Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6520

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-11-2001
Datum publicatie
03-12-2001
Zaaknummer
09-757293-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09-757293-01

rolnummer 0004

's-Gravenhage, 29 november 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Rotterdam,

[adres]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 15 november 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr J.A.W. Knoester, is verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr Krol heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het haar bij dagvaarding onder eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [benadeelde partij] tot het bedrag ad ƒ 215,35. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot ¦ 215,35 subsidiair 4 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd Verkijk.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder tweede cumulatief/alternatief is telastgelegd, zodat zij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding onder eerste cumulatief/alternatief vermelde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het navolgende overwogen.

Verdachte heeft met drie anderen het plan gemaakt om bij de Free Record Shop te 's-Gravenhage een diefstal te plegen. Vervolgens heeft verdachte deze diefstal samen met die anderen daadwerkelijk uitgevoerd, waarbij verdachte en die anderen gebruik hebben gemaakt van geweld en bedreiging met geweld. Immers, verdachte heeft samen met anderen een namaakpistool gericht op de in de winkel aanwezige verkoper. Zij zijn voorts om hem heen gaan staan, waarna zij de verkoper hebben gedreigd van het leven te beroven, indien hij niet mee zou werken. Tot slot hebben zij verdachte opgesloten in het toilet. Verdachte en de anderen hebben een grote hoeveelheid geld en telefoonkaarten buit gemaakt. Na de overval is verdachte met de anderen weggereden en hebben zij de buit onderling verdeeld. Deze gewelddadige diefstal heeft het slachtoffer grote schrik aangejaagd, waar hij, naar de ervaring leert, nog lang de psychische gevolgen van kan ondervinden. Het gevoel van onveiligheid en angst geldt voorts niet alleen voor de aanwezige verkoper, doch ook voor het winkelpersoneel in het algemeen. Verdachte en haar mededaders hebben de rechtsorde ernstig geschokt door dergelijke omvangrijke gevoelens van onveiligheid teweeg te brengen, hetgeen de rechtbank zeer kwalijk acht.

De rechtbank heeft acht geslagen op een op naam van verdachte staand uittreksel uit het algemeen documentatieregister waaruit blijkt dat verdachte al eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Verdachte zat nog in een proeftijd terzake van een winkeldiefstal.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland gedateerd 25 september 2001. In dit rapport wordt verdachte geschikt bevonden om in aanmerking te komen voor het verrichten van een taakstraf, doch onthoudt Reclassering Nederland zich van advies en refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank. Gelet op de ernst van het gepleegde feit acht de rechtbank in dit geval een taakstraf niet passend.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met haar gezinssituatie. Zij draagt de zorg voor de opvoeding van haar twee-jarige dochter. Voorts houdt de rechtbank in haarvoordeel rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte. De rechtbank zal derhalve een deel van de straf voorwaardelijk opleggen.

Gezien het vorenstaande acht de rechtbank na te melden straf passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij.

[benadeelde partij], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding groot ƒ 215,35.

De rechtbank zal de vordering afwijzen nu die vordering geen grondslag vindt in het bij dagvaarding aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit. De rechtbank bepaalt derhalve dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het haar bij dagvaarding onder tweede cumulatief/alternatief telastgelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding onder eerste cumulatief/alternatief telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

T.a.v. feit eerste cumulatief/alternatief:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 8 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op :6 augustus 2001,

in voorlopige hechtenis gesteld op :9 augustus 2001,

welke voorlopige hechtenis werd

geschorst met ingang van :7 september 2001,

bepaalt dat [benadeelde partij] niet ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Van Daal, voorzitter,

Van Delden en De Ruiter, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Wijne, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 november 2001.