Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6069

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-11-2001
Datum publicatie
23-11-2001
Zaaknummer
09-755084-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09-755084-01

rolnummer 0003

's-Gravenhage, 23 november 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Suriname),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in P.C. Scheveningen (Unit 1 HvB).

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 9 november 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr Baumgarten, is verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr Kole heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de hem bij dagvaarding onder 1 tot en met 7 telastgelegde feiten - rekening houdend met het ad informandum gevoegde feit - wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij genaamd [benadeelde partij] tot een bedrag groot ¦ 230.476,=, alsmede toewijzing van de vordering van de benadeelde partij genaamd BrugLease B.V. tot een bedrag groot

¦ 280.042,=. Voorts concludeerde de officier van justitie tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij genaamd N.V. Internationale Nederlanden Groep tot een bedrag groot

¦ 815.000,= en tot niet-ontvankelijk verklaring van laatstgenoemde benadeelde partij voor het overige.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot ¦ 230.476,= subsidiair 760 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij].

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 2 en 3 zullen worden teruggeven aan de rechthebbende, te weten Staalbank N.V., en dat de op voormelde lijst vermelde voorwerpen genummerd 4, 5 en 6 zullen worden teruggegeven aan mr M.R.B Gorsira, curator in het faillissement van Moneywell B.V.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 telastgelegde feit in de telastgelegde periode heeft begaan in de hoedanigheid van directeur of bestuurder van Moneywell Nederland B.V., zodat hij van terzake van verduistering begaan met betrekking tot goederen die hij uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 tot en met 7 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Nadere bewijsoverweging.

Met betrekking tot het onder 1 telastgelegde en bewezenverklaarde feit overweegt de rechtbank het navolgende. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de Postbank N.V. naar aanleiding van de door verdachte ingediende valse incasso-opdrachten is overgegaan tot de creditering van de rekening van Moneywell Nederland B.V. met de som van de in de telastlegging genoemde bedragen. Dit heeft de rechtbank tot de conclusie gebracht dat verdachte door aldus te handelen de Postbank N.V. heeft bewogen tot afgifte van bovengenoemde gelden.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen straf het navolgende overwogen.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan een reeks van grootschalige frauduleuze handelingen. Allereerst heeft verdachte de Postbank N.V. bewogen tot afgifte van grote sommen geld door zich in strijd met de waarheid voor te doen als gemachtigd om bedragen van rekeninghouders per incasso te innen. Met dit doel voor ogen heeft hij een incassocontract met de Postbank N.V. afgesloten. Dergelijke contracten dienen het betalingsgemak van ondernemers en worden ondernemers gegund op basis van het vertrouwen tussen de bank en de ondernemer. Door zijn daad heeft verdachte dit vertrouwen op grove wijze geschonden en de bank aanzienlijk benadeeld.

Verdachte heeft daarnaast twee verzekeringsmaatschappijen willen oplichten door - in totaal - meer dan honderd valselijk opgemaakte aanvragen voor spaar- en/of verzekeringsproducten bij die maatschappijen in te dienen, dit om de door de verzekeringsmaatschappijen aan agenten uit te keren provisie te kunnen opstrijken. Wederom misbruikte verdachte het vertrouwen dat door een onderneming (dit maal middels het verlenen van een agentschap) in hem c.q. in de feitelijk door hem gedreven onderneming was gesteld.

Daarenboven heeft verdachte door middel van verduistering een ouder echtpaar op arglistige wijze van hun spaargeld beroofd. Verdachte hield hen voor dat zij, door het doen van beleggingen middels zijn bedrijf, in een financieel betere positie zouden geraken. Het tegendeel was echter het geval. Dat deze slachtoffers door zijn handelwijze niet alleen in financiële, maar ook in grote persoonlijke problemen zouden kunnen komen, liet verdachte schijnbaar koud.

Ook is verdachte er niet voor teruggeschrokken om in het zicht van en tijdens het faillissement van de onderneming waarvan hij inmiddels bestuurder was, niet te voldoen aan de verplichting die op een dergelijke bestuurder rust een administratie waaruit de financiële rechten en verplichtingen van de onderneming kan worden gekend te voeren, te bewaren en te voorschijn te brengen. Aldus heeft verdachte het inzicht van de curator in de financiële staat van Moneywell Nederland B.V. opzettelijk belemmerd en de schuldeisers van die onderneming mogelijk ernstig benadeeld. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan, te meer omdat verdachte zelf reeds eerder in een privé-faillissement heeft verkeerd en derhalve op de hoogte van dergelijke verplichtingen moet zijn geweest.

Verdachte heeft zich voorts 6 door hem geleasde personenauto's wederrechtelijk toegeëigend. Dergelijke verduisteringen zijn bijzonder ergerlijke feiten, die naast schade vaak veel hinder voor de gedupeerde bedrijven veroorzaken.

