Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7115

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-10-2001
Datum publicatie
04-02-2002
Zaaknummer
AWB 01/52014 VRONTN
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaring / schadevergoeding / mob.

Eiser is ongeoorloofd en met onbekende bestemming uit het AC Schiphol vertrokken. Eiser heeft zijn belang bij het beroep - gelegen in de vaststelling of de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatigheid was en zo ja, of hem schadevergoeding toekomt - prijsgegeven, nu hij noch zijn gemachtigde ter zitting is verschenen en ook overigens het in het beroepschrift neergelegde verzoek om schadevergoeding niet is toegelicht. Beroep niet-ontvankelijk.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 6, geldigheid: 2001-10-25
Vreemdelingenwet 2000 106, geldigheid: 2001-10-25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam

Sector Bestuursrecht

enkelvoudige kamer

Uitspraak

op grond van artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

jo artikel 94 en 106 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

reg. nr.: AWB 01/52014 VRONTN

inzake : A, geboren op [...] 1963, van (gestelde) Marokkaanse nationaliteit, met onbekende woon- of verblijfplaats, eiser,

gemachtigde: mr. J. Hemelaar, advocaat te Hoofddorp,

tegen : de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. H. van Galen, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Op 11 oktober 2001 is eiser op grond van artikel 3 van de Vw 2000 op de luchthaven Schiphol de verdere toegang tot Nederland geweigerd. Ten aanzien van eiser is op dezelfde datum de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 toegepast.

Bij beroepschrift van 11 oktober 2001 heeft de gemachtigde van eiser beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. Daarbij is opheffing van de maatregel gevorderd alsmede toekenning van schadevergoeding en veroordeling van verweerder in de proceskosten.

Op 12 oktober 2001 heeft eiser een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel.

Op 15 oktober 2001 is eiser met onbekende bestemming vertrokken.

Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 18 december 2001. Eiser noch zijn gemachtigde is aldaar - zonder voorafgaand bericht van verhindering - verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde.

II. OVERWEGINGEN

Namens eiser zijn geen gronden aangevoerd.

Verweerder heeft - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat aangezien eiser is ontsnapt uit het gebouw van het Aanmeldcentrum (AC) Schiphol, zijn procesbelang is komen te vervallen. Overigens is de toepassing van de maatregel ex artikel 6 van de Vw 2000 rechtmatig geweest.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank stelt vast dat eiser op 15 oktober 2001 ongeoorloofd en met onbekende bestemming uit het AC Schiphol is vertrokken en zodoende niet langer onderworpen is aan de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 van de Vw 2000. Naar het oordeel van de rechtbank is eisers belang bij de handhaving van het onderhavige beroep dan ook enkel nog gelegen in de vaststelling of de vrijheidsontnemende maatregel op enig moment voor zijn vertrek onrechtmatig was en zo ja, of er termen zijn schadevergoeding als bedoeld in artikel 106 van de Vw 2000 toe te kennen.

Nu eisers gemachtigde niet ter zitting is verschenen om het in het beroepschrift van 11 oktober 2001 - niet nader onderbouwde - neergelegde verzoek om schadevergoeding toe te lichten en ook overigens namens eiser niet is aangegeven op welke gronden schadevergoeding zou moeten worden toegekend, houdt de rechtbank het er voor dat eiser zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling van de zaak heeft prijsgegeven.

Om die reden acht de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

III. BESLISSING:

De rechtbank

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Salomon, rechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2001, in tegenwoordigheid van mr. J. Snoeijer, griffier.

Afschrift verzonden op:

Conc.: JSn

Coll:

Bp:-

D:C

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Ingevolge artikel 69, derde lid, van de Vw 2000 bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep één week. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.