Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AE0209

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-12-2001
Datum publicatie
15-03-2002
Zaaknummer
00/72045 OVERIO GR
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Azerbeidzjan / Nagorno-Karabach / vestigingsalternatief Armenië.

De rechtbank is van oordeel dat de bestreden beschikkingen op onzorgvuldige wijze zijn gemotiveerd. Hiertoe is allereerst redengevend dat verweerder in de bestreden beschikkingen heeft overwogen dat het onaannemelijk is dat er na 1992 nog gemengd gehuwden, zoals eisers, in Nagorno-Karabach voorkomen. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op genoemd ambtsbericht d.d. 28 december 1999, waarin onder meer staat vermeld dat Nagorno-Karabach uitsluitend bewoond wordt door etnische Armeniërs en dat etnische Azeri, echtparen in een gemengd huwelijk, alsmede de eventuele kinderen daarvan, Nagorno-Karabach tussen 1988 en 1992 hebben verlaten.

De rechtbank kan verweerder hierin niet volgen. De rechtbank leest deze passage in het ambtsbericht niet zo absoluut als verweerder en acht het niet volledig uitgesloten dat er - weliswaar in uiterst beperkte aantallen - toch nog gemengd gehuwden voorkomen in Nagorno-Karabach. Het voert de rechtbank in ieder geval te ver om uitsluitend op grond van deze passage in het ambtsbericht het relaas van eisers als ongeloofwaardig af te doen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder in de bestreden beschikkingen zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers een vestigingsalternatief hebben in Armenië. Verweerder heeft gesteld dat eisers kunnen opteren voor het Armeense staatsburgerschap. De rechtbank is evenwel van oordeel dat deze omstandigheid geen zelfstandige afwijzingsgrond voor toelating in Nederland kan vormen. Vluchtelingschap dient allereerst bezien te worden in relatie tot het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit bezit, dan wel het land van bestendig verblijf. Armenië is niet als zodanig te beschouwen ten opzichte van eisers. Ook de in de Vw geregelde situatie van land van eerder verblijf is in het geval van eisers niet van toepassing nu zij vanuit Nagorno-Karabach zijn vertrokken naar Rusland. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE

Zittingsplaats Zwolle

Vreemdelingenkamer

regnr.: Awb 00/72045 OVERIO GR

UITSPRAAK

inzake: A,

geboren op [...] 1959,

alsmede diens echtgenote B,

geboren op [...] 1959,

mede ten behoeve van hun minderjarige kinderen,

verblijvende te C,

van Azerbeidzjaanse nationaliteit,

IND dossiernummer 9911.11.2033,

eisers,

gemachtigde: mr. T.J.M. Wijngaard, advocaat te Den Bosch;

tegen: DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

verweerder,

gemachtigde: mr. E.E. van der Kamp, te 's-Gravenhage.

1 PROCESVERLOOP

1.1 Op 12 november 1999 hebben eisers aanvragen om toelating als vluchteling ingediend. Bij beschikkingen van 8 juni 2000, uitgereikt op 3 juli 2000, heeft verweerder de aanvragen niet ingewilligd en ambtshalve beslist aan eisers geen vergunning tot verblijf op grond van klemmende redenen van humanitaire aard te verlenen.

1.2 Eisers hebben daartegen bij brief van 27 juli 2000 bezwaar gemaakt. Bij beschikkingen van 21 november 2000 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3 Bij beroepschrift van 23 november 2000 hebben eisers beroep ingesteld tegen deze beschikkingen. Het beroep is ter zitting van 23 oktober 2001 behandeld. Eiser is daarbij verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2 OVERWEGINGEN

2.1 In deze procedure dient te worden beoordeeld of de bestreden beschikkingen toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsregels kunnen doorstaan.

Op 1 april 2001 is de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in werking getreden en is de Vreemdelingenwet (Vw) ingetrokken. De bestreden beschikkingen zijn bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van deze wet. Derhalve toetst de rechtbank de rechtmatigheid van de beschikkingen aan de bepalingen van de Vw.

Met betrekking tot het procedurele recht overweegt de rechtbank het volgende. Artikel 119 Vw 2000 beperkt de toepassing van het recht dat gold vóór invoering van deze wet uitsluitend tot de mogelijkheid om beroep in te stellen, het griffierecht en de schorsende werking, zodat voor het overige het nieuwe recht van toepassing is. De rechtbank dient dus met ingang van 1 april 2001 bij de beoordeling van het beroep toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 83 Vw 2000 en rekening te houden met feiten en omstandigheden die na het nemen van de bestreden beschikkingen zijn opgekomen, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

2.2 Op grond van artikel 15 Vreemdelingenwet (Vw) in samenhang met artikel 1(A) van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen kunnen vreemdelingen die afkomstig zijn uit een land waarin zij gegronde reden hebben te vrezen voor vervolging wegens hun godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke overtuiging of hun nationaliteit, dan wel wegens het behoren tot een bepaald ras of een bepaalde sociale groep, als vluchteling worden toegelaten.

2.3 Het vluchtrelaas van eisers komt op het volgende neer.

Eiser behoort tot de etnisch Armeense bevolkingsgroep, eiseres tot de etnisch Azerbeidzjaanse bevolkingsgroep. Eisers zijn afkomstig uit Nagorny-Karabach. Vanwege de etnische afkomst van eiseres en hun gemengde huwelijk hebben eisers problemen ondervonden. Eiser is in november 1998, vanwege de afkomst van zijn echtgenote, beschuldigd van het leveren van wapens aan Azeri. Eiser is verhoord door militairen, waarbij zij twee van zijn vingers hebben gebroken. Eiser is vervolgens naar het ziekenhuis gebracht. Na twee dagen is eiser het ziekenhuis uit gelopen en direct met zijn gezin naar Minwod in de Russische Federatie vertrokken. Omdat zij niet over documenten beschikten, kregen zij ook daar problemen. Uiteindelijk zijn eisers naar Nederland vertrokken.

