Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6527

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-11-2001
Datum publicatie
03-12-2001
Zaaknummer
09-757294-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09-757294-01

rolnummer 0005

's-Gravenhage, 29 november 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

[geboortedatum] te Rotterdam,

[adres]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 15 november 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsvrouw mr Laning, is verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr Krol heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief en onder 2 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij Verkijk tot het bedrag ad ƒ 215,35. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot ¦ 215,35 subsidiair 4 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd Verkijk.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder 1 primair eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair en onder 2 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het navolgende overwogen.

Een aantal van verdachtes mededaders hebben het plan bedacht om bij Van Leest B.V. te Delft een diefstal te plegen, waarna zij verdachte daarvan in kennis hebben gesteld. Vervolgens heeft verdachte deze diefstal samen met zijn mededaders daadwerkelijk uitgevoerd, waarbij zij gebruik hebben gemaakt van geweld en bedreiging met geweld. Immers, aan de aanwezige verkopers is een namaakpistool getoond, waarna zij onder bedreiging van dat pistool en bedreigende woorden werden gedwongen om de kluis open te maken. Dat de eigenlijke diefstal met geweld daadwerkelijk is uitgevoerd door twee anderen doet daar niet aan af, nu verdachte als chauffeur een belangrijke rol heeft gespeeld bij de voorbereiding ervan en ook na de overval de anderen van de plaats van het delict heeft weggereden en gedeeld heeft in de opbrengst van de diefstal, welke bestond uit een grote hoeveelheid geld en platenbonnen.

Twee maanden later is verdachte medeplichtig geweest aan eveneens een diefstal met geweld en bedreiging met geweld gepleegd bij de Free Record Shop te 's-Gravenhage. Verdachte heeft de daders van die overval opzettelijk geholpen door hen in de auto naar en van de plaats van de overval bij de Free Record Shop te vervoeren.

Deze gewelddadige diefstallen hebben de slachtoffers grote schrik aangejaagd, waar zij, naar de ervaring leert, nog lang de psychische gevolgen van kunnen ondervinden. Het gevoel van onveiligheid en angst geldt voorts niet alleen voor de aanwezige verkopers, doch ook voor het winkelpersoneel in het algemeen. Verdachte en zijn mededaders hebben de rechtsorde ernstig geschokt door dergelijke omvangrijke gevoelens van onveiligheid teweeg te brengen, hetgeen de rechtbank zeer kwalijk acht.

De rechtbank heeft acht geslagen op een op naam van verdachte staand uittreksel uit het algemeen documentatieregister waaruit blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank houdt ten gunste van verdachte rekening met zijn jeugdige leeftijderdachte.

Gezien het vorenstaande acht de rechtbank na te melden straf passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij.

[benadeelde partij], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding groot ƒ 215,35.

De rechtbank zal de vordering afwijzen nu die vordering geen grondslag vindt in het bij dagvaarding aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit. De rechtbank bepaalt derhalve dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 48, 57, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding onder 1 primair eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair en onder 2 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

T.a.v. feit 1 subsidiair:

MEDEPICHTIGHEID AAN DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

T.a.v. feit 2:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN/OF BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD AAN ZICHZELF EN ZIJN MEDEDADERS HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op :7 augustus 2001,

in voorlopige hechtenis gesteld op :9 augustus 2001;

bepaalt dat de benadeelde partij Verkijk niet ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Van Daal, voorzitter,

Van Delden en De Ruiter, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Wijne, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 november 2001.