Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6742

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-12-2001
Datum publicatie
06-12-2001
Zaaknummer
09/900497-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/900497-01

rolnummer 6

's-Gravenhage, 4 december 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te 's-Gravenhage,

[adres]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 20 november 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr P.J. Hoogendam, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Rijsdorp heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 3 telastgelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen cocaïne, 2 pistolen en 13 stuks munitie, zullen worden onttrokken aan het verkeer, en dat het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen geld, de vijzel, de kentekenbewijzen, de funscooter en 3 steps zullen worden teruggegeven aan verdachte.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder 3 is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 en 2 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte heeft, terwijl hij met anderen in een door hem bestuurde auto zat, wapens en munitie voorhanden gehad, hetgeen de veiligheid van personen in gevaar kan brengen.

Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid cocaïne aanwezig gehad. Cocaïne is een stof waarvan het gebruik niet alleen schadelijk is voor de volksgezondheid, maar welke ook direct en indirect oorzaak is van vele vormen van criminaliteit.

Met betrekking tot de op te leggen straf wordt tevens overwogen dat uit een verdachte betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 13 augustus 2001 is gebleken, dat verdachte in het verleden reeds eerder ter zake van strafbare feiten is veroordeeld, ook wegens overtreding van de Wet wapens en munitie.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat na te melden straf passend en geboden is.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 2, 3, 4, 5 en 6 onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot de stof genummerd 2 het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan, en met betrekking tot de voorwerpen genummerd 3, 4, 5 en 6 de onder 1 bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

Onvoldoende duidelijk is geworden aan wie de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 8, te weten kentekenbewijzen deel I en II MF-LS-51, in eigendom toebehoren. De rechtbank zal, nu geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: 1. geld: - los f 1,35, - biljetten totaal f 1.450,-; 7. vijzel; 9. funscooter en 10. 3 steps (1 in kartonnen dozen, 1 zonder verpakking).

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding onder 3 telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

MEDEPLEGEN VAN HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE, EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT MEER DAN ÉÉN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III,

en

MEDEPLEGEN VAN HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT MUNITIE VAN CATEGORIE III, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 2:

OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 2, EERSTE LID, ONDER C VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 6 MAANDEN;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 11 augustus 2001,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 14 augustus 2001;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf;

verklaart onttrokken aan het verkeer de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 2. cocaïne ± 23,5 gr. in zakje; 3. 1 pistool, merk Star, type 6.35; 4. 1 pistool, merk CZ, type 75B Luger; 5. 7 stuks munitie 9 mm; 6. 6 stuks munitie 6,35 mm;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 8, te weten kentekenbewijzen deel I en II MF-LS-51;

gelast de teruggave aan verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, te weten: 1. geld: - los f 1,35, - biljetten totaal

f 1.450,-; 7. vijzel; 9. funscooter en 10. 3 steps (1 in kartonnen dozen, 1 zonder verpakking);

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Hensen, voorzitter,

Schaffels en Spliet, rechters,

in tegenwoordigheid van Van den Bosch, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 december 2001.