Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5825

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-11-2001
Datum publicatie
19-11-2001
Zaaknummer
KG 01/1196
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector Civiel Recht - President

Vonnis in kort geding van 16 november 2001,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 01/1196 van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats], tijdelijk verblijf houdende in de Verenigde Staten van Amerika te Cambridge (MA),

eiseres,

procureur mr. B.D.W. Martens,

tegen:

1. de naamloze vennootschap Delta Lloyd Zorgverzekering N.V.,

2. de naamloze vennootschap Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.,

beide gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagden,

procureur mr. J. Ekelmans jr.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 8 november 2001 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

· Eiseres is sinds 1964 tegen ziektekosten verzekerd bij (de rechtsvoorgangster van) Nuts Verzekeringen N.V. (hierna: Nuts) met polisnummer 4100358038 bestaande uit een Standaard Pakket Polis (SPP) en Aanvullende Verzekeringen AV S(P)P, thans gedaagde sub 1.

· Artikel 7 lid 4 van de algemene voorwaarden Standaardpakketpolis luidt: "De verzekering eindigt automatisch voor elke verzekeringnemer op het moment waarop deze niet meer in Nederland woonachtig is."

· Artikel 7 lid 3 sub 5 van de algemene voorwaarden Aanvullende Verzekeringen AV S(P)P luidt: "(…) De verzekering eindigt: (…) bij permanente vestiging van de verzekerde in het buitenland. (…)".

· Eiseres is op 30 december 2000 naar haar kinderen in de Verenigde Staten (hierna: VS) gereisd, om gedurende langere tijd in hun midden te verkeren.

· Eiseres heeft haar huis aan de Statenlaan in 's-Gravenhage verhuurd aan een derde. Zij heeft haar inboedel opgeslagen in de kelder van dat huis.

· Eiseres heeft zich op 30 december 2000 uit de Gemeentelijke Basis Administratie (hierna: het GBA) laten uitschrijven en daarin als verwijzingsadres het adres van haar zoon in de VS op laten nemen.

· Eiseres is medio januari 2001 teruggereisd naar Nederland in verband met de afwikkeling van haar advocatenpraktijk en enkele lopende zaken. Daarna is zij wederom naar de VS gereisd.

· Van februari tot april 2001 alsmede een week in mei 2001 heeft eiseres in Nederland verbleven.

· Eiseres heeft in april 2001 een reisverzekering afgesloten onder polisnummer 640/05033 bij Nuts, geldig van 13 april tot 13 oktober 2001.

· Artikel 1 van de algemene voorwaarden bij de reisverzekering luidt: "De verzekerden zijn de in de polis als verzekerden aangegeven personen, voor zover deze een vast woon- of verblijfplaats in Nederland hebben."

· Eiseres heeft in of omstreeks juli 2001 in de VS hartklachten gekregen waaruit kosten zijn voortgevloeid in verband met medische onderzoeken en een behandeling met medicijnen. In dit verband zijn nog meer kosten te verwachten.

· Op 15 juli 2001 heeft een kennis van eiseres, die op bezoek was in de VS, nota’s meegenomen naar Nederland en ingeleverd bij de balie van gedaagde sub 1.

· Op 20 juli 2001 heeft gedaagde sub 1 eiseres telefonisch medegedeeld dat de verzekeringen niet meer geldig waren.

· Naar aanleiding van een schademelding door eiseres heeft gedaagde sub 2 bij brief van 23 juli 2001 eiseres bericht dat ondanks dat de polis was teruggedraaid besloten is dat -omdat eiseres op reis is gegaan en in de veronderstelling verkeerde dat deze polis wel van kracht was- de polis in kracht te herstellen en daartoe de premie alsnog af te schrijven.

· Bij brief van 5 september 2001 heeft gedaagde sub 1 de ziektekostenverzekering met terugwerkende kracht tot 30 december 2000 beëindigd met als motivering dat eiseres niet meer in Nederland woonachtig is.

· Bij brief van 11 september 2001 heeft gedaagde sub 2 de reisverzekering van eiseres beëindigd met terugwerkende kracht tot 13 april 2001 in verband met de uitschrijving van eiseres uit het GBA sinds 30 december 2000.

