Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5938

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-11-2001
Datum publicatie
21-11-2001
Zaaknummer
09/757352-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/757352-01, 22/001844-97 (tul), 22/000245-98 (tul)

rolnummer 0003

's-Gravenhage, 16 november 2001.

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het

navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

[geboortedatum]1 te 's-Gravenhage,

[adres]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 2 november 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsvrouw mr Zijdenbos, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Rijsdorp heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het haar bij

dagvaarding onder 1 t/m 5 telastgelegde - rekening houdend met de ad informandum gevoegde

feiten - wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek

van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 5 maanden

voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen verknipte pasjes zullen worden

onttrokken aan het verkeer, en dat de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen portemonnee

(bruin), brillekoker (bordeaux rood), twee portemonnees (bordeaux rood), acht portemonnees

(zwart), telefoontoestel (Libertel; gsm), telefoontoestel (Motorola; gsm), telefoontoestel

(Ericcson; a1018s), telefoontoestel Ericcson; gh 337) en diverse sleutels en pasjes zullen

worden bewaard ten behoeve van de rechthebbenden.

Tot slot heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de schriftelijke vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk gedeelten van de gevangenisstraffen, waartoe

verdachte bij arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 1 april 1999 is

veroordeeld, te weten 4 maanden gevangenisstraf en 2 maanden gevangenisstraf.

De officier van justitie zal zich niet verzetten tegen de omzetting van deze gevangenisstraffen

in onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van respectievelijk 240 uur en 120 uur.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 t/m 5 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven

oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf het

volgende overwogen.

Verdachte heeft zich in korte tijd vier keer schuldig gemaakt aan tasjesrollerij in supermarkten.

Gebruik makend van de onoplettendheid van het winkelend publiek heeft zij diverse tassen

uit winkelwagens gepakt en meegenomen. Daarnaast heeft zij diverse goederen uit een

supermarkt gestolen.

Verdachte heeft deze delicten gepleegd om haar drugsverslaving te kunnen bekostigen.

Uit haar handelwijze spreekt grote onverschilligheid jegens andermans goed.

Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen schade en overlast, doch leiden er tevens toe dat bij

het winkelend publiek gevoelens van angst en onveiligheid kunnen ontstaan, dan wel worden

bevestigd en/of versterkt.

Uit een haar betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 26 september

2001 blijkt dat verdachte vanaf 1981 tot en met 1998 veelvuldig voor soortgelijke vermogens-

delicten met politie en justitie in aanraking is geweest. Vanaf haar laatste veroordeling in 1998

tot en met onderhavige feiten is verdachte op het rechte pad gebleven. De rechtbank houdt

hiermee ten gunste van verdachte rekening.

Ter zitting is gebleken dat verdachte na haar laatste veroordeling in 1998 is afkickt in de

Emiliehoeve en dat zij ruim drie jaren clean is gebleven. In die periode heeft zij haar leven

drastisch ten goede gekeerd. Als gevolg van vier sterfgevallen in de familiesfeer heeft verdachte

een emotionele terugval gekregen en is zij weer drugs gaan gebruiken. Verdachte heeft in

eerste instantie zelf hulp gevraagd bij de reclassering en de Emiliehoeve, echter kon niet direct

geplaatst worden. Evenmin kon haar andere hulpverlening geboden worden. Hierdoor is

verdachte in een gat gevallen met als uiteindelijke gevolg dat zij weer is gaan stelen.

Verdachte verklaart ter zitting dat zij tijdens de preventieve hechtenis alweer is afgekickt,

en dat zij wederom contact heeft gezocht met de reclassering.

Uit een schrijven van de reclassering te 's-Gravenhage d.d. 31 oktober 2001 blijkt dat verdachte

reeds een intake-gesprek heeft gehad en dat de reclassering haar een hulpverleningstraject

aanbiedt.

