Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1975

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-12-2002
Datum publicatie
16-12-2002
Zaaknummer
09/925179-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/925179-02

rolnummer 0007

's-Gravenhage, 02 december 2002

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Indonesië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans preventief gehecht in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, Huis van Bewaring Zoetermeer te Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 november 2002.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr G.J. Hubers, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Remmerswaal heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 2 telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair, 3, 4 en 5 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 2, 3, 5, 6 en 24 zullen worden onttrokken aan het verkeer, dat de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 4, 11, 26, 27, 28 en 31 zullen worden teruggegeven aan de rechthebbende en de voorwerpen genummerd 7, 8, 9, 10, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25 en 29 tot en met 38 aan verdachte zullen worden teruggeven.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Rechtmatigheid verkregen bewijs / ontvankelijkheid openbaar ministerie.

Namens verdachte heeft zijn raadsman een beroep gedaan op onrechtmatig verkregen bewijs. Zakelijk weergegeven houdt dit verweer in dat alle resultaten van de telefoontaps jegens verdachte onrechtmatig zijn alsmede dat de observaties en de gegevens van de geplaatste peilbaken als vruchten van het onrechtmatig verkregen bewijs niet als bewijsmiddel mogen worden gebezigd. Daartoe is gesteld dat de door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken op de voet van artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering verleende machtiging tot het afluisteren en opnemen van telecommunicatie van medeverdachten in strijd is met het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel, aangezien er ten tijde van het verlenen van bedoelde machtiging uit de voorhanden zijnde stukken niet blijkt van een geldige reden om over te gaan op het afluisteren en opnemen van telecommunicatie. De verdediging wijst in dit verband in het bijzonder op het proces-verbaal d.d. 3 september 2001, waarin wordt vermeld: "Ondanks de op dit moment geringe relevantie van de gesprekken, met betrekking tot het plegen van overvallen gepleegd door en rondom de verdachte [medeverdachte], die zijn gehoord via telefoonaansluiting [telefoonaansluiting], is het gezien eerder vermelde niet ondenkbaar dat er alsnog gesprekken, welke duiden op het plegen of beramen van een overval, via vermeld telefoonnummer gaan worden gevoerd".

Voorts heeft de raadsman namens verdachte nog gesteld dat het onder feit 1 telastgelegde reeds het onder feiten 3 en 4 telastgelegde omvat. Immers, of sprake is van poging of voorbereiding van een gewapende overval maakt niet uit, in beide gevallen is sprake van wapens. De verdediging is daarom van mening dat indien de Rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 telastgelegde komt het onder 3 en 4 daarin is besloten en de officier van justitie terzake van 3 en 4 niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

De rechtbank verwerpt al deze verweren en overweegt daartoe als volgt.

De in artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering neergelegde bevoegdheid kan de officier van justitie na daartoe verkregen schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris uitoefenen in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert.

Uit de aan de verleende tapmachtigingen ten grondslag liggende processen-verbaal kan naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam worden afgeleid dat voldaan is aan het hiervoor melde vereiste. Immers de medeverdachte [medeverdachte] werd verdacht van het plegen van gewapende overvallen op geldinstellingen en juweliers. Dit soort feiten levert gezien hun gewelddadige karakter een ernstige inbreuk op de rechtsorde op. Voor zover het betreft de verlenging op grond van het proces-verbaal van 3 september 2001 merkt de rechtbank nog op dat naast het door de raadsman aangehaalde deel dit proces-verbaal tevens het volgende inhoudt: "In reeds eerder opgemaakte processen-verbaal is gerelateerd dat de verdachte [medeverdachte] met grote waarschijnlijkheid thans op zoek is naar een mededader voor het plegen van een overval." De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de officier van justitie op juiste gronden is overgegaan tot het na daartoe verkregen schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris (blijven) uitoefenen van zijn in artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering verleende bevoegdheid, zodat geen sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs.

Slotsom uit het vorenstaande is dat het tegen verdachte voorhanden zijnde bewijsmateriaal niet op onrechtmatige wijze is verkregen.

Voor wat betreft de ontvankelijkheid van de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 1 en onder feiten 3 en 4 telastgelegde op verschillende rechtsnormen ziet en het openbaar ministerie derhalve ontvankelijk is in haar vervolging van overtredingen van deze beide rechtsnormen.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder 2 is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 3, 4 en 5 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot een gewelddadige diefstal in een postkantoor. Gezien de eerder uitgevoerde voorbereidingshandelingen en de artikelen die ze mee hadden genomen, zoals schoonmaakmiddelen, pruiken, een scanner, wapens, munitie en een handgranaat, acht de rechtbank het aannemelijk dat hier sprake is van een zeer professioneel opgezette actie, waarbij het gebruik van geweld, danwel de bedreiging daarmede, niet zou worden geschuwd. De verwerpelijkheid van een dergelijk delict spreekt voor zich en de rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Voorts heeft verdachte een kleine kilo verdovende middelen voorhanden gehad in de woning waar hij feitelijk verbleef.

Blijkens een verdachte betreffend uittreksel uit het Documentatieregister d.d. 22 februari 2002, is hij reeds eerder voor soortgelijke delicten veroordeeld.

Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van na te melden gevangenisstraf passend en geboden is.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 2, 3, 5, 6 en 24 onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien deze aan verdachte toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, is aangetroffen, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 7, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 29 tot en met 38, te weten

7. 1.00 STK Muts, bivakmuts,

8. 1.00 STK Muts, FOASTEX bivakmuts,

9. 1.00 STK Muts, FOSTEX bivakmuts,

10. 1.00 STK Muts, bivakmuts,

12. 1.00 PR Sportschoenen, CAT,

13. 1.00 STK Telefoontoestel, ALCATEL mobiel,

14. 1.00 STK Muts, bivakmuts,

15. 2.00 STK Handschoen, met vingers,

16. 1.00 STK Portofoon,

17. 1.00 STK Scanner, REALISTIC, voorzien van oortje,

18. 1.00 STK Muts, NIKE,

19. 1.00 STK Horloge, CASIO,

20. 1.00 STK Telefoonkaart, HI gsm,

21. 1.00 STK Telefoonkaart, KPN gsm,

22. 2.00 STK Veter, samen geknoopt,

23. 1.00 STK Elastiek,

29. 2.00 STK Muts, bivakmuts,

30. 1.00 STK Plattegrond, stad Breda,

32. 1.00 STK Tas, SAMSONITE, heuptas,

33. 2.00 STK Sleutelbos, diverse sleutels,

34. 2.00 STK Telefoonkaart, HI,

35. 1.00 STK Map, 2 pasfoto's van [verdachte],

36. 1.00 STK telefoonkaart, ter waarde van 50 gulden,

37. 1.00 STK kaart, electronische toegangskaart,

38. 1.00 DIV Papier, betreft papiertjes met geschreven tekst.

De rechtbank zal de teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 4, 11, 25, 26, 27, 28 en 31, te weten

4. 1.00 STK Personenauto, [kenteken], Volkswagen,

11. 1.00 STK Sleutel, Volkwagen,

25. 2.00 STK Paspoort, [paspoortnummer],

26. 1.00 STK Personenauto, [kenteken], Mercedes,

27. 2.00 STK Kentekenbewijs, deel 1 en 2, [kenteken],

28. 1.00 STK Polis, [kenteken],

31. 1.00 STK Sleutel, Peugeot.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 45, 47, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2, 10 en 13a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding onder 2 telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 3, 4 en 5 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

POGING TOT DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN OF VERGEZELD OF GEVOLGD VAN GEWELD OF BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN OF GEMAKKELIJK TE MAKEN, OF OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF OF ANDERE DEELNEMERS AAN HET MISDRIJF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

ten aanzien van feit 3 en feit 4:

MEDEPLEGEN VAN HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 5:

HANDELEN IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 2, EERSTE LID, ONDER C, VAN DE OPIUMWET, GEGEVEN VERBOD;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 5 JAREN;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 21 februari 2002,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 22 februari 2002,

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart onttrokken aan het verkeer de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, 2, 3, 5, 6 en 24, te weten

1. 1.00 STK Pistool, STAR, 9 mm,

2. 7.00 STK Munitie, kal. 9 mm,

3. 8.00 STK Munitie, kal. 9 mm,

5. 1.00 STK Paspoort, vals,

6. 1.00 STK Paspoort, vals,

24. 1500.00 GR Cocaïne, in plastic zak.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 7, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 29 tot en met 38, te weten

7. 1.00 STK Muts, bivakmuts,

11. 1.00 STK Muts, FOASTEX bivakmuts,

12. 1.00 STK Muts, FOSTEX bivakmuts,

13. 1.00 STK Muts, bivakmuts,

12. 1.00 PR Sportschoenen, CAT,

24. 1.00 STK Telefoontoestel, ALCATEL mobiel,

25. 1.00 STK Muts, bivakmuts,

26. 2.00 STK Handschoen, met vingers,

27. 1.00 STK Portofoon,

28. 1.00 STK Scanner, REALISTIC, voorzien van oortje,

29. 1.00 STK Muts, NIKE,

30. 1.00 STK Horloge, CASIO,

31. 1.00 STK Telefoonkaart, HI gsm,

32. 1.00 STK Telefoonkaart, KPN gsm,

33. 2.00 STK Veter, samen geknoopt,

34. 1.00 STK Elastiek,

31. 2.00 STK Muts, bivakmuts,

32. 1.00 STK Plattegrond, stad Breda,

39. 1.00 STK Tas, SAMSONITE, heuptas,

40. 2.00 STK Sleutelbos, diverse sleutels,

41. 2.00 STK Telefoonkaart, HI,

42. 1.00 STK Map, 2 pasfoto's van [verdachte],

43. 1.00 STK telefoonkaart, ter waarde van 50 gulden,

44. 1.00 STK kaart, electronische toegangskaart,

45. 1.00 DIV Papier, betreft papiertjes met geschreven tekst.

De rechtbank zal de teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 4, 11, 25, 26, 27, 28 en 31, te weten

4. 1.00 STK Personenauto, [kenteken], Volkswagen,

11. 1.00 STK Sleutel, Volkwagen,

25. 2.00 STK Paspoort, [paspoortnummer],

26. 1.00 STK Personenauto, [kenteken], Mercedes,

27. 2.00 STK Kentekenbewijs, deel 1 en 2, [kenteken],

28. 1.00 STK Polis, [kenteken],

31. 1.00 STK Sleutel, Peugeot.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Quadekker, voorzitter,

Van Kempen en Van Harte, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Schuurmans, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 02 december 2002.