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

Eiseres vordert na wijziging van eis -zakelijk weergeven-

I. primair: gedaagde sub 1 te veroordelen tot herstel en instandhouding van de dekking en nakoming van alle overige verplichtingen uit de ziektekostenverzekeringsovereenkomst onder polisnummer 4100358038 met terugwerkende kracht tot 30 december 2000;

Ia. subsidiair: Voor zover het I gevorderde niet kan worden toegewezen, gedaagde sub 1 te veroordelen tot betaling van alle nog door eiseres te maken medische kosten, welke voortvloeien uit gebreken die op 5 september 2001 reeds bekend waren en bij instandlating van de verzekeringsovereenkomst gedekt zouden zijn, in het geval een andere Nederlandse of buitenlandse verzekeringsmaatschappij vergoeding onder een door eiseres af te sluiten ziektekostenverzekering weigert.

II. gedaagde sub 2 te veroordelen tot herstel en instandhouding van de dekking en nakoming van alle overige verplichtingen uit de reisverzekeringsovereenkomst onder polisnummer 640/05033 met terugwerkende kracht tot 13 april 2001;

III. voor zover het onder I en/of II gevorderde niet kan worden toegewezen of voor zover toewijzing van het onder I en/of II gevorderde dit zou uitsluiten, gedaagden hoofdelijk te verplichten om de door eiseres aangeboden declaraties van gemaakte ziektekosten in de Verenigde Staten van 15 juli tot 10 september 2001 te voldoen;

IV. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten alsmede een bedrag van ƒ 1.927,47 aan buitengerechtelijke kosten.

Daartoe voert eiseres het volgende aan.

Eiseres is reeds sinds 1964 verzekerd voor ziektekosten. Bij de voorbereiding van haar reis naar de VS heeft zij gedaagden op de hoogte gesteld van haar reis en gevraagd haar te adviseren of haar huidige verzekering voldoende zou zijn voor een langere reis of dat daarop nog aanvullingen noodzakelijk waren. Haar is toen geadviseerd een reisverzekering te nemen. Eiseres heeft zich op aanwijzing van het desbetreffende stadsdeelkantoor uit het GBA laten schrijven omdat dat volgens de gemeente nodig zou zijn voor iemand die langer dan drie maanden verblijft in het buitenland. Eiseres is echter niet verhuisd. Zij is op reis. Haar inboedel heeft zij opgeslagen en zij heeft haar huis niet verkocht maar verhuurd in de tussentijd. Ook oefent eiseres nog immer haar advocatenpraktijk uit. Er hangt nog steeds een bord bij haar woning Zij is daarvoor ook een aantal maal teruggekomen naar Nederland. Ook volgt zij nog de verplichte advocatenopleiding.

Toen eiseres ziek was heeft zij contact opgenomen met de Hulpdienst van gedaagde sub 1 in Nederland die haar uitdrukkelijk heeft laten weten dat zij dekking genoot onder haar ziektekostenpolis.

Gedaagden voeren gemotiveerd verweer dat hierna, voorzover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Eiseres heeft in haar dagvaarding als gedaagde sub 2 Nuts vermeld, nu zij haar reisverzekering bij Nuts heeft afgesloten. Ter zitting is echter gebleken dat Nuts is op gegaan in en volledig rechtsvoorgangster is van Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.. De procureur van gedaagde heeft aangegeven bereid te zijn zich voor Delta Lloyd Schadeverzekering als opvolger van Nuts te stellen. Delta Lloyd Schadeverzekering zal derhalve in de plaats van Nuts worden gelezen.

3.2. In geschil is of gedaagden de verzekeringen van eiseres hebben kunnen opzeggen in verband met de uitschrijving van eiseres uit het GBA. Gedaagden hebben daaruit de conclusie getrokken dat eiseres is verhuisd naar de VS en niet meer woonachtig is in Nederland. Eiseres stelt zich echter op het standpunt dat ondanks haar uitschrijving uit het GBA, zij haar woonplaats niet heeft gewijzigd door haar reis naar de VS en derhalve de verzekeringen niet konden worden beëindigd. Eiseres heeft in dat verband een beroep gedaan op de onduidelijkheid van de polisvoorwaarden.