Verdachte verklaart tot slot dat zij een werkstraf wil verrichten.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een korte - gedeeltelijk - onvoorwaardelijke

gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats. Het voorwaardelijk gedeelte van die straf

wordt opgelegd om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Het

verplichte reclasseringstoezicht tijdens de proeftijd moet hierbij tot handvat dienen. Daarnaast

ziet de rechtbank aanleiding verdachte een werkstraf op te leggen.

De rechtbank heeft mede in aanmerking genomen de niet bij dagvaarding telastgelegde

strafbare feiten waarvan een korte omschrijving staat vermeld op de dagvaarding.

Verdachte heeft deze feiten erkend en de officier van justitie heeft te kennen gegeven, dat

dienaangaande geen verdere vervolging zal worden ingesteld.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 5 (grote

hoeveelheid verknipte pasjes) onttrekken aan het verkeer, zijnde dit voorwerp voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien het voorwerp door middel van de onder 1, 2 en 4

bewezenverklaarde feiten is verkregen, en dit voorwerp van zodanige aard is dat het

ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

Onvoldoende duidelijk is geworden aan wie de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen

voorwerpen genummerd 1 (bruine portemonnee), 2 (bordeaux rode brillekoker), 3 (twee

bordeaux rode portemonnees), 4 (acht zwarte portemonnees), 6 (telefoontoestel; Libertel,

gsm), 7 (telefoontoestel; Motorola, gsm), 8 (telefoontoestel Ericcson a1018s), 9 (telefoon-

toestel; Ericcson gh337) en 10 ( diverse sleutels en pasjes), in eigendom toebehoort.

De rechtbank zal, nu geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbenden gelasten

De vorderingen tenuitvoerlegging.

Verdachte is op 1 april 1999 op tegenspraak door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren (22/001844-97) alsmede tot een gevangenisstraf voor de tijd van

2 maanden - met aftrek - voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren (22/000245-98).

Door verdachte is geen cassatie ingesteld. Evenmin is gebleken dat het openbaar ministerie

cassatie heeft ingesteld tegen voornoemde arresten. Derhalve zijn beide proeftijden - conform

het bepaalde in artikel 14b lid 3 onder a van het Wetboek van Strafrecht - ingegaan op

16 april 1999, en vervolgens geëindigd op 16 april 2001. De vorderingen tenuitvoerlegging

van de officier van justitie zijn gedateerd 18 oktober 2001. Overeenkomstig het bepaalde

in artikel 14g lid 5 van bovengenoemd wetboek had de officier van justitie binnen drie

maanden na het verstrijken van de proeftijd de vordering bij de griffie moeten indienen.

Nu dit is verzuimd dient de officier van justitie conform laatstgenoemd wetsartikel niet-

ontvankelijk in haar vorderingen te worden verklaard.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36b, 36c, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 t/m 5 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

DIEFSTAL, MEERMALEN GEPLEEGD;

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 81 DAGEN;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 28 DAGEN niet zal worden

tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt

aan een strafbaar feit;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de

onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden

gebracht;

in verzekering gesteld op : 25 september 2001,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 27 september 2001;

en onder de bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de

voorschriften haar te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland,

arrondissement Den Haag, i.c. de Sector justitiële verslavingszorg van Psycho-

medisch centrum Parnassia te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig

acht;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

en voorts:

een WERKSTRAF voor de duur van 118 uren, subsidiair 59 dagen hechtenis;

verklaart onttrokken aan het verkeer het blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst

inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 5, te weten: een grote hoeveelheid verknipte pasjes;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de blijkens de aan dit vonnis

gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1 (bruine

portemonnee), 2 (bordeaux rode brillekoker), 3 (twee bordeaux rode portemonnees), 4

(acht zwarte portemonnees), 6 (telefoontoestel; Libertel, gsm), 7 (telefoontoestel;

Motorola, gsm), 8 (telefoontoestel Ericcson a1018s), 9 (telefoontoestel; Ericcson gh337)

en 10 (diverse sleutels en pasjes),

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis;

verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in haar vorderingen tenuitvoerlegging;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Kortenhorst, voorzitter,

Van Putten-Göbbels en Van der Veen , rechters,

in tegenwoordigheid van Koopmans, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 november 2001.