Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4842

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-10-2001
Datum publicatie
25-10-2001
Zaaknummer
09.920157-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met een ander drie scholen in zijn woonplaats in brand gestoken, waardoor deze scholen alsmede de zich daarin bevindende goederen geheel zijn afgebrand, terwijl er voorts gevaar voor de omliggende woningen is onstaan.

Verdachte en zijn mededader hebben de scholen overgoten met een brandbare vloeistof en vervolgens deze vloeistof met lucifers aangestoken. [..] Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan een aantal woninginbraken, een inbraak in een poolcafé, een gewelddadige diefstal van een bromfiets en inbraak in een auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer 09.920157-01

rolnummer 0003

datum uitspraak 24 oktober 2001

tegenspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

meervoudige kamer voor kinderstrafzaken

VERKORT VONNIS

gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte

verdachte

geboren 1984 te Paramaribo (Suriname),

.

In verzekering gesteld op 28 mei 2001 en in voorlopige hechtenis gesteld op 31 mei 2001.

Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van

10 oktober 2001, nadat het onderzoek ter terechtzitting van 15 augustus 2001 is geschorst tot 10 oktober 2001.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Visser en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R.M. van der Zwan, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren is gebracht.

De telastelegging

Aan de verdachte is te last gelegd hetgeen vermeld staat in de dagvaarding, zoals op de terechtzitting

op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

Van de dagvaarding en van de vorderingen wijziging telastlegging zijn kopieën gevoegd bij dit vonnis, gemerkt respectievelijk A1, A2 en A3.

parketnummer 09.920157-01

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9

telastgelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de bijlage gemerkt B die van dit vonnis deel uitmaakt.

Hetgeen meer of anders is te last gelegd, is niet bewezen.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de bewezenverklaarde telastlegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte door die verbetering niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een bij dit vonnis te voegen bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet na te melden strafbare feiten op:

1, 3, 4 en 5:

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK, MEERMALEN GEPLEEGD

2:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN

6:

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT EN HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN BRAAK EN VERBREKING

parketnummer 09.920157-01

7:

DIEFSTAL

8 en 9:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN TE DUCHTEN IS, MEERMALEN GEPLEEGD

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte terzake van de hem onder 1, 2 , 3, 4, 5,

6, 7, 8 en 9 telastgelegde feiten wordt opgelegd de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij de

Gemeente Zoetermeer /Openbaar Primair Onderwijs Zoetermeer hoofdelijk zal worden toegewezen tot een bedrag van fl. 6.000,- , zijnde 1 % van het totaal gevorderde bedrag van fl. 600.000,- , en voor het overige

niet-ontvankelijk zal worden verklaard en dat de vordering van de benadeelde partij U.L. Antonie hoofdelijk zal worden toegewezen tot een bedrag van fl. 10.973,64.

De rechtbank heeft de op te leggen maatregel bepaald op grond van de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek op de terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De bewezenverklaarde feiten zijn ernstig.

De verdachte heeft samen met een ander drie scholen in zijn woonplaats in brand gestoken, waardoor deze scholen alsmede de zich daarin bevindende goederen geheel zijn afgebrand, terwijl er voorts gevaar voor de omliggende woningen is onstaan.

Verdachte en zijn mededader hebben de scholen overgoten met een brandbare vloeistof en vervolgens deze vloeistof met lucifers aangestoken.

Door het handelen van verdachte zijn bijzonder gevaarlijke situaties ontstaan, terwijl bovendien de slachtoffers ernstig gedupeerd zijn. De leerlingen die de betreffende scholen bezochten konden geen onderwijs volgen en alle lesmiddelen en persoonlijke bezittingen van de leerkrachten en leerlingen zijn bij de branden verloren gegaan.

parketnummer 09.920157-01

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan een aantal woninginbraken, een inbraak in een poolcafé, een gewelddadige diefstal van een bromfiets en inbraak in een auto.

Het slachtoffer van de diefstal van de bromfiets is door verdachte en zijn mededaders geslagen dan wel gestompt tegen zijn hoofd en rug en is door hen tegen de grond gehouden.

Uit de woningen waarvan de ruiten zijn verbroken dan wel een deur uit de schanieren is gelicht, hebben verdachte en zijn mededaders onder meer een videorecorder, een spelcomputer, mobiele telefoons, sieraden , gereedschap en geldbedragen weggenomen.

Verdachte en zijn mededaders zijn voorts een gesloten poolcafé binnengedrongen, alwaar ze geld uit gokkasten, een pooltafel, een kassa, een computerspel en uit de sigarettenautomaat hebben gehaald.

