Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7446

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-12-2001
Datum publicatie
20-12-2001
Zaaknummer
KG 01/1473 en 01/1474
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage

Sector Civiel Recht - President

Vonnis in kort geding van 18 december 2001,

gewezen in de zaken met rolnummers KG 01/ 1473 en 01/1474

Gemeente Rijswijk, zetelend te Rijswijk,

Gemeente Leidschendam, zetelend te Leidschendam,

eiseressen,

procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,

advocaat:: mr. N.S.J. Koeman te Amsterdam,

tegen

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),

zetelende te Den Haag,

gedaagde,

procureurs: mrs. E.J. Daalder en E.C. Pietermaat,

waarin gevorderd heeft zich te mogen voegen aan de zijde van gedaagde:

de Gemeente Den Haag, zetelend te Den Haag,

procureur: mr. W. Taekema

advocaat: mr. C.G.M. Cartigny te Rotterdam.

1. De feiten

Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting van 5 december 2001 staat, voor zover in het kader van dit kort geding van belang, tussen partijen vast:

- Bij besluit van 18 september 2001 (gepubliceerd in de Staatscourant van 1 oktober 2001) heeft gedaagde, overeenkomstig de Wet van 12 juli 2001 tot gemeentelijke herindeling van Den Haag en omgeving (hierna: de Wet), onder meer de met ingang van 1 januari 2002 gewijzigde grens beschreven van de gemeente Den Haag met de gemeenten Rijswijk en Leidschendam;

- Namens eiseressen is tegen dit besluit bezwaar in de zin van artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gemaakt;

- Zij hebben daarnaast verzoeken als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, Awb ingediend. De datum van behandeling van deze verzoeken is bepaald op 5 december 2001. De gemeente Den Haag is in deze procedure als derde belanghebbende aangemerkt;

- Gedaagde heeft aangegeven zich op het standpunt te stellen dat genoemd besluit van 18 september 2001 een algemeen verbindend voorschrift is, dat daartegen geen bezwaar en beroep mogelijk is en dat de president derhalve onbevoegd is om van het verzoek om een voorlopige voorziening kennis te nemen;

- Namens eiseressen zijn vervolgens tevens civielrechtelijke procedures geïnitieerd, die zijn ingeleid door dagvaardingen in kort geding van 4 december 2001;

- De civielrechtelijke behandeling van de zaken in kort geding alsmede de bestuursrechtelijke behandeling van de verzoeken om een voorlopige voorziening hebben op 5 december 2001 plaatsgevonden. De gemeente Den Haag heeft gevorderd als gevoegde partij te worden toegelaten;

- In beide procedures is de uitspraak bepaald op heden.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

Eiseressen vorderen, kort weergegeven, gedaagde te gebieden om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het besluit van 18 september 2001, respectievelijk voor wat betreft de gemeentegrens Den Haag - Rijswijk ter plaatse van de locatie Hoornwijck en de gemeentegrens Den Haag - Leidschendam bij de Zeeheldenbuurt/ Overgoo en in het Park Leeuwenbergh te herroepen en vervolgens binnen 7 dagen in een nieuw besluit de grenzen vast te stellen conform hetgeen namens eiseressen is bepleit, zulks op verbeurte van een dwangsom.

Daartoe wordt meer in het bijzonder het volgende aangevoerd.

Eiseressen hebben aangevoerd dat uit artikel 10, tweede lid van de Wet algemene regels herindeling voortvloeit dat de grensbeschrijving overeen moet stemmen met de grenzen die zijn aangegeven in de Wet en de daarbij behorende wettelijke kaart. Dat is voor wat betreft de percelen die liggen op de locatie Hoornwijck in Rijswijk en de Zeeheldenbuurt/Overgoo in Leidschendam niet het geval. De grens zoals aangegeven op de grensbeschrijving wijkt wezenlijk af van de grens die is aangegeven op de wettelijke kaart. Eiseressen achten deze afwijking niet gerechtvaardigd door de daarvoor in het bestreden besluit gegeven onderbouwing. De grensbeschrijving is dan ook in strijd met de wet en reeds op deze grond een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. De gemeente Leidschendam stelt zich voorts op het standpunt dat gedaagde op twee locaties ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid kennelijke onjuistheden te corrigeren, terwijl hij bij het Tennispark Leeuwenbergh die bevoegdheid op onjuiste wijze heeft benut. Hiermee heeft gedaagde in strijd met artikel 10, tweede lid, van de Wet en daarmee onrechtmatig in de zin van artikel 6:162, voornoemd, gehandeld.

Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De gemeente Den Haag heeft zich bij dit verweer aangesloten.

3. Beoordeling van het geschil

De president is van oordeel dat het besluit van 18 september 2001 een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift (avv) is. In jurisprudentie en doctrine is vastgesteld dat sprake is van een avv indien - onder meer - de regeling algemene regels inhoudt waarin rechtsnormen zijn vervat. Naar voorlopig oordeel wordt daar in het onderhavige geval niet aan voldaan. Het besluit is immers geen samenstel van algemene, abstracte regels, die zich voor herhaalde concrete toepassing lenen, doch houdt in het eenmalig vaststellen van een territoriale grens. Het geeft precies aan welke kadastrale percelen na 1 januari 2002 in welke gemeente liggen. Het besluit ontbeert het karakter van materiele wetgeving.

Het voorgaande betekent dat tegen het besluit beroep en daaraan voorafgaande bezwaar open staat en dat de president bijgevolg bevoegd is van het verzoek ex artikel 8:81, eerste lid, Awb kennis te nemen. De beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit van 18 september 2001 is derhalve voorbehouden aan de bestuursrechter. Nu tegen dat besluit een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat, is de president in civiel kort geding niet bevoegd van de vordering kennis te nemen.

Nu het initiëren van deze kort gedingprocedure het directe gevolg is van de aankondiging van gedaagde om in de bestuursrechtelijke procedure een ontvankelijkheidsverweer te zullen voeren, zal de president de kosten compenseren.

4. Beslissing

De President:

Verklaart zich onbevoegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.J. van Reenen - Stroebel en uitgesproken ter openbare zitting van 18 december 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.

rm