Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2613

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-12-2002
Datum publicatie
07-01-2003
Zaaknummer
09/754088-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/754088-01

rolnummer 0006

's-Gravenhage, 31 december 2002

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de [verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres]

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Noord Brabant Noord,

Huis van Bewaring Grave Oosterhoek te Grave.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 december 2002.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.F.Th.M. Heutink, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr G. Knobbout heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht alsmede een geldboete van euro 60.000,= subsidiair 14 maanden hechtenis.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij - gewijzigde - dagvaarding onder 4 primair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 subsidiair en 5 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte is betrokken geweest bij meerdere transporten van zowel softdrugs als harddrugs naar het buitenland. Verdachte heeft bij deze transporten van MDMA pillen, amfetamine, cocaïne en hennep/hashish een zeer belangrijke en coördinerende rol gespeeld. Verdachte stelde de vrachtwagens ter beschikking en zorgde voor de reguliere lading. Tussen deze lading werden de verdovende middelen verstopt.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij in zijn coördinerende rol geen oog heeft gehad voor de maatschappelijke problemen die de handel van grote hoeveelheden hennep en harddrugs met zich brengt. Hennep, maar zeker ook cocaïne, amfetamine en MDMA zijn stoffen, waarvan het gebruik niet alleen schadelijk is voor de volksgezondheid, maar ook direct en indirect oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Handelingen die tot doel hebben drugs op de markt te brengen dienen daarom streng te worden bestraft.

De rechtbank heeft acht geslagen op een op naam van verdachte staand uittreksel van het algemeen documentatieregister d.d. 1 augustus 2002, waaruit volgt dat verdachte reeds eerder doch niet voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

In de onderhavige zaak heeft de rechtbank in dat verband met name in haar oordeel betrokken de bijzonder grote hoeveelheden XTC-pillen die bij enkele transporten waarbij verdachte betrokken was werden vervoerd en het feit dat verdachte zijn eigen rol bij deze drugstransporten ondergeschikt maakt.

Het voorgaande brengt de rechtbank ertoe verdachte de straf op te leggen die door de officier van justitie is gevorderd.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 23, 24, 24c, 45, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en II.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij - gewijzigde - dagvaarding onder 4 primair telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 subsidiair en 5 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair, 3 primair:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 2, EERSTE LID, ONDER A VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 2 primair en feit 5:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 3, AANHEF EN ONDER A VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 4 subsidiair:

POGING TOT MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 3, AANHEF EN ONDER A VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 15 juli 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 18 juli 2002,

en voorts tot:

een geldboete van euro 60.000,= bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 420 dagen hechtenis;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Kalk, voorzitter,

Valk en Schaffels, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Blommesteyn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2002.