3.3. Voor een oordeel over het geschil tussen partijen is, bij voorlopige uitleg van de verzekeringsbepalingen, van belang, of de woonplaats met een permanent doel is veranderd. Weliswaar bevatten de hier besproken bepalingen niet alle deze restrictie, maar een redelijke uitleg staat er aan in de weg dat in het onderhavige geval het enkele uitschrijven van eiseres uit het bevolkingsregister met vermelding van vertrek naar de VS, dus ongeacht met welk doel dat heeft plaatsgevonden, zou moeten vallen onder het bereik van uitsluiting van de dekking. Gedaagden hebben geen argumenten aangedragen op grond waarvan een ruimere uitleg zou moeten worden aangenomen. Integendeel, ook zij hebben zich beperkt tot argumenten, op grond waarvan volgens hen zou moeten worden geconcludeerd dat eiseres zich permanent in de VS had gevestigd.

3.4. Een uitschrijving uit het bevolkingsregister met vermelding van een adres in de VS levert een vermoeden op dat de betrokkene, eiseres in dit geval, zich permanent (in de zin van de verzekeringsbepalingen) in het buitenland heeft gevestigd. De volgende door eiseres genoemde en aannemelijk geworden feiten ontzenuwen dit vermoeden echter: Eiseres heeft zich niet ingeschreven in de VS, zij is bij een van haar kinderen aldaar ingetrokken en heeft diens adres in het bevolkingsregister doen vermelden, zij is in verband met familieverwikkelingen in de VS voor een korte duur op zichzelf gaan wonen, haar inboedel is niet meeverhuisd naar de VS, zij heeft haar huis in Nederland aangehouden, het huis is slechts voor bepaalde tijd verhuurd, zij is - hoewel al van relatief hoge leeftijd - nog steeds als advocaat ingeschreven en als zodanig werkzaam, het naambord van haar als advocaat is van het verhuurde huis niet verwijderd.

3.5. De zojuist genoemde feiten zijn van belang, ook voor gedaagde sub 1. Uit de al bijna 40 jaar bestaande contractuele relatie met eiseres had zij tegenover eiseres de plicht om, toen het vermoeden ontstond dat eiseres naar het buitenland was verhuisd, te onderzoeken wat het karakter daarvan was, dit met het oog op de eventuele beëindiging van de verzekering. Met een eenvoudig onderzoek had zij een of meer van de door eiseres genoemde en hierboven aangehaalde feiten kunnen achterhalen hetgeen haar had moeten weerhouden om zonder enig overleg de verzekering te beëindigen. Daarbij hadden zij ook in aanmerking moeten nemen dat een gerede kans bestond dat eiseres op deze wijze “tussen wal en schip” zou raken, des te schrijnender nu zij vanwege de hartklachten het maken van aanzienlijke kosten heeft te vrezen.

3.6. Voor gedaagde sub 2 geldt hetzelfde. Zij had in redelijkheid de polis van eiseres niet op die grond kunnen beëindigen. Gezien de zorgplicht die zij ten opzichte van eiseres heeft, en gezien het grote belang dat eiseres heeft bij een voortdurende verzekering, is de opzegging van de verzekering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarbij wordt van belang geacht dat gedaagde sub 2 door haar brief van 23 juli 2001 het vertrouwen heeft gewekt dat eiseres nog verzekerd was. Zij kan thans daarop in redelijkheid niet zonder meer terugkomen. Het voorgaande brengt mee dat de vordering onder I en II kan worden toegewezen.

3.7. Eiseres heeft voorts een vergoeding gevorderd voor de door haar gemaakte kosten van rechtsbijstand. Deze vordering zal niet worden toegewezen nu niet is gesteld op grond waarvan deze kosten verschuldigd zijn en dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

3.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering moet worden toegewezen als na te melden. Gedaagden zullen hoofdzakelijk, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De President:

Veroordeelt gedaagde sub 1 de ziektekostenverzekeringsovereenkomst onder polisnummer 4100358038 te herstellen, en met terugwerkende kracht tot 30 december 2000 in stand te houden en alle daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen.

Veroordeelt gedaagde sub 2 de reisverzekeringsovereenkomst onder polisnummer 640/05033 te herstellen, en met terugwerkende kracht tot 13 april 2001 in stand te houden en alle daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen.

Veroordeelt gedaagden in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van eiseres begroot op f 2.144,23, waarvan f 427,-- aan griffierecht en f 167,93 aan dagvaardingskosten.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Holtrop en uitgesproken ter openbare zitting van 16 november 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.