Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1847

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-12-2002
Datum publicatie
12-12-2002
Zaaknummer
01/1307
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - enkelvoudige kamer

Vonnis in de vrijwaringszaak met rolnummer 01/1307 van:

de besloten vennootschap

J. VAN DE PUT FRESH CARGO HANDLING B.V.,

statutair gevestigd te Roelofarendsveen en

kantoorhoudende te Rozenburg (Noord-Holland),

eiseres in vrijwaring,

procureur: mr. J.Th. Duijnstee,

tegen

de vennootschap naar het recht van haar plaats van vestiging

LUFTHANSA CARGO AKTIENGESELLSCHAFT,

gevestigd te Russelheim (Duitsland),

kantoorhoudende te Luchthaven Schiphol,

gedaagde in vrijwaring,

procureur: mr. R.S. Meijer.

Partijen worden hierna aangeduid als Van de Put en Lufthansa.

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Feiten

1.1 De vennootschap naar Zwitsers recht Zürich Versicherungsgesellschaft, de besloten vennootschap Stokman Rozen B.V. en de rechtspersoon naar vreemd recht Osirian Development Co. Ltd. hebben Van de Put en Lufthansa bij exploot van 13 augustus 1999 voor deze rechtbank gedagvaard en gevorderd Van de Put en Lufthansa hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan haar van - kort gezegd - de schade die zij stelden te hebben geleden aan een zending rozenstekjes die van Nederland naar Kenia waren vervoerd. De rechtbank verwijst naar het tussen genoemde partijen gewezen en eveneens op heden uitgesproken vonnis met rolnummer 00/131.

2. Vordering, grondslag en verweer

2.1 In de onderhavige (vrijwarings)procedure vordert Van de Put dat Lufthansa zal worden veroordeeld om aan haar te betalen al datgene waartoe Van de Put als gedaagde in de hoofdzaak (voormelde procedure met rolnummer 00/131) ten behoeve van Zürich c.s. mocht worden veroordeeld, met veroordeling van Lufthansa in de kosten van het geding in de hoofdzaak en in de onderhavige vrijwaring.

2.2 Van de Put stelt daartoe dat Lufthansa gehouden is haar te vrijwaren, onder andere omdat eventuele schade aan de stekjes moet zijn ontstaan gedurende het traject dat deze zich onder Lufthansa bevonden.

2.3 Lufthansa heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3. Beoordeling

3.1 Bij het heden in de hoofdzaak tussen Zürich c.s. enerzijds en Van de Put en Lufthansa anderzijds onder rolnummer 00/131 gewezen vonnis, heeft de rechtbank de vordering van Zürich c.s. afgewezen. Gelet hierop is de grond aan de vordering van Van de Put in de onderhavige (vrijwarings)zaak komen te ontvallen. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

3.2 Van de Put zal als de in de onderhavige zaak in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. In de hoofdzaak (zaak met rolnummer 00/131) zullen deze kosten ten laste van Zürich c.s. worden gebracht.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Van de Put in de kosten van het geding aan de zijde van Lufthansa, tot op deze uitspraak begroot op € 290,42 aan verschotten en € 780,-- aan salaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.

PJ/A

rolnummer: 01/1307

datum vonnis: 4 december 2002