Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7550

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-12-2001
Datum publicatie
21-12-2001
Zaaknummer
09/754068-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/754068-01

rolnummer 4

's-Gravenhage, 20 december 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Turkije),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Huis van Bewaring Noordsingel te Rotterdam.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 6 december 2001 en 7 december 2001 .

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr G. Szegedi, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr J.H. Meulmeester heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1 subsidiair en 2 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, 9, 10 en 11 zullen worden onttrokken aan het verkeer, dat het blijkens de Beslaglijst onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 12, zal worden verbeurdverklaard, en dat de blijkens de Beslaglijst onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 2 tot en met 8 aan verdachte zullen worden teruggegeven.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1 primair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair en 2 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Strafbaarheid van de verdachte.

Namens verdachte heeft de raadsman met betrekking tot het eerste telastgelegde feit een beroep gedaan op psychische overmacht, op grond waarvan verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank verwerpt dit verweer, aangezien geen feiten of omstandigheden zijn aannemelijk gemaakt c.q. geworden, waaruit is af te leiden dat verdachte onder psychische druk heeft gestaan, laat staan een zodanige psychische druk dat van hem redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij daartegen weerstand bood.

Verdachte is deswege strafbaar, nu ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Motivering van de straf.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte is betrokken geweest bij het vervoeren van een zeer grote partij (ongeveer 65 kilo) heroïne in Nederland. Hij is daartoe aanwezig geweest bij de gesprekken met de mededaders die voorafgaand aan het transport hebben plaatsgevonden en hij heeft samen met één van de mededaders hand- en spandiensten verricht. Met genoemde mededader heeft verdachte de heroïne overgeladen uit de kofferbak van een auto in de kofferbak van een andere auto. Vervolgens is verdachte met laatstgenoemde auto van Den Haag naar Rotterdam gereden, alwaar hij is aangehouden.

Heroïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De hoeveelheid heroïne was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Verspreiding van en handel in heroïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ook de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Verdachte heeft gehandeld uit financieel gewin zonder oog te hebben voor de kwalijke gevolgen die verspreiding en handel van deze drug met zich brengen.

Bij zijn aanhouding beschikte verdachte bovendien over een vuurwapen met bijbehorende munitie.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat de psychische druk waaronder verdachte heeft gestaan toen hij het eerste telastgelegde feit pleegde, een omstandigheid vormt, waarmee de rechtbank rekening moet houden bij de strafmaat. Nu uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat verdachte onder psychische druk heeft gestaan, zal de rechtbank dit verweer passeren.

De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde gevangenissstraf, gelet op het voorgaande alsmede de omstandigheid dat verdachte voor wat betreft zijn eigen rol openheid van zaken heeft gegeven, gerechtvaardigd.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 9, 10 en 11 onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot de voorwerpen genummerd 1, te weten de 3 sporttassen met de heroïne, het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde feit is begaan, en met betrekking tot c.q. met behulp van de voorwerpen genummerd 9, 10 en 11, te weten het pistool, de patroonhouders en de kogels, het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan, terwijl deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Onvoldoende duidelijk is geworden aan wie het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 12 in eigendom toebehoort. De rechtbank zal, nu geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, de bewaring van het voorwerp ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 2 tot en met 8.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1 primair telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair en 2 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

1 subsidiair: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

2: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

- gevangenisstraf voor de duur van 4 JAREN;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op: 31 mei 2001;

in voorlopige hechtenis gesteld op: 6 juni 2001;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart onttrokken aan het verkeer de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, 9, 10 en 11, te weten:

- 62375.00 KG heroïne,

3 sporttassen inh. Heroïne brutogewicht 62,375 KG;

- 1 vuurwapen, merk HS, type Glock 19, kaliber 9mm;

- 2 patroonhouders;

- 30 patronen;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 12, te weten:

- 1 personenauto, Volkswagen Polo SDI 1999, kl: blauw, 47 KW ([[kenteken]]);

gelast de teruggave aan verdachte van het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 2 tot en met 8, te weten:

- 1 telefoontoestel, kl: blauw/grijs, Nokia 3310, zonder Simkaart;

- 1 telefoontoestel, Callmaxx;

- 1 notitieboek, Verona, met telefoonnummers;

- 1 sleutelbos, ring met 4 sleutels;

- 1 telefoontoestel, kl: blauw/grijs, Nokia 3310 met 2 Simkaarten;

- 1 telefoontoestel, Nokia 6210, met 3 Simkaartjes;

- 2 stickers van vlucht KL107 Istanbul.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Elkerbout, voorzitter,

Don en Raeijmaekers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Gest, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2001.