Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7549

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-12-2001
Datum publicatie
21-12-2001
Zaaknummer
09/754069-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/754069-01

rolnummer 2

's-Gravenhage, 20 december 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [woonplaats] (Turkije),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Over-Amstel, Huis van Bewaring Demersluis te Amsterdam.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 6 december en 7 december 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr R. Menschaert, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr J.H. Meulmeester heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1 subsidiair, 2 en 3 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 tot en met 7, 8a en 8b zullen worden onttrokken aan het verkeer, en dat de blijkens de Beslaglijst onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 9a tot en met 9f aan verdachte zullen worden teruggegeven.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1 primair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging.

Namens verdachte is ter zitting aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte de heroïne opzettelijk heeft vervoerd etc. dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad. Verdachte stelt niet te hebben geweten wat de inhoud was van de door hem overgeladen sporttassen.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zowel op 30 mei 2001 als op 31 mei 2001 bij besprekingen in grillroom [[naam]] te 's-Gravenhage aanwezig zijn geweest. Bij de bespreking op 31 mei 2001 waren naast verdachte en [medeverdachte] ook de leverancier en (beoogde) afnemers van de heroïne en enkele tussenpersonen aanwezig. Éen van hen heeft verklaard dat tijdens deze bespreking over heroïne is gesproken.

De leverancier en een van de tussenpersonen waren door verdachte naar grillroom [[naam]] gebracht ten behoeve van die bespreking. Hun Opel Vectra met daarin de heroïne bleef in de [adres] te 's-Gravenhage achter.

Vervolgens hebben verdachte en [medeverdachte] grillroom [[naam]] verlaten, zijn naar de [adres] te 's-Gravenhage gereden en hebben de (drie zware tassen met) heroïne vanuit de Opel Vectra in de Volkswagen Polo van [medeverdachte] gezet. Verdachte heeft de Opel Vectra vervolgens naar grillroom [[naam]] gereden, en is vanuit daar met enkele medeverdachten in de auto van één van hen vertrokken en later aangehouden. [medeverdachte] is met de heroïne in de Volkswagen Polo in Rotterdam aangehouden.

Op grond van het vorenstaande - met name de aanwezigheid van verdachte bij de

besprekingen en het gewicht van de door hem overgeladen tassen - acht de rechtbank bewezen dat verdachte de heroïne, samen met anderen, opzettelijk heeft vervoerd.

De rechtbank leidt uit de geschetste gang van zaken af dat verdachtes aanwezigheid op

31 mei 2001 (in tegenstelling tot wat hij hierover zelf verklaart) niet toevallig was, dat verdachte heeft geweten dat een heroïne-deal zou plaatsvinden en dat de tassen heroïne bevatten. Hierbij speelt een rol dat verdachte die dag twee pistolen, waarvan een met geluiddemper, en 40 bijbehorende patronen op zak had, over het bezit waarvan hij een volstrekt ongeloofwaardige verklaring heeft afgelegd.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair, 2 en 3 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Motivering van de straf.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte is betrokken geweest bij het vervoeren van een zeer grote partij (ongeveer 65 kilo) heroïne in Nederland. Hij is daartoe aanwezig geweest bij de gesprekken met zijn mededaders die voorafgaand aan het transport hebben plaatsgevonden en hij heeft samen met één van de mededaders de heroïne overgeladen uit de kofferbak van een auto in de kofferbak van een andere auto, waarna de heroïne door die ander is vervoerd naar Rotterdam.

Heroïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De hoeveelheid heroïne was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Verspreiding van en handel in heroïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ook de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Verdachte heeft gehandeld uit financieel gewin zonder oog te hebben voor de kwalijke gevolgen die verspreiding en handel van deze drug met zich brengen.

Bij zijn aanhouding beschikte verdachte bovendien over twee vuurwapens en bijbehorende munitie. Gezien de wapens die verdachte bij zich had en gezien de omstandigheid dat hij ook een geluidsdemper bij zich had, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte tevens als beschermer van het transport heeft opgetreden.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, de door de officier van justitie gevorderde gevangenissstraf, gerechtvaardigd.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1 tot en met 7, te weten 2 pistolen, 3 patroonhouders, 40 kogels en 1 geluidsdemper, onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot c.q. met behulp van deze voorwerpen de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De rechtbank zal voorts de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 8A en 8B, te weten een abonnement van het openbaar vervoer en een uittreksel van de vreemdelingendienst , onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien deze aan de dader toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen, terwijl deze voorwerpen, nu daarvan de valsheid is komen vast te staan, kunnen dienen tot de belemmering van de opsporing van die feiten en het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 9A tot en met 9F.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 36b, 36c, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1 primair telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

1 subsidiair: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

3: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

- gevangenisstraf voor de duur van 4 JAREN;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op: 31 mei 2001;

in voorlopige hechtenis gesteld op: 6 juni 2001;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart onttrokken aan het verkeer het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 1 tot en met 8B, te weten:

- 1 vuurwapen, Beretta, type 92 FS, kaliber 9mm;

- 1 vuurwapen, CZ, type 83, kaliber 7.65;

- 2 patroonhouders, merk Beretta;

- 1 patroonhouder, merk CZ;

- 25 patronen, kaliber 9mm;

- 15 patronen, kaliber .22;

- 1 geluidsdemper;

- 1 abonnement:

HTM o.n.v. [[naam]] met foto van [verdachte];

- 1 uittreksel VTV vreemdel. Dienst o.n.v. [[naam]];

gelast de teruggave aan verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 9A tot en met 9F, te weten:

- 1 bruine lederen portemonnee met inhoud;

- 1 goudkleurige ring;

- 3 telefoonkaarten;

- 4 pasfoto's;

- briefjes met aantekeningen;

- 1 agenda, kl: zwart, 2001, met notities.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Elkerbout, voorzitter,

Don en Raeijmaekers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Gest, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2001 .