Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6314

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-11-2001
Datum publicatie
29-11-2001
Zaaknummer
09.757.370/00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer : 09.757.370/00

's-Gravenhage, 26 november 2001.

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

[geboortedatum] te Kenitra (Marokko),

[adres]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 12 november 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr. A.H. Westendorp, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. J.C. Reddingius heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen -hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht- onder verdachte inbeslaggenomen Nederlandse geld, te weten

¦ 3.000,00 (nummer 3); ¦ 100,00 (nummer 26); ¦ 800,00 (nummer 30) en ¦ 3.000,00 (nummer 32) zal worden verbeurdverklaard. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen zoals vermeld op de Beslaglijst onder de nummers 1, 2, 4 tot en met 25, 27 tot en met 29, 31 en 33 terug worden gegeven aan verdachte.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A. en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Bewijsoverweging.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het bewijs het volgende.

Verdachte heeft noch tijdens het politie-onderzoek, noch ten overstaan van de rechter-commissaris, noch tijdens de behandeling ter terechtzitting een overtuigende verklaring gegeven over de inhoud van de door hem gevoerde telefoongesprekken, met name niet over die gesprekken waar door verdachte wordt gesproken over "vis", "koffie", ("gekookte) melk", "van het witte" en "gesnuif".

De rechtbank acht het echter een feit van algemene bekendheid dat betrokkenen bij de handel in verdovende middelen zich niet zelden bedienen van een versluierd taalgebruik in telefoongesprekken.

Bedoelde telefoongesprekken dragen naar het oordeel van de rechtbank dan ook bij aan het bewijs dat verdachte -kort gezegd- heeft gehandeld in heroïne en cocaïne.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding vermelde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf overwogen, dat verdachte zich samen met anderen gedurende langere periode schuldig heeft gemaakt aan -kort gezegd- handel in heroïne en cocaïne. Heroïne en cocaïne zijn voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijke stoffen en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande door verslaafden gepleegde criminaliteit. De handel in harddrugs dient dan ook krachtig te worden bestreden.

Ten gunste van verdachte overweegt rechtbank dat verdachte blijkens het hem betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 22 maart 2001 nog niet eerder veroordeeld is wegens het plegen van soortgelijke strafbare feiten.

Al het voorgaande overwegende acht de rechtbank oplegging van na te noemen gevangenisstraf passend en geboden, waarbij de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk zal opleggen, zodat verdachte ervan wordt weerhouden soortgelijke feiten in de toekomst te plegen.

De op te leggen gevangenisstraf is lager dan door de officier van justitie gevorderd, met name omdat door de officier van justitie gestelde aanzienlijke omvang van de handel (tot een kilo cocaïne en een kilo heroïne per week) naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende is komen vast te staan.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 3, 26, 30 en 32, te weten verschillende geldbedragen van respectievelijk ¦ 3.000,00; ¦ 100,00;

¦ 800,00 en ¦ 3.000,00 verbeurdverklaren, zijnde deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien de aan verdachte toebehorende voorwerpen geheel of grotendeels door middel van het strafbare feit zijn verkregen.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 2, 4 tot en met 25, 27 tot en met 29, 31 en 33, te weten 1 grijs telefoontoestel, merk Ericsson, type T20s; 1 bruine portemonnee; 1 geldbedrag van 200 Duitse Marken; 1 telefoontoestel, merk Nokia, type 8850; 1 telefoontoestel, merk Telfort; 1 telefoontoestel, merk Nokia, type 8210; 1 rood telefoontoestel, merk KPN; 1 oplaadapparaat, 10ps311/00; 1 telefoontoestel, merk Philips, type TCD 898; 1 oplaadapparaat FW-1199; 1 telefoontoestel, merk Siemens, type C25; 1 computer, merk Philips, 1 Cd-rom; 1 lijst met routebeschrijving; 1 adapter, merk Ericsson, type 4020047-BV; 1 sleutelbos; papier, betreffende kopieën van paspoort; 1 formulier postbank money transfer; 1 organizer, merk Casio; 1 sticker met telefoonnummer; 82 geluidsboxen; 45 rekenmachines; 1 laptop computer, merk Sharp; 1 oplaadapparaat EA-621V; een geldbedrag van ¦ 200,00 Franse francs; een geldbedrag van 2000 Belgische francs; een geldbedrag van 6000 Belgische francs; een geldbedrag van 150 Franse francs en 1 portemonnee.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 7 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de het onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 20 maart 2001;

in voorlopige hechtenis gesteld op : 23 maart 2001.

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf;

verklaart verbeurd de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 3, 26, 30 en 32, te weten verschillende geldbedragen van respectievelijk ¦ 3.000,00, ¦ 100,00, ¦ 800,00 en ¦ 3.000,00.

gelast de teruggave aan verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, 2, 4 tot en met 25, 27 tot en met 29, 31 en 33, te weten 1 grijs telefoontoestel, merk Ericsson, type T20s; 1 bruine portemonnee; 1 geldbedrag van 200 Duitse Marken; 1 telefoontoestel, merk Nokia, type 8850; 1 telefoontoestel, merk Telfort; 1 telefoontoestel, merk Nokia, type 8210; 1 rood telefoontoestel, merk KPN; 1 oplaadapparaat, 10ps311/00; 1 telefoontoestel, merk Philips, type TCD 898; 1 oplaadapparaat FW-1199; 1 telefoontoestel, merk Siemens, type C25; 1 computer, merk Philips, 1 Cd-rom; 1 lijst met routebeschrijving; 1 adapter, merk Ericsson, type 4020047-BV; 1 sleutelbos; papier, betreffende kopieën van paspoort; 1 formulier postbank money transfer; 1 organizer, merk Casio; 1 sticker met telefoonnummer; 82 geluidsboxen; 45 rekenmachines; 1 laptop computer, merk Sharp; 1 oplaadapparaat EA-621V; een geldbedrag van 200,00 Franse francs; een geldbedrag van 2000 Belgische francs; een geldbedrag van 6000 Belgische francs; een geldbedrag van 150 Franse francs en 1 portemonnee.

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs F.J.A. Quadekker, voorzitter,

P.E. van der Veen en E.M.J. Raeijmaekers, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Wagter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 november 2001.