Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7053

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-05-2001
Datum publicatie
06-02-2002
Zaaknummer
AWB 01/15600 VRONTN
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaring / strafrechtelijke aanhouding.

Eiser, met Amerikaanse nationaliteit, is van mening dat de strafrechtelijke aanhouding onrechtmatig was, omdat een op ambtseed opgemaakte proces-verbaal ontbreekt waaruit de feiten en omstandigheden blijken. De rechtbank is van oordeel dat genoegzaam blijkt dat er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, en dat niet aannemelijk is geworden dat eiser in zijn belangen is geschaad vanwege het feit dat de gang van zaken gedeeltelijk blijkt uit een (niet op ambtseed opgemaakte) mutatierapport.

Beroep ongegrond.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 59
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam

Sector Bestuursrecht

enkelvoudige kamer

Uitspraak

op grond van artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

jo artikel 94 en 106 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

reg. nr.: AWB 01/15600 VRONTN

inzake: A, geboren op [...] 1977, van Amerikaanse nationaliteit, verblijvende in Penitentiaire Inrichting te Ter Apel, eiser,

gemachtigde: mr. W.M. Blaauw, advocaat te Amsterdam,

tegen: de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. B. Perels, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Op 14 april 2001 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vw 2000 in bewaring gesteld. Verweerder heeft de rechtbank hiervan op 19 april 2000 in kennis gesteld. Krachtens artikel 94, tweede lid, van de Vw 2000 wordt de

vreemdeling daarmee geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel.

Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 26 april 2001. Eiser is aldaar in persoon verschenen, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was

ter zitting aanwezig A.J.C. Sikkens als tolk in de Engelse taal.

Ter zitting heeft gemachtigde van eiser namens eiser opheffing van de maatregel gevorderd alsmede toekenning van schadevergoeding en veroordeling van verweerder in de proceskosten.

II. OVERWEGINGEN

Eiser heeft het volgende -zakelijk weergegeven- aangevoerd. In het procesdossier bevinden zich te summiere gegevens omtrent de strafrechtelijke aanhouding. De politiemutaties scheppen weliswaar duidelijkheid omtrent de feiten en de

aanhouding, maar een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal waarin staat wat er precies is gebeurd, ontbreekt aan het dossier. Derhalve kan het strafrechtelijk traject niet worden getoetst, waardoor de bewaring onrechtmatig is.

Verweerder heeft het volgende -zakelijk weergegeven- aangevoerd. De strafrechtelijke aanhouding is rechtmatig geschied. Uit de stukken blijkt duidelijk wat het tijdstip van aanhouding en staandehouding is. Het mutatierapport is

weliswaar niet op ambtseed opgemaakt, maar verschaft wel duidelijkheid omtrent hetgeen is gebeurd. Er was sprake van redelijk vermoeden van schuld. Er is nog geen nieuwe datum voor de vlucht waarmee eiser onder escorte zal worden

uitgezet.

De rechtbank overweegt het volgende.

Marginaal toetsend is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de strafrechtelijke aanhouding onrechtmatig was. Uit het op 13 april 2001 op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van aanhouding opgemaakt door A. van

Vuure, brigadier van politie, en A.C.M. Groot, hoofdagent van politie, blijkt dat eiser op dezelfde dag in een supermarkt is aangehouden omdat hij in het bezit was van een verboden steekwapen. Vervolgens blijkt uit het door

voornoemde verbalisanten opgemaakte mutatierapport en uit het proces-verbaal van staandehouding opgemaakt door E. Brouwer, brigadier van politie, hoe de feitelijke gang van zaken was. Weliswaar ontbreekt een op ambtseed opgemaakt

proces-verbaal van bevindingen aan het dossier, desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat genoegzaam blijkt dat er sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Bovendien is niet aannemelijk geworden

dat eiser in zijn belangen is geschaad vanwege het feit dat de gang van zaken gedeeltelijk blijkt uit een (niet op ambtseed opgemaakt) mutatierapport.

De rechtbank stelt vast dat eiser beschikt over de Amerikaanse nationaliteit, dat hij niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats hier te lande en evenmin over voldoende middelen van bestaan en dat hij geen rechtmatig

verblijf heeft.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat verweerders standpunt dat aannemelijk is dat eiser zich aan de uitzetting zal onttrekken, niet ongegrond is.

Niet gebleken is dat verweerder het onderzoek met onvoldoende voortvarendheid ter hand neemt of dat een reëel perspectief op uitzetting ontbreekt. Voor eiser was reeds op 18 april 2001 een vlucht geboekt naar Amerika. Uitzetting

heeft echter niet kunnen plaats vinden vanwege eisers gedrag. Eiser zal onder escort worden uitgezet.

De rechtbank concludeert dat de toepassing noch de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met de wet en dat deze bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is te

achten. Derhalve wordt het beroep ongegrond verklaard.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 106 van de Vw 2000 of artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING:

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.E. Mildner, rechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2001, in tegenwoordigheid van mr. F. Kilic, griffier.

Afschrift verzonden op: 3 mei 2001

Conc.: F.K.

Coll:

Bp:-

D:B

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage).

Ingevolge artikel 69, derde lid, Vw 2000 bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep één week.