Verdachte is bij het plegen bovengenoemde misdrijven berekenend, listig en brutaal te werk gegaan en heeft de betrokken slachtoffers voor honderdduizenden guldens benadeeld. Daarbij heeft verdachte slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en de financiering van een luxe levensstijl. Het is op deze grond dat de rechtbank een zwaardere straf zal opleggen dan de officier van justitie heeft gevorderd.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 13 juli 2001 niet eerder is veroordeeld.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank een vrijheidsstraf van na te melden duur passend en geboden.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de teruggave aan Staalbank N.V., kantoorhoudende te 's-Gravenhage, gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 2 en 3.

De rechtbank zal de teruggave aan mr. M.R.B. Gorsira, curator in het faillissement van Moneywell B.V. gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 4, 5 en 6.

De vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen.

[benadeelde partij], wonende te [woonplaats], [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot ¦ 230.476,=.

Deze vordering is door de verdediging niet weersproken, en is door de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het bij dagvaarding onder 4 aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij genaamd [benadeelde partij] ontvankelijk is in haar vordering en deze toewijzen.

BrugLease B.V., kantoorhoudende te 2267 DV Leidschendam, Donau 120, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot ¦ 280.042,=.

Deze vordering is door de verdediging niet weersproken, en is door de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het bij dagvaarding onder 5 aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij genaamd BrugLease B.V. ontvankelijk is in haar vordering en deze toewijzen.

N.V. Internationale Nederlanden Groep, kantoorhoudende te 1102 BR Amsterdam, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot

¦ 849.738,27.

Deze vordering, voorzover deze geen groter bedrag beloopt dan ¦ 815.845,02, is door de in het dossier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het bij dagvaarding onder 1 aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij genaamd N.V. Internationale Nederlanden Groep ontvankelijk is in haar vordering en deze toewijzen tot een bedrag van ¦ 815.845,02.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk verklaren, aangezien dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Nu verdachte jegens het slachtoffer genaamd [benadeelde partij] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot ¦ 230.476,= ten behoeve van dit slachtoffer. De rechtbank zal tevens de duur van de vervangende hechtenis bepalen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 225, 321, 326, 343 van het Wetboek van Strafrecht;

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem bij dagvaarding onder 4 telastgelegde verduistering heeft begaan met betrekking tot goederen die hij uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

t.a.v. feit 1:

OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD;

t.a.v. feit 2:

VALSHEID IN GESCHRIFT, MEERMALEN GEPLEEGD;

t.a.v. feit 3:

ALS BESTUURDER VAN EEN RECHTSPERSOON WELKE IN STAAT VAN FAILLISSEMENT IS VERKLAARD, NIET VOLDOEN AAN DE OP HEM RUSTENDE VERPLICHTINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VOEREN VAN EEN ADMINISTRATIE INGEVOLGE ARTIKEL 10, EERSTE LID, VAN BOEK 2 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK EN HET BEWAREN EN TE VOORSCHIJN BRENGEN VAN BOEKEN, BESCHEIDEN EN ANDERE GEGEVENSDRAGERS IN DAT ARTIKEL BEDOELD;

t.a.v. feiten 4 en 5:

VERDUISTERING, MEERMALEN GEPLEEGD;

t.a.v. feiten 6 en 7:

OPZETTELIJK GEBRUIK MAKEN VAN HET VALSE OF VERVALSTE GESCHRIFT, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 225, EERSTE LID VAN HET WETBOEK VAN STRAFRECHT, ALS WARE HET ECHT EN ONVERVALST, MEERMALEN GEPLEEGD;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op: 10 juli 2001;

in voorlopige hechtenis gesteld op: 13 juli 2001;

gelast de teruggave aan Staalbank N.V., kantoorhoudende te 's-Gravenhage van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, 2 en 3, en de teruggave aan mr. M.R.B. Gorsira, curator in het faillissement van Moneywell B.V. en kantoorhoudende te Rotterdam van de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 4, 5 en 6.

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij genaamd [benadeelde partij] toe en veroordeelt verdachte:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij], wonende te [woonplaats], [adres] (gironummer: 167741) een bedrag van ¦ 230.476,=, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij genaamd BrugLease B.V. toe en veroordeelt verdachte:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan BrugLease B.V., kantoorhoudende te 2267 DV Leidschendam, Donau 120 (bankrekeningnummer: 45.22.90.708), een bedrag van ¦ 280.042,=, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij genaamd N.V. Internationale Nederlanden Groep toe en veroordeelt verdachte:

om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan N.V. Internationale Nederlanden Groep, Groep Juridische Zaken, kantoorhoudende te 1102 BR Amsterdam, een bedrag van ¦ 815.845,02, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de benadeelde partij genaamd N.V. Internationale Nederlanden Groep voor het overige niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding, en dat deze die vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot

¦ 230.476,=, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 760 dagen;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Elkerbout, voorzitter,

Wapenaar en Spliet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr De Jong, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 november.

Mr. Spliet is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.