Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0772

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-03-2002
Datum publicatie
27-03-2002
Zaaknummer
09/925465-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/925465-01

's-Gravenhage, 22 maart 2002

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in PI HvB Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 8 maart 2002.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr E.G.S. Roethof, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Remmerswaal heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding impliciet primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding impliciet primair vermelde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Bewijsoverweging ten aanzien van het bestanddeel "na kalm beraad en rustig overleg".

Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte betoogd dat geen sprake is geweest van voorbedachte rade bij verdachte.

Verdachte is op 24 maart 2001 in café Cristal door de eigenaar van het café, het latere slachtoffer [slach[slachtoffer], aangesproken op zijn gedrag jegens andere klanten. Toen verdachte zijn gedrag echter niet aanpaste werd hij door [slachtoffer] verzocht het café te verlaten. Verdachte heeft vervolgens het café daadwerkelijk verlaten en zich vervolgens van het café verwijderd. Geruime tijd later is verdachte echter teruggekeerd met een pistool dat hij zich in de tussentijd kennelijk had verschaft. Daarna is hij gebukt het café binnengegaan, kennelijk met de bedoeling heimelijk binnen te komen. Verdachte heeft vervolgens direct en vanaf zeer korte afstand een aantal schoten op S. [slachtoffer], die als eerste op hem af kwam, afgevuurd.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze feiten en omstandigheden dat verdachte zich in alle rust en weloverwogen een wapen heeft verschaft, daarmee het café heimelijk is binnengegaan en vervolgens direct en gericht op het latere slachtoffer heeft geschoten. Aldus heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank gehandeld met voorbedachte rade.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Gekrenkt in zijn persoon is verdachte, nu gewapend met een pistool, naar het café teruggekeerd en heeft met voorbedachten rade de eerste de beste die op hem af kwam neergeschoten met dodelijk gevolg.

Een dergelijk feit waarbij iemand na aangesproken te zijn op zijn gedrag weloverwogen buitensporig gewelddadig reageert door met dodelijk gevolg gebruik te maken van een vuurwapen is bijzonder schokkend voor de rechtsorde. Verdachte geeft daarmee blijk van volstrekte minachting voor het leven van anderen. Dergelijke feiten dragen bovendien in niet onbelangrijke mate bij tot zodanige gevoelens van angst en onrust bij burgers, dat zij zich niet meer vrijelijk op straat c.q. in het uitgaansleven durven te bewegen.

De rechtbank heeft voorts mede in zijn oordeel betrokken dat blijkens een op naam van verdachte staand uittreksel uit het algemeen documentatieregister, verdachte reeds eerder tot - ook langdurige - gevangenisstraffen is veroordeeld ter zake van onder meer geweldsdelicten.

Gezien het vorenstaande acht de rechtbank ook indien zij rekening houdt met de relatief jonge leeftijd van verdachte slechts een zeer langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank merkt daarbij nog op dat zij, hoewel zij dat wenselijk achtte, geen nader inzicht in de persoonlijkheid van verdachte heeft kunnen verkrijgen nu deze ook na overbrenging naar het Pieter Baan Centrum de medewerking aan een onderzoek heeft geweigerd.

De rechtbank heeft tenslotte meegewogen dat verdachte al direct na het plegen van het feit op indringende wijze met de consequenties van zijn handelen is geconfronteerd. Verdachte is immers na de schietpartij door diverse andere in café Cristal aanwezige bezoekers onder meer met een vuurwapen, een mes en een afgebroken fles zeer zwaar mishandeld en heeft daaraan blijvend letsel overgehouden.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank deze "afstraffing" meegewogen in het voordeel van verdachte.

De toepasselijke wetsartikelen.

Artikel:

- 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding impliciet primair telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

moord;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 12 JAREN;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 29 maart 2001,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 4 april 2001;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Hensen, voorzitter,

Krekel en Kuijer, rechters,

in tegenwoordigheid van Groot, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 maart 2002.