Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2605

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-12-2002
Datum publicatie
07-01-2003
Zaaknummer
09/754085-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/754085-01

rolnummer 0003

's-Gravenhage, 31 december 2002

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Haaglanden,

Huis van Bewaring Unit 3 te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 december 2002.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. G. Szegedi, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr G. Knobbout heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair, 2, 3 en 4 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en een geldboete van euro 20.000,= subsidiair 4 maanden hechtenis.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen goederen genummerd 1, 15 t/m 25, 32 en 33 zullen worden onttrokken aan het verkeer, en dat het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen goederen genummerd 2 t/m 10, 14, 30, 31 en 34 zullen worden verbeurdverklaard.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen onder verdachte inbeslaggenomen goederen genummerd 4, 11, 12 en 13 zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

De bewijsmiddelen.

P.M.

Beroep op onrechtmatig verkregen bewijs.

Namens verdachte heeft zijn raadsman betoogd dat de bij de doorzoeking op 23 juni 2002 gevonden drugs, wapens en munitie moeten worden aangemerkt als onrechtmatig verkregen bewijs, zodat verdachte zou moeten worden vrijgesproken van feiten 2 en 3. Hij heeft daartoe aangevoerd dat op de machtiging tot binnentreden ten onrechte "[adres]" als adres van verdachte staat aangegeven. Volgens de raadsman is dit wel het adres van het campingterrein als geheel, maar hebben de afzonderlijke caravans op het terrein elk een nader adres. De caravan van verdachte zou staan op "[adres]". Naar de mening van de raadsman had de machtiging dit laatste moeten vermelden.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Bij de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte desgevraagd bevestigd dat zijn adres is: [adres] te [woonplaats]. De stelling van de raadsman dat de machtiging onrechtmatig is reeds door het ontbreken van een nadere plaatsaanduiding van de caravan van verdachte, vindt geen steun in het recht. Onbetwist is bovendien dat de doorzoeking heeft plaatsgevonden in de caravan van verdachte, in aanwezigheid van de rechter-commissaris. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook geen sprake van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair, 2, 3 en 4 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot het op te leggen onvoorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het plegen van ernstige strafbare feiten.

Verdachte is betrokken geweest bij meerdere transporten van hennep naar het buitenland waaronder een transport van 183 kilo hennep naar Engeland. Binnen dit geheel was voor verdachte een coördinerende rol weggelegd en regelde hij als tussenpersoon het vervoer van de drugs.

Voorts heeft verdachte op 23 juni 2002 meerdere harddrugs waaronder cocaïne en amfetamine voorhanden gehad.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij bij het plegen van voormelde strafbare feiten geen oog heeft gehad voor de maatschappelijke problemen die de handel van grote hoeveelheden hennep met zich brengt. Hennep en ook cocaïne en amfetamine zijn stoffen, waarvan het gebruik niet alleen schadelijk is voor de volksgezondheid, maar ook direct en indirect oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Handelingen die tot doel hebben drugs op de markt te brengen dienen daarom streng te worden bestraft.

Bij een huiszoeking op het woonadres van verdachte zijn tevens een pistool en een mitrailleur met bijbehorende munitie en een geluiddemper aangetroffen. Het ongecontroleerd bezit van dergelijke wapens -met name het pistoolmitrailleur- levert een onaanvaardbaar risico op voor de veiligheid en gezondheid van personen. Ook dit valt verdachte ernstig te verwijten.

De rechtbank heeft acht geslagen op een op naam van verdachte staand uittreksel van het algemeen documentatieregister d.d. 25 juni 2002, waaruit volgt dat verdachte reeds eerder, doch niet voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Het hiervoor overwogene brengt de rechtbank ertoe de na te noemen deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen in combinatie met een geldboete.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank merkt op dat de officier van justitie met betrekking tot het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 4 kennelijk abusievelijk zowel de verbeurdverklaring als de teruggave van dit goed aan de verdachte heeft gevorderd. De rechtbank zal omtrent dit goed de na te melden beslissing nemen.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 15 t/m 25, 32 en 33 onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien deze aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, is aangetroffen, en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 2 t/m 10. 14, 30, 31 en 34 verbeurdverklaren, zijnde deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van deze aan verdachte toebehorende voorwerpen de onder 1 primair en 4 bewezenverklaarde feiten zijn voorbereid/begaan.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 11, 12 en 13.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en II.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair, 2, 3 en 4 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 3, EERSTE LID ONDER A, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD;

ten aanzien van feit 2:

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN WAPEN VAN CATEGORIE I;

EN

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN WAPEN VAN CATEGORIE II;

EN

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN WAPEN EN MUNITIE VAN CATEGORIE III;

ten aanzien van feit 3:

OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 2, EERSTE LID ONDER C, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 4:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 3, EERSTE LID ONDER A, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD, MEERMALEN GEPLEEGD;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 1 jaar niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 24 juni 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 26 juni 2002,

en veroordeelt verdachte voorts tot:

een geldboete van euro 20.000,= bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 235 dagen hechtenis;

verklaart onttrokken aan het verkeer de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, 15 t/m 25, 32 en 33, te weten: een wit doosje met 7 losse hulzen; 1 agram 2000 wapen; 1 zwart merkloos mitrailleur met foudraal en geluidsdemper; 3 CBS patronen en 2 GFL patronen; 1 doos Fiocchi patronen (32 auto/7.65 browning, 40 stuks); 1 doos Fiocchi 50 patronen (50 9 luger/Jacket 115 gram) en 1 doos patronen PMC 49 Centre Fire, ammunition;

verklaart verbeurd de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 2 t/m 10, 14, 30, 31 en 34 te weten: 1 telefoontoestel in verpakking Alcatel; 1 telefoontoestel in verpakking Nokia; 1 geel/blauwe Siemens GSM telefoontoestel; 1 paars/blauwe Nokia GSM telefoontoestel; 1 grijs/rose GSM telefoontoestel; 1 bruin/houtkleur GH337 GSM telefoontoestel; 1 donkerrose/rood Nokia GSM telefoontoestel; 1 grijs/zilver startac Motorola GSM telefoontoestel; 1 Philips Semafoon (myna pieper); 8 oplaadapparaten; 1 witte personenauto Mercedes Benz Vito (kenteken: [kenteken]) en 1 GSM telefoontoestel met een blote vrouw;

gelast de teruggave aan verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 11, 12 en 13, te weten: 1 Simkaart [simkaart 1]; 1 simkaart [simkaart2] van nummer [telefoonnummer]; kaarten met pukcode [pukcode].

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Kalk, voorzitter,

Valk en Schaffels, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Blommesteyn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2002.