2.4 Verweerder heeft de aanvragen afgewezen, omdat geen aanleiding bestaat aan te nemen dat eisers als gemengd gehuwden na 1992 nog in Nagorny-Karabach hebben verbleven. Gewezen wordt op het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 december 1999 (kenmerk DPC/AM-627435). Uit dit ambtsbericht blijkt immers dat de enclave Nagorny-Karabach uitsluitend bewoond wordt door etnische Armenen en dat er geen etnische Azeri meer voorkomen. De stelling van eisers dat er, gelet op een brief van VVN Rijnmond d.d. 4 mei 2000, nog wel gemengd gehuwden voorkomen in Nagorny-Karabach kan niet tot een ander oordeel leiden.

Voorts bestaat er een vestigingsalternatief voor eisers in Armenië. De inhoud van genoemd ambtsbericht duidt er niet op dat personen met een gemengde afkomst zoals eiseres, en gemengd gehuwden, deswege noemenswaardige problemen in Armenië ondervinden.

2.5 Eisers stellen dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat in Nagorny-Karabach geen gemengd gehuwden meer voorkomen en dat eisers een vestigingsalternatief in Armenië hebben. Gelet hierop zijn de bestreden beschikkingen op onzorgvuldige wijze tot stand gekomen en berusten zij niet op een deugdelijke motivering. Bovendien is ten onrechte niet voldaan aan de hoorplicht.

2.6 Vooropgesteld moet worden, dat niet is gebleken dat de politieke en mensenrechtensituatie in Azerbeidzjan (en in het bijzonder Nagorny-Karabach) zodanig is dat asielzoekers uit dat land zonder meer als vluchteling behoren te worden aangemerkt. Derhalve zal aannemelijk moeten zijn dat er met betrekking tot eisers persoonlijk feiten en omstandigheden bestaan waardoor zij gegronde reden hebben te vrezen voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin.

2.7 De rechtbank is van oordeel dat de bestreden beschikkingen op onzorgvuldige wijze zijn gemotiveerd. Hiertoe is allereerst redengevend dat verweerder in de bestreden beschikkingen heeft overwogen dat het onaannemelijk is dat er na 1992 nog gemengd gehuwden, zoals eisers, in Nagorny-Karabach voorkomen. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op genoemd ambtsbericht d.d. 28 december 1999, waarin onder meer staat vermeld dat Nagorny-Karabach uitsluitend bewoond wordt door etnische Armeniërs en dat etnische Azeri, echtparen in een gemengd huwelijk, alsmede de eventuele kinderen daarvan, Nagorny-Karabach tussen 1988 en 1992 hebben verlaten.

De rechtbank kan verweerder hierin niet volgen. De rechtbank leest deze passage in het ambtsbericht niet zo absoluut als verweerder en acht het niet volledig uitgesloten dat er -weliswaar in uiterst beperkte aantallen- toch nog gemengd gehuwden voorkomen in Nagorny-Karabach. Het voert de rechtbank in ieder geval te ver om uitsluitend op grond van deze passage in het ambtsbericht het relaas van eisers als ongeloofwaardig af te doen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder in de bestreden beschikkingen zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers een vestigingsalternatief hebben in Armenië. Verweerder heeft gesteld dat eisers kunnen opteren voor het Armeense staatsburgerschap. De rechtbank is evenwel van oordeel dat deze omstandigheid geen zelfstandige afwijzingsgrond voor toelating in Nederland kan vormen. Vluchtelingschap dient allereerst bezien te worden in relatie tot het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit bezit, dan wel het land van bestendig verblijf. Armenië is niet als zodanig te beschouwen ten opzichte van eisers. Ook de in de Vw geregelde situatie van land van eerder verblijf is in het geval van eisers niet van toepassing nu zij vanuit Nagorny-Karabach zijn vertrokken naar Rusland.

Overigens merkt de rechtbank naar aanleiding van het gestelde in het verweerschrift met betrekking tot de Vw 2000 nog op dat ook in deze wet een aantal bepalingen voorkomt, waarbij verblijf in respectievelijk het bezitten van de nationaliteit van een ander land aan de vreemdeling wordt tegengeworpen. Het ligt in de onderhavige situatie, waarin de vreemdelingen noch de nationaliteit van dat andere land bezitten noch daar hebben verbleven, evenwel niet voor de hand om een verblijfsalternatief tegen te werpen.

2.8 Reeds gelet op het vorenstaande kunnen de bestreden beschikkingen naar het oordeel van de rechtbank niet in stand blijven.

2.9 Het beroep is derhalve gegrond.

2.10 De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de door eisers gemaakte proceskosten en het door hen betaalde griffierecht.

3 BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de beschikkingen van 21 november 2000 en bepaalt dat verweerder nieuwe besluiten neemt met inachtneming van deze uitspraak;

- wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon om het griffierecht ad ƒ 50,-- aan eisers te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers ad ƒ1.420,-- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan eisers

rechtbank dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Blomsma, voorzitter, en mr. A.E.M. Effting-Zeguers en mr. A.A.J. Lemain, rechters, en in het openbaar uitgesproken door mr. G. Blomsma in tegenwoordigheid van mr. W.L.J. Fernhout als griffier op 17 december 2002

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden: 17 december 2002