde van de autoriteiten. Uit de verklaringen van eiseres maakt de rechtbank op dat zij uit Guinee is vertrokken met name omdat zij daarvoor zichzelf geen toekomst ziet.

Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen vluchteling is.

4.6 Het is - mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen - niet aannemelijk dat eiseres gegronde reden heeft aan te nemen dat zij bij uitzetting een reëel risico loopt te worden onderworpen aan folteringen dan wel aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.

4.7 Het beroep van eiseres op het traumatabeleid faalt, nu niet is gebleken van traumatische ervaringen die de aanleiding zijn geweest voor het vertrek van eiseres uit Guinee. De rechtbank betrekt hierbij mede dat eiseres eerst in beroep heeft aangevoerd dat zij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid. Voorts is niet gebleken van zodanig klemmende redenen van humanitaire aard die verband houden met de redenen van vertrek uit Guinee dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat verlangd kan worden dat eiseres daar naartoe terugkeert.

4.8 Ten aanzien van een eventuele aanspraak van eiseres op een verblijfsvergunning ingevolge het beleid ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv-beleid) merkt de rechtbank op dat verweerder tijdens de behandeling ter zitting heeft verklaard, dat het besluit van 3 oktober 2001 mede inhoudt een besluit van verweerder om eiseres niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van het beleid ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Voor zover het beroep van eiseres betrekking heeft op het besluit van verweerder ten aanzien van het amv-beleid, stuurt de rechtbank het beroepschrift derhalve door als bezwaar.

4.9 Het beroep is, gelet op het vorenstaande, gegrond, waarbij de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

4.10 De rechtbank ziet in het vorenstaande aanleiding voor veroordeling van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

5 BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten, die begroot worden op 644 euro, te betalen aan de griffier van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Almelo.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.B. Elferink en in tegenwoordigheid van mr. P.C.R.G. van de Rijt als griffier in het openbaar uitgesproken op 4 december 2002

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van "Hoger beroep vreemdelingenzaken", postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage.

Artikel 85 Vw 2000 bepaalt in dat verband dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Afschrift verzonden: 4 december 2002