Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2609

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-12-2002
Datum publicatie
07-01-2003
Zaaknummer
09/754087-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/754087-01

rolnummer 0004

's-Gravenhage, 31 december 2002

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Rijnmond,

Huis van Bewaring De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 december 2002.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouwe mr. I. Kamans, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr G. Knobbout heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair, 2, 3, 4, 5 en 6 telastgelegde - rekening houdend met het ad informandum gevoegde feit - wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen goed genummerd 9 zal worden onttrokken aan het verkeer, en dat de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen goederen genummerd 1 t/m 8, 10 en 11 zullen worden verbeurdverklaard.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 2, 3, 4, 5 en 6 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte is samen met anderen betrokken geweest bij meerdere transporten van drugs naar het buitenland waaronder een transport van 183 kilo hennep, twee transporten van zeer grote hoeveelheden MDMA pillen en een transport van 40 kilo heroïne. Hij heeft hierbij een coördinerende rol gespeeld als tussenpersoon bij het regelen van het vervoer van de drugs.

Voorts heeft verdachte in de periode van 23 september 1999 tot en met 23 juni 2002, terwijl de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing was, diverse grote geldbedragen voorhanden gehad doch daarvan geen melding gemaakt aan de bewindvoerder.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat verdachte geen oog heeft gehad voor de maatschappelijke problemen die de handel van grote hoeveelheden hennep en harddrugs met zich brengt. Hennep, maar zeker ook heroïne en MDMA zijn stoffen, waarvan het gebruik niet alleen schadelijk is voor de volksgezondheid, maar ook direct en indirect oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Handelingen die tot doel hebben drugs op de markt te brengen dienen daarom streng te worden bestraft.

Door inkomsten te verzwijgen heeft verdachte gedurende voormelde periode dusdoende zijn schuldeisers voor een aanzienlijk bedrag benadeeld.

Bij verdachte is tevens een pistool met munitie aangetroffen. Ook dit is een ernstig strafbaar feit.

De rechtbank heeft acht geslagen op het voorlichtingsrapport van de stichting Reclassering Nederland van R. Scheenstra d.d. 12 december 2002. In het rapport geeft de reclasseringswerker aan dat het leven van verdachte volledig op zijn kop is gezet en verdachte zeer geëmotioneerd is geraakt door een levensbedreigende situatie die verband houdt met de telastgelegde feiten. Ook de ziekte van zijn vriendin brengt emoties bij hem teweeg. Naar het inzicht van de reclasseringswerker lijkt verdachte onvoldoende greep te hebben op de dingen waar hij aan begint. Er zijn echter geen indicaties verdachte een hulpaanbod te doen. De reclasseringswerker adviseert de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf of te leggen.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op een op naam van verdachte staand uittreksel van het algemeen documentatieregister d.d. 25 juni 2002, waaruit volgt dat verdachte reeds eerder doch niet voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten is een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank in aanmerking genomen de positieve proceshouding van verdachte en het feit dat hij oprecht lijkt te zijn in zijn spijtbetuiging. Ook acht de rechtbank van belang dat uit het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen dat verdachte zich bekommerd heeft om de in het buitenland aangehouden chauffeurs en hun familie. Ten slotte heeft de rechtbank meegewogen de omstandigheid dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf verdachte bovengemiddeld zwaar zal vallen, nu gebleken is dat zijn partner aan een zeer ernstige ziekte lijdt.

Op grond van het hiervoor overwogene acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

De rechtbank heeft mede in aanmerking genomen het niet bij dagvaarding telastgelegde strafbare feit waarvan een korte omschrijving staat vermeld op de dagvaarding.

Verdachte heeft dit feit erkend en de officier van justitie heeft te kennen gegeven dat dienaangaande geen verdere vervolging zal worden ingesteld.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 9 onttrekken aan het verkeer, zijnde dit voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien dit aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, is aangetroffen, en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 t/m 8, 10 en 11 verbeurdverklaren, zijnde deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van deze aan verdachte toebehorende voorwerpen de onder 1 primair, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde feiten zijn voorbereid/begaan.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 en 341 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2, 3, 10 en 11van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en II.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 2, 3, 4, 5 en 6 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 3, AANHEF EN ONDER A VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD;

ten aanzien van feit 2:

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN WAPEN EN EEN PATROONHOUDER EN MUNITIE VAN CATEGORIE III;

ten aanzien van feit 3, feit 4 en feit 5:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 2, EERSTE LID ONDER A, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 6:

BEDRIEGLIJKE BANKBREUK, MEERMALEN GEPLEEGD;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 24 juni 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 26 juni 2002,

verklaart onttrokken aan het verkeer het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 9, te weten: 1 ultra star 9 mm vuurwapen;

verklaart verbeurd de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 t/m 8, 10 en 11 te weten: 1 zilvergrijze/zwarte Nokia telefoontoestel; 1 grijs/blauwe Nokia telefoontoestel; 1 zwart/donkergrijs Ericsson telefoontoestel; 1 Philips semafoon maxer met geschr. nr. [nummer]; 1 blauw/grijze Nokia telefoontoestel; 1 zwarte Nokia GSM telefoontoestel met auto oplader; 1 blauwe Ericsson GSM telefoontoestel met oplader; 1 zilver/grijze Motorola GSM telefoontoestel en 1 Dutchtone simkaart;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Kalk, voorzitter,

Valk en Schaffels, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Blommesteyn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2002.