Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1366

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-01-2002
Datum publicatie
11-04-2002
Zaaknummer
AWB 02/3385
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaring / vervolgberoep / toetsing.

Eiseres, een Nigeriaanse, voert bij het vervolgberoep tegen de inbewaringstelling onder meer aan dat zij reeds op 18 oktober 2001 (datum inbewaringstelling) heeft gesteld dat zij wil meewerken aan verwijdering naar Spanje of Nigeria. Zij heeft toen Spaanse documenten overgelegd. Volgens eiseres bestaat geen zicht op uitzetting. Tot slot stelt eiseres dat verweerder met een lichter middel had kunnen volstaan, omdat eiseres een vaste verblijfplaats had en zij op eigen houtje naar Spanje kan terugkeren.

De rechtbank oordeelt dat bij de eerdere toetsing van de bewaring eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om bovenstaande argumenten aan te voeren en derhalve ook had behoren aan te voeren, nu de feiten reeds bekend waren ten tijde van de eerdere procedure. Om die reden kunnen deze te laat aangevoerde argumenten niet alsnog worden betrokken bij deze nieuwe beoordeling van de rechtmatigheid van de voortduring van de bewaring. Beroep ongegrond.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 96, geldigheid: 2002-01-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

Nevenzittingsplaats Arnhem

Vreemdelingenkamer

Registratienummer: 02/3385

Datum uitspraak: 28 januari 2002

Uitspraak

ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 96, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in de zaak van de vreemdeling, genaamd althans zich noemende,

A,

geboren op [...] 1970,

van Nigeriaanse nationaliteit,

eiseres,

gemachtigde mr. J. van Appia,

tegen

DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE,

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

verweerder,

gemachtigde mr. W.J. van Blaricum, ambtenaar bij de IND.

De beoordeling

1. Eiseres wordt geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot voortduring van de met ingang van 18 oktober 2001 aan haar opgelegde bewaring, omdat verweerder bij brief van 14 januari 2002 aan de rechtbank kennis heeft gegeven van het voortduren daarvan sinds de uitspraak van 17 december 2001. Openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van 24 januari 2002. Partijen zijn verschenen bij gemachtigde.

2. Aangezien de rechtmatigheid van de bewaring reeds eerder in rechte is getoetst, dient thans getoetst te worden of verdere toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is.

3. Namens eiseres is aangevoerd dat de voortduring van de bewaring onrechtmatig is. Daartoe is aangevoerd dat eiseres reeds bij het gehoor op 18 oktober 2001 heeft verklaard haar medewerking te willen verlenen aan haar verwijdering naar Spanje of Nigeria. Zij heeft daarvoor haar onvervalste Spaanse documenten afgegeven aan de politie. Verder zijn er geen aanwijzingen dat de Nigeriaanse autoriteiten een laissez-passer (LP) zullen afgeven, waardoor zicht op uitzetting ontbreekt. Voorts had verweerder een lichter middel dan bewaring moeten aanwenden, nu eiseres een vaste verblijfplaats bij haar vriend had en deze vriend haar tevens onderhield. Bovendien kan eiseres met de Spaanse papieren op eigen houtje terugkeren naar Spanje.

4. De rechtbank oordeelt dat bij de eerdere toetsing van de bewaring eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om bovenstaande argumenten aan te voeren en derhalve ook had behoren aan te voeren, nu de feiten reeds bekend waren ten tijde van de eerdere procedure. Om die reden kunnen deze te laat aangevoerde argumenten niet alsnog worden betrokken bij deze nieuwe beoordeling van de rechtmatigheid van de voortduring van de bewaring.

5. De rechtbank stelt vast, dat eiseres niet beschikt over documenten waarmee zij haar identiteit en nationaliteit kan aantonen, dat eiseres onvoldoende meewerkt aan de vaststelling van haar identiteit en nationaliteit, dat een aanvraag voor een LP in behandeling is genomen en dat verweerder voldoende informeert naar de voortgang daarvan. Overweging verdient echter om na te gaan of de Spaanse documenten van eiseres dienstig kunnen zijn bij de LP-aanvraag voor Nigeria.

6. Gezien het voorgaande bestaat thans voldoende zicht op uitzetting. Mede gezien de duur daarvan is de voortduring van de bewaring bij afweging van alle daarbij betrokken belangen derhalve niet in redelijkheid ongerechtvaardigd. Het beroep zal daarom ongegrond verklaard worden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.M. van Hoof en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2002 in tegenwoordigheid van mr. H. Siragedik als griffier.

de griffier de rechter

Tegn deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open

Afschrift verzonden: 29 januari 2002