Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9990

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-11-2001
Datum publicatie
08-03-2002
Zaaknummer
AWB 01/56078
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Weigering toegang / onderzoek verblijfsvergunning.

Aan verzoeker, een Sierra Leoner, is op grond van artikel 3, eerste lid en onder aanhef b, Vw 2000 de toegang geweigerd, aangezien hij in het bezit zou zijn van een vervalst Sierra Leoons paspoort. Verzoeker is in het bezit van een authentiek bevonden Spaanse verblijfsvergunning. Verweerder is voornemens verzoeker uit te zetten naar Sierra Leone.

Verweerder heeft in redelijkheid uitmogen gaan van het proces-verbaal van de Kmar, afdeling Falsificaten, dat het paspoort (ver)vals(t) is.

In principe dient volgens artikel 5, derde lid, SUO doorreis te worden verleend, aangezien verzoeker houder is van een door een Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel.

Naar het oordeel van de president is niet ten onrechte dat verweerder gerede twijfel heeft, gezien het valse paspoort, aan de geldigheid van deze verblijfsvergunning. Dat deze vergunning frauduleus zou zijn verkregen is echter een conclusie die niet tot de competentie van de Nederlandse autoriteiten behoort, doch is voorbehouden aan de Spaanse autoriteiten. Het komt de president dan ook als juist voor indien verweerder contact op zou nemen met de Spaanse autoriteiten teneinde te verifiëren of de verblijfsvergunning als geldig kan worden aangemerkt en of Spanje bereid is om verzoeker toegang te verlenen. Mocht het antwoord op die vragen bevestigend zijn, dan dient verweerder verzoeker doorreis te verlenen en moet de weigering ex artikel 3 Vw 2000, voorzover het de doorreis betreft, als onrechtmatig worden beschouwd, aangezien deze dan in strijd met artikel 5 SUO is. Een dergelijk onderzoek zou kunnen plaatsvinden binnen de administratieve beroepsprocedure die verzoeker tegen de toegangsweigering heeft doen aanvangen.

Eerst indien zou blijken dat verzoeker geen toegang kan krijgen tot Spanje komt verwijdering van verzoeker naar Sierra Leone in zicht. Gezien de mogelijkheid dat de aan de Spaanse autoriteiten te stellen vragen negatief worden beantwoord, en mede gezien het feit dat het paspoort van verzoeker vals dan wel vervalst is, acht de president schorsing van de toegangsweigering thans niet op zijn plaats. De grondslag van de maatregel ex artikel 6 Vw 2000 blijft derhalve onaangepast.

De president ziet evenwel aanleiding om een voorziening te treffen in die zin dat verwijdering naar een ander land dan Spanje wordt verboden in afwachting van de beslissing op het door verzoeker ingediende administratief beroep.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 3
Vreemdelingenwet 2000 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam.

Vreemdelingenzaken

President

Uitspraak

Artikel 8:84 Algemene wet bestuursrecht (Awb)

jº artikel 71 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

reg. nr.: AWB 01/56078 BEPTDN (voorlopige voorziening)

inzake: A, geboren op [...] 1973, van Sierraleoonse nationaliteit, verblijvende in het Passantenverblijf Triport te Schiphol, verzoeker,

gemachtigde: mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem,

tegen: de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. A.E.W. Buskens, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van verweerders ministerie.

I. PROCESVERLOOP

1. Op 22 oktober 2001 is verzoeker op de luchthaven Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b van de Vw 2000.

2. Op 26 oktober 2001 heeft verzoeker tegen deze weigering een administratief beroepschrift ingediend. Op dezelfde datum heeft verzoeker bij de president van deze rechtbank een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend, waarbij is verzocht de bestreden beslissing te schorsen totdat op het administratief beroep is beslist, dan wel te verbieden dat verzoeker naar een ander land dan Spanje wordt verwijderd.

De gronden van het verzoek zijn op 6 november 2001 ingediend. Op 6 november 2001 zijn de op de zaak betrekking hebbende stukken van verweerder ter griffie ontvangen.

3. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2001. Verzoeker is aldaar vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

II. STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

1. Verzoeker heeft het volgende aangevoerd. Verweerder is voornemens verzoeker te verwijderen naar Sierra Leone. Het ontgaat verzoeker op grond waarvan verweerder hem meent te kunnen verwijderen naar Sierra Leone, aangezien verweerder stelt dat het paspoort van verzoeker vals is. De stelling van verweerder dat het paspoort van verzoeker vals dan wel vervalst is omdat enkele bladzijden van het paspoort niet overeen zouden komen met die bladzijden in een origineel door de autoriteiten afgegeven paspoort, kan verzoeker niet volgen. Het ligt niet voor de hand dat een vreemdeling een paspoort op zo’n wijze vervalst. Het is heel goed mogelijk dat bij de totstandkoming van het paspoort daarin twee verkeerde bladzijden terecht zijn gekomen. Daarbij komt dat gesteld noch gebleken is dat bedoelde bladzijden van het paspoort niet authentiek zouden zijn. Onduidelijk is of verweerder het paspoort ter verificatie heeft voorgelegd aan de Sierraleoonse ambassade te Brussel.

Het is vreemd dat de kopie van de verblijfsvergunning als vals is aangemerkt terwijl de verblijfsvergunning authentiek is bevonden. Verweerder moet in staat worden geacht op eenvoudige wijze de authenticiteit van het document bij de Spaanse autoriteiten te verifiëren. Onduidelijk is of verweerder de kopie aan de Spaanse autoriteiten heeft voorgelegd.

In een vergelijkbare zaak bij de president van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem (AWB 01/50466 VRONTN), oordeelde de president dat verweerder niet had kunnen volstaan met het overnemen van de conclusie van de afdeling Falsificaten, aangezien de vreemdeling gemotiveerd heeft betwist dat zijn verblijfvergunning niet authentiek was.

Voldoende duidelijk is gebleken dat verzoeker met een bepaald doel naar Spanje wenst te reizen. Hij heeft namelijk op grond van rechtmatig verblijf aldaar een redelijk bestaan weten op te bouwen.

2. Verweerder heeft ter zitting het volgende aangevoerd. De toegang is terecht geweigerd, aangezien verzoeker in het bezit was van een vals paspoort. Er bestaat geen aanleiding om te twijfelen aan het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee (Kmar). De Spaanse verblijfsvergunning is frauduleus verkregen, nu verzoeker gebruik heeft gemaakt van een vervalst paspoort. Verzoeker wordt gepresenteerd bij de Sierraleoonse autoriteiten. Dit speelt verder geen rol in deze procedure, want het gaat alleen om de toegangsweigering. Presentatie komt pas aan de orde bij verwijdering of bij de beoordeling van de inbewaringstelling.

III. OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan -onder meer-, indien voorafgaand aan een

mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit administratief beroep is ingesteld, de president van de rechtbank, die bevoegd is of dit kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. In artikel 3, eerste lid, aanhef onder b, van de Vw 2000 is bepaald:

„Toegang tot Nederland wordt geweigerd aan de vreemdeling die een gevaar oplevert voor de openbare orde of nationale veiligheid.“

3. Uit een proces-verbaal opgemaakt op 22 oktober 2001 door de Kmar, afdeling Falsificaten, te Schiphol, blijkt dat het bij verzoeker aangetroffen Sierraleoonse paspoort op diverse punten vals dan wel vervalst is. Om deze reden was verweerder, naar het oordeel van de president, in beginsel bevoegd om verzoeker op grond van redenen van openbare orde de toegang tot Nederland te weigeren. Daarbij is uitgangspunt dat in het algemeen van de juistheid van de in een ambtsedig of op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal vervatte conclusies dient te worden uitgegaan. De president volgt daarbij niet het standpunt zoals is neergelegd in de door verzoeker overgelegde uitspraak van de president van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 26 oktober 2001 (AWB 01/50466), inhoudende dat in geval de vreemdeling een dergelijke conclusie gemotiveerd betwist verweerder de resultaten van het falsificatieonderzoek dient te verifiëren Nog afgezien van de vraag of in het onderhavige geval van een gemotiveerde betwisting sprake is, is de president van oordeel dat het betreffende proces-verbaal zodanig concreet en specifiek is, dat verweerder daar in redelijkheid op heeft mogen afgaan.

