Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5977

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-07-2001
Datum publicatie
22-11-2001
Zaaknummer
AWB 01/27953
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

SAMENVATTING

Bewaring / binnentreden woning.

Namens de vreemdeling, een Egyptenaar, is gesteld dat het binnentreden van de woning waarin de vreemdeling is aangehouden, onrechtmatig is geweest. Er waren onvoldoende omstandigheden die een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverden.

Verweerder heeft aangevoerd dat het concrete vermoeden van illegaliteit was gebaseerd op twee tips.

Op de tips is na enkele maanden gereageerd.

De rechtbank is van oordeel dat in een situatie waarin pas na vijf maanden op een tip wordt gereageerd, niet gesproken kan worden van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf zoals bedoeld in artikel 50, eerste lid, Vw 2000. De rechtbank acht de staandehouding van meet af aan onrechtmatig. Beroep gegrond.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 50
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

UITSPRAAK

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

sector bestuursrecht

vreemdelingenkamer, enkelvoudig

__________________________________________________

UITSPRAAK

ingevolge artikel 8:77 Algemene wet bestuursrecht

beroep vrijheidsontnemende maatregel

__________________________________________________

Reg.nr : AWB 01/27953 VRWET

Inzake : A, CRV nummer 1305171475, thans verblijvende in het Huis van Bewaring te Ter Apel, hierna te noemen de vreemdeling,

gemachtigde mr. J.L.W. Nillesen, advocaat te Amsterdam,

tegen : de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. M. Verweij, ambtenaar ten departemente.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

1. De vreemdeling heeft gesteld te zijn geboren op [...] 1973 en de Egyptische nationaliteit te hebben.

2. Op 28 juni 2001 heeft de rechtbank een beroepschrift op grond van artikel 93 Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000) van de vreemdeling ontvangen. Het beroep is gericht tegen het besluit van verweerder van 28 juni 2001 waarbij de vreemdeling de maatregel van bewaring is opgelegd. In het beroepschrift is tevens verzocht om schadevergoeding.

3. Openbare behandeling van dit beroep heeft plaatsgevonden op

5 juli 2001. De vreemdeling is aldaar verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was aanwezig mevrouw J. Lakjaa, tolk in de Arabische taal.

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank stelt vast dat de vreemdeling in bewaring is gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw2000.

2. Ingevolge artikel 94, vierde lid, Vw2000 staat ter beoordeling of het besluit tot oplegging van de onderwerpelijke vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met deze wet, dan wel bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten.

3. Namens de vreemdeling is aangevoerd dat het binnentreden van de woning waarin de vreemdeling is aangehouden, onrechtmatig is geweest.

In dit geval waren er volgens de gemachtigde onvoldoende omstandigheden die een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverden.

4. Namens verweerder is aangevoerd dat het concrete vermoeden van illegaliteit was gebaseerd op twee tips die verweerder heeft ontvangen op 15 januari 2001 en op 9 februari 2001. De dagrapportmutaties van de politie bevinden zich niet in het dossier omdat dit vertrouwelijke stukken zijn. Daarom kan verweerder niet verklaren waarom niet eerder is gereageerd op voormelde tips. Verder acht verweerder het binnentreden niet onrechtmatig omdat blijkens het proces-verbaal van bevindingen wel toegang is verleend.

5. De rechtbank is van oordeel dat in een situatie waarin pas na 5 maanden op een tip wordt gereageerd, niet gesproken kan worden van concrete aanwijzingen voor illegaal verblijf zoals bedoeld in artikel 50, eerste lid, Vw2000. De rechtbank acht de staandehouding dan ook onrechtmatig.

6. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring van de vreemdeling van meet af aan onrechtmatig was. Het beroep is derhalve gegrond en de maatregel dient te worden opgeheven met ingang van 5 juli 2001.

7. Voorts acht de rechtbank voldoende gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen. Gelet op het feit dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verblijft, ziet de rechtbank aanleiding de schadevergoeding, gelet op alle omstandigheden van het geval, te matigen tot een bedrag van f 150,--.

8. De rechtbank ziet in dit geval tevens aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de door de vreemdeling gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op f 1420,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting; waarde per punt f 710,- en wegingsfactor 1). Aangezien ten behoeve van de vreemdeling een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient de betaling van dit bedrag ingevolge artikel 8:75, tweede lid, Awb te geschieden aan de griffier van de rechtbank.

III. BESLISSING

De Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage:

RECHT DOENDE:

1. verklaart het beroep gegrond;

2. beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring;

3. wijst het verzoek om schadevergoeding toe en kent aan de vreemdeling een schadevergoeding toe, groot f 150,-- ten laste van de Staat der Nederlanden, te betalen door de griffier van de rechtbank;

4. veroordeelt verweerder in de proceskosten ad f 1420,- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan de griffier dient te vergoeden.

IV. RECHTSMIDDEL

Krachtens artikel 95 Vw2000 staat tegen deze uitspraak voor zover het betreft het beroep tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel voor partijen hoger beroep open.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt één week na verzending van de uitspraak door de griffier.

Bij het beroepschrift dient een kopie van deze uitspraak te worden overgelegd.

Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage.

Voorzover in deze uitspraak is beslist op het verzoek om schadevergoeding staat daartegen krachtens artikel 84 aanhef en onder d Vw2000 geen hoger beroep open.

Aldus gedaan door mr. M.C.J.A Huijgens en uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2001 in tegenwoordigheid van mr. N. Hobby, griffier.