Verdachte heeft bij het plegen van voornoemde feiten alleen aan zijn eigen geldelijk gewin gedacht en niet aan de grote materiële en eventuele psychische schade voor de slachtoffers.

Als gevolg van de gepleegde delicten nemen voorts de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen toe.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport d.d. 27 september 2001 van de stichting FORA betreffende het psychologisch-pedagogisch onderzoek van verdachte, opgesteld en ondertekend door drs. A. Boschman (pedagoog NVO/GZ-psycholoog) en A.M.M. van der Reijken (kinder- en jeugdpsychiater) en mede ondertekend door drs. B.J.R. Rijpstra (K&J en GZ-psycholoog).

Blijkens voornoemd rapport vervalt verdachte naar leeftijdgenoten in stoer, macho en agressief gedrag, waarschijnlijk om zich een plek te veroveren, terwijl achter dit gedrag een (narcistisch) gekrenkte jongen schuil lijkt te gaan, met een laag zelfbeeld die weinig greep heeft op zijn leven.

Na psychiatrisch onderzoek kan worden gesproken van antisociaal gedrag bij een adolescent.

Bij de delicten lijkt middelengebruik, zoals alcohol en softdrugs, een rol te hebben gespeeld

evenals groepsbeïnvloeding, geld en weinig toezicht in de thuissituatie.

Er lijkt sprake te zijn van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verdachte kan als

verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd nu de impulscontrole en de frustratietolerantie tekort schieten en de gevoelensfunctie eveneens onvoldoende ontwikkeld is.

De kans op recidive is groot.

Behandeling is geboden, waarbij gedacht kan worden aan de orthopsychiatrische setting 'de Fjord'.

Gezien een gebrekkig inzicht in eigen handelen lijkt een juridisch kader, in de vorm van een

maatregel PIJ, geboden.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het rapport vervolgonderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, Vestiging Den Haag, opgesteld en ondertekend door mw. Kerkhoven, raadsonderzoeker, en mede ondertekend door mw. Smit, praktijkleider.

Hierin is eveneens geconcludeerd dat een PIJ-maatregel de enige mogelijkheid is om de bedreigende persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte bij te sturen via in aanvang gesloten jeugdpsychiatrische observatie en behandeling, bij voorkeur in de Fjord.

De rechtbank neemt de conclusies uit voornoemde rapporten over, maakt deze tot de hare en zal het gegeven advies opvolgen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de ernst van de gepleegde delicten en het grote gevaar voor recidive het opleggen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen bepaaldelijk vorderen en dat de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte.

parketnummer 09.920157-01

De rechtbank adviseert de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen ten uitvoer te leggen in de orthopsychiatrische setting 'de Fjord' dan wel in een andere inrichting die aansluit bij de persoonlijkheid van de verdachte, zoals beschreven in het rapport van de stichting FORA.

Vorderingen tot schadevergoeding

De Gemeente Zoetermeer/Openbaar Primair Onderwijs Zoetermeer heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het geding over deze strafzaak en heeft een vordering ingediend tot vergoeding van de geleden schade tot een bedrag van fl. 600.000,-.

De verdachte en de raadsman hebben de vordering van de benadeelde partij betwist.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafgeding, aangezien de gegrondheid van de schadeposten niet zonder nadere gegevens kan worden vastgesteld. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in haar vordering en deze slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

U.L. Antonie heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het geding over deze strafzaak en heeft een vordering ingediend tot vergoeding van de geleden schade tot een bedrag van fl. 10.973,64.

De verdachte en de raadsman hebben de vordering van de benadeelde partij betwist.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafgeding, aangezien de gegrondheid van de schadeposten niet zonder nadere gegevens kan worden vastgesteld. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in haar vordering en deze slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47, 77a, 77g, 77h, 77s, 77v, 77gg, 157, 310, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 telastgelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is te last gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

parketnummer 09.920157-01

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Legt verdachte op de maatregel:

PLAATSING IN EEN INRICHTING VOOR JEUGDIGEN

Verklaart de benadeelde partij De Gemeente Zoetermeer/Openbaar Primair Onderwijs Zoetermeer

niet-ontvankelijk in haar vordering. Bepaalt dat de benadeelde partij deze slechts bij de burgerlijke rechter

kan aanbrengen.

Verklaart de benadeelde partij U.L. Antonie niet-ontvankelijk in haar vordering. Bepaalt dat de benadeelde partij deze slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

parketnummer 09.920157-01

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Y.J. Wijnnobel-van Erp , kinderrechter, voorzitter,

M.W. Koek, kinderrechter,

en B. Schultsz, kinderrechter-plv.,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 oktober 2001.

Mr. B. Schultsz buiten staat zijnde dit vonnis mede te ondertekenen.