4. In artikel 5, derde lid, van de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen (SUO) is bepaald:

„De vreemdeling die houder is van een door een Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel of terugkeervisum, dan wel zo nodig van beide documenten, dient doorreis te worden verleend, tenzij hij gesignaleerd staat op de nationale signaleringslijst van de Overeenkomstsluitende Partij wier buitengrens hij beoogt te overschrijden.“

5. Verzoeker is in het bezit van een door de Kmar, zoals blijkt uit het hiervoor genoemde proces-verbaal, authentiek bevonden verblijfsvergunning voor Spanje. In principe dient volgens voornoemd artikel doorreis te worden verleend. Naar het oordeel van de president is het niet ten onrechte dat verweerder gerede twijfel heeft, gezien het valse paspoort, aan de geldigheid van deze verblijfsvergunning. Dat deze vergunning frauduleus zou zijn verkregen is echter een conclusie die niet tot de competentie van de Nederlandse autoriteiten behoort, doch is voorbehouden aan de Spaanse autoriteiten. Het komt de president dan ook als juist voor indien verweerder contact op zou nemen met de Spaanse autoriteiten teneinde te verifiëren of de verblijfsvergunning als geldig kan worden aangemerkt en of Spanje bereid is om verzoeker toegang te verlenen. Mocht het antwoord op die vragen bevestigend zijn dan dient verweerder verzoeker doorreis te verlenen en moet de weigering ex artikel 3 van de Vw 2000, voorzover het de doorreis betreft, als onrechtmatig worden beschouwd, aangezien deze dan in strijd is met artikel 5 van de SUO is. Een dergelijk onderzoek zou kunnen plaatsvinden binnen de administratieve beroepsprocedure die verzoeker tegen de toegangsweigering heeft doen aanvangen. Gezien het voorgaande kan derhalve thans niet gezegd worden dat deze procedure zonder kans van slagen is.

6. Eerst indien zou blijken dat verzoeker geen toegang kan krijgen tot Spanje komt verwijdering van verzoeker naar Sierra Leone in het zicht. Gezien de mogelijkheid dat de aan de Spaanse autoriteiten te stellen vragen negatief worden beantwoord, en mede gezien het feit dat het paspoort van verzoeker vals dan wel vervalst is, acht de president een schorsing van de toegangsweigering thans niet op zijn plaats. Voor zover het verzoek zich daarop richt dient het te worden afgewezen. Ter voorlichting van verzoeker merkt de president daarbij op dat dit eveneens betekent dat de grondslag van de maatregel ex artikel 6 van de Vw 2000 die aan verzoeker is opgelegd derhalve onaangetast blijft.

7. De president ziet evenwel wel aanleiding om een voorziening te treffen in die zin dat verwijdering naar een ander land dan Spanje wordt verboden in afwachting van de beslissing op het door verzoeker ingediende administratief beroep. Het verzoek wordt derhalve in zoverre toegewezen.

8. Gelet op het voorgaande is er aanleiding om verweerder als in het ongelijk gestelde partij te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn begroot op f 1420,-- als kosten van verleende rechtsbijstand.

IV. BESLISSING

De president

1. wijst het verzoek toe in die zin dat verweerder wordt verboden verzoeker uit Nederland te (doen) verwijderen, met uitzondering van verwijdering naar Spanje, zolang niet op het administratief beroepschrift van 26 oktober 2001 is beslist;

2. veroordeelt verweerder in de proceskosten, begroot op f 1420,-- (zegge: veertienhonderdentwintig gulden), te betalen door de Staat der Nederlanden aan de griffier.

Deze uitspraak is gedaan en uitgesproken in het openbaar op 21 november 2001, door

mr. J.P. Smit, fungerend president, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Lee, griffier.

Afschrift verzonden op: 5 december 2001

Conc.: JL

Coll:

Bp: -

D: B