Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6794

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-05-2002
Datum publicatie
23-08-2002
Zaaknummer
09/090445-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 512
Wetboek van Strafvordering 515
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2003/83
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

Meervoudige wrakingskamer

Wraking 9/2002

Parketnummer 09/090445-02

datum beschikking: 31 mei 2002

Beslissing in wrakingsincident

Beschikking op het ter openbare terechtzitting van 26 april 2002 gedane verzoek tot wraking in de zaak met bovenstaand parketnummer tegen de verdachte:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

1. De procedure

1.1 Op 26 april 2002 is de strafzaak tegen verzoeker [verzoeker] uitgeroepen. Verzoeker heeft op voornoemde terechtzitting de wraking van de politierechter [politierechter] voorgedragen. Het onderzoek ter terechtzitting is daarop voor onbepaalde tijd geschorst teneinde het wrakingsverzoek door de wrakingskamer van bovengenoemde rechtbank te doen behandelen.

1.2 Op 27 mei 2002 is het wrakingsverzoek ter openbare terechtzitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker is verschenen, vergezeld van mr. A.P. Visser. De gewraakte politierechter heeft zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt en tevens aangekondigd niet ter zitting te zullen verschijnen.

2. Het standpunt van verzoeker

2.1 Verzoeker stelt zich op het standpunt dat er sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering.

Ter onderbouwing van het standpunt heeft verzoeker - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. De jegens hem aangespannen strafzaak wegens lokaalvredebreuk heeft te maken met het feit dat hij tijdens zijn aanwezigheid in de bibliotheek van de Technische Universiteit te Delft zijn schoenen heeft uitgetrokken. Nu de politierechter bij de behandeling van de strafzaak hem heeft verzocht zijn schoenen aan te trekken, kan volgens verzoeker niet meer worden gesteld dat de politierechter onpartijdig is.

3. Het standpunt van de politierechter

3.1De politierechter heeft aangegeven niet in de wraking te berusten. Hij ziet wel af van het recht om te worden gehoord. De door verzoeker aangevoerde grond voor wraking vormt volgens de politierechter geen feit of omstandigheid waardoor zijn rechterlijke onpartijdigheid betwijfeld zou kunnen worden.

4. Beoordeling

4.1 Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verdachte dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

4.2 De enkele grond dat de politierechter bij wijze van ordemaatregel verzoeker heeft verzocht zijn schoenen aan te trekken, is onvoldoende voor het aannemen van partijdigheid aan de zijde van de politierechter. Hieraan doet niet af dat de jegens verzoeker aanhangige strafzaak indirect betrekking heeft op de weigering van verzoeker zijn schoenen aan te trekken.

4.3 Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

4.4 Voorts acht de rechtbank termen aanwezig om artikel 515 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering toe te passen. Een volgend door verzoeker ingediend verzoek tot wraking van deze politierechter zal derhalve niet in behandeling worden genomen.

5. Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking af;

- bepaalt dat, op grond van artikel 514 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering, een volgend verzoek tot wraking niet in behandeling zal worden genomen;

- bepaalt dat de strafzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

- bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal toezenden aan verzoeker, mr. A.P. Visser, politierechter [politierechter] en aan officier van justitie mr. A.T. van Nederpelt.

Deze beschikking is op 31 mei 2002 gegeven door mrs. Von Maltzahn, Dedel-van Walbeek en De Boer, in tegenwoordigheid van Kriense Lokker als griffier.

Wrakingnr. 9/2002