Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6914

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-01-2001
Datum publicatie
10-01-2002
Zaaknummer
AWB 00/75377
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE

Zittingsplaats Zwolle

Vreemdelingenkamer

regnr.: Awb 00/75377 VRWET Z CM

uitspraak:

U I T S P R A A K

op het beroep tegen de bewaring op grond van artikel 26 van de Vreemdelingenwet, toegepast ten aanzien van de vreemdelinge genaamd althans zich noemende:

A,

geboren op [...] 1972 te Freetown,

nationaliteit Sierraleoonse,

thans verblijvende in het Huis van Bewaring te Zwolle.

Namens de vreemdelinge heeft mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, op 15 december 2000 beroep ingesteld tegen de bewaring, bevolen op 21 november 2000 en tevens verzocht om schadevergoeding.

De vreemdelinge is, bijgestaan door mr. Van der Woude, voornoemd, op 28 december 2000 ter zitting gehoord.

Namens de Staatssecretaris van Justitie is drs. E. ten Houten, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te Zwolle, verschenen. Verweerder heeft de rechtbank verzocht de bewaring niet op te heffen en het verzoek om schadevergoeding af te wijzen.

R E C H T S O V E R W E G I N G E N

Het bevel tot bewaring van 21 november 2000 is gegeven nu de uitzetting van de vreemdelinge is gelast en omdat het belang van de openbare orde de inbewaringstelling vordert, zoals nader in het bevel aangegeven (artikel 26, eerste lid, aanhef en onder a, Vw).

De vreemdelinge is op 21 november 2000 om 07.10 uur staandegehouden in een woning, [...] 829 te B, tijdens een huiszoeking in verband met een gerechtelijk vooronderzoek naar mensensmokkel. Het was de dienstdoende beambten uit voornoemd gerechtelijk vooronderzoek ambtshalve bekend dat in de betreffende woning illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen waren gehuisvest. Nadat de dienstdoende beambten zich middels een machtiging tot binnentreden toegang tot de woning hadden verschaft troffen zij in de woning een aantal vrouwen aan, waarvan de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke titel niet direct konden worden vastgesteld. De vreemdelinge kwam aan de toegangsdeur van de woning toen de agenten ter plaatse waren en wilde deze met een sleutel openen. Op dat moment is zij staandegehouden, omdat zij haar identiteit en verblijfsrechtelijke titel niet kon aantonen.

De procedure leidend tot en de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaring zijn in overeenstemming met de wettelijke vereisten. De bewaring is derhalve niet op die grond onrechtmatig. Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden gebleken op grond waarvan de bewaring onrechtmatig moet worden geacht.

Voldoende is gebleken dat de gronden voor de bewaring nog steeds bestaan. In de persoonlijke omstandigheden van de vreemdelinge, zoals deze uit de stukken en het verhoor naar voren zijn gekomen, zijn geen redenen gelegen om de bewaring op te heffen.

De vrees is gerechtvaardigd dat de vreemdelinge, wier identiteit niet vaststaat en die geen vaste woon- of verblijfplaats hier te lande heeft, indien in vrijheid gesteld, zich aan de reeds gelaste uitzetting zal onttrekken. De rechtbank laat daarbij wegen dat de vreemdelinge illegaal in Nederland verblijft.

De rechtbank acht geen termen aanwezig om reeds nu de duur van de bewaring te beperken. Het onderzoek naar de juiste identiteit van de vreemdelinge, dat nodig is voor de tenuitvoerlegging van de last tot uitzetting, zal -naar zich thans laat aanzien- niet zolang gaan duren dat bij afweging van alle betrokken belangen de bewaring van de vreemdelinge niet meer gerechtvaardigd is. Hierbij is van belang dat de vreemdelinge op 11 december 2000 is gepresenteerd bij Sierraleone. Diezelfde datum is door de consul-generaal van Sierraleone vastgesteld dat de vreemdelinge niet van Sierraleoonse afkomst is, maar mogelijk de Ghanese of Nigeriaanse nationaliteit heeft. Blijkens het faxbericht van verweerder van 22 december 2000 is de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op 12 december 2000 verzocht een presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten voor te bereiden. De rechtbank acht deze gang van zaken voldoende voortvarend en zicht op uitzetting nog immer aanwezig.

Dit brengt mee dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet noch bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid ongerechtvaardigd is.

Het beroep dient daarom ongegrond te worden verklaard.

B E S L I S S I N G

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus gewezen door mr. J.E. van den Steenhoven-Drion, in tegenwoordigheid van M.G. den Ambtman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2001

Afschrift verzonden:

5 januari 2001

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, voorzover het betreft de beslissing inzake schadevergoeding. De Officier van Justitie kan binnen veertien dagen na de uitspraak en de vreemdeling binnen een maand na de betekening van de uitspraak hoger beroep instellen door het indienen van een verklaring als bedoeld in artikel 449 Wetboek van Strafvordering bij de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage (zittingsplaats Zwolle).