Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5887

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-06-2001
Datum publicatie
20-11-2001
Zaaknummer
AWB 01/24829
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

SAMENVATTING

Bewaring / ophouding / schadevergoeding.

Het beroep is gericht tegen de ophouding ex artikel 50, tweede en derde lid, Vw 2000. Verweerder heeft de ophouding onder meer beëindigd omdat deze te lang duurde. Verweerder is derhalve zelf van mening dat de ophouding, in ieder geval voor een gedeelte hiervan, onrechtmatig was. Reeds gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het beroep gegrond moet worden verklaard. Nu niet is gebleken dat om redenen van billijkheid de schadevergoeding voor de vreemdeling zou moeten worden gematigd, zal de rechtbank het schadebedrag vaststellen op tweehonderd gulden voor de dag van 12 juni 2001 waarop de vreemdeling op het politiebureau onrechtmatig van zijn vrijheid beroofd is geweest. Beroep gegrond, toewijzing verzoek om schadevergoeding.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 50
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

UITSPRAAK

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

sector bestuursrecht

vreemdelingenkamer, enkelvoudig

__________________________________________________

UITSPRAAK

ingevolge artikel 8:77 Algemene wet bestuursrecht (Awb)

beroep vrijheidsontnemende maatregel

__________________________________________________

Reg.nr : AWB 01/24829 VRWET

Inzake: A, crv nummer [crv nummer], verblijfplaats onbekend, hierna te noemen de vreemdeling,

gemachtigde mr. J. van Bennekom, advocaat te Amsterdam,

tegen: de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. E. Lijffijt, ambtenaar ten departemente.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

1. De vreemdeling heeft gesteld te zijn geboren op [...] 1972 en de Italiaanse nationaliteit te hebben.

2. Op 12 juni 2001 heeft de rechtbank een beroepschrift op grond van artikel 71 Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000) van de vreemdeling ontvangen. Het beroep is gericht tegen de maatregel tot vrijheidsontneming op grond van artikel 50, Vw2000. In het beroepschrift is tevens verzocht om schadevergoeding.

3. Op 12 juni 2001 is de vreemdeling heengezonden.

3. Openbare behandeling van dit beroep heeft plaatsgevonden op 19 juni 2001. De gemachtigde van de vreemdeling heeft bij fax van 19 juni 2001 bericht niet ter zitting te zullen verschijnen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

II. OVERWEGINGEN

1. Het betreft hier een beroep gericht tegen de ophouding ex artikel 50, tweede en derde lid, Vw2000.

2. De gemachtigde van de vreemdeling heeft schriftelijk aangevoerd dat onderhavige gedingstukken dermate incompleet en summier zijn dat een adequate toetsing van de rechtmatigheid van de (strafrechtelijke) aanhouding niet mogelijk is.

3. Verweerder heeft de ophouding onder meer beëindigd omdat deze te lang duurde. Verweerder is derhalve zelf van mening dat de ophouding, in ieder geval voor een gedeelte hiervan, onrechtmatig was. Reeds gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het beroep gegrond moet worden verklaard.

4. Nu niet is gebleken dat om redenen van billijkheid de schadevergoeding voor de vreemdeling zou moeten worden gematigd, zal de rechtbank het schadebedrag vaststellen op f. 200,00 voor de dag van 12 juni 2001 waarop de vreemdeling op het politiebureau onrechtmatig van zijn vrijheid beroofd geweest is.

5. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de door de vreemdeling gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op f 710,- (1 punt voor het beroepschrift; waarde per punt f 710,- en wegingsfactor 1). Aangezien ten behoeve van de vreemdeling een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient de betaling van dit bedrag ingevolge artikel 8:75, tweede lid, Awb te geschieden aan de griffier van de rechtbank.

III. BESLISSING

De Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage:

RECHT DOENDE:

1. verklaart het beroep gegrond;

2. wijst het verzoek om schadevergoeding toe en kent aan de vreemdeling een schadevergoeding toe, groot f. 200,00 ten laste van de Staat der Nederlanden, te betalen door de griffier van de rechtbank;

3. veroordeelt verweerder in de proceskosten ad f. 710,- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan de griffier dient te vergoeden.

IV. RECHTSMIDDEL

Krachtens artikel 95 Vw2000 staat tegen deze uitspraak voor zover het betreft het beroep tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel voor partijen hoger beroep open.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt één week na verzending van de uitspraak door de griffier.

Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage.

Voor zover in deze uitspraak is beslist op het verzoek om schadevergoeding staat daartegen krachtens artikel 84 aanhef en onder d Vw2000 geen hoger beroep open.

Aldus gedaan door mr. M. van Paridon en uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2001 in tegenwoordigheid van C.K. Wong, griffier.

afschrift verzonden op: 9 juli 2001