Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4750

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-10-2001
Datum publicatie
23-10-2001
Zaaknummer
09/754131-99
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0932
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met anderen ongeveer 31 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland gebracht, alsmede samen met anderen een poging gedaan tot invoer van een hoeveelheid cocaïne en voorbereidingshandelingen gepleegd ten behoeve van de invoer van 20 kilogram cocaïne. Voorts heeft zij samen met een ander ongeveer 12 kilogram cocaïne verkocht en vervoerd, alsmede samen met een ander ongeveer 800 gram cocaïne voorhanden gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/754131-99

rolnummer 0001

's-Gravenhage, 17 oktober 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

Verdachte

geboren 1962 te Medellin (Colombia),

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 7 februari 2001, 11 april 2001, 23 mei 2001, 11 juli 2001 en 4 oktober 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadslieden mr. N.C.J. Meijering en mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaten te Amsterdam, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. Harderwijk heeft gevorderd dat verdachte terzake van het haar bij dagvaarding onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5, 6 en 7 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, genoemd onder de nummers 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zullen worden verbeurdverklaard en dat de inbeslaggenomen -niet op de Beslaglijst vermelde- 800 gram cocaïne zal worden onttrokken aan het verkeer.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting van 11 juli 2001 - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A ,en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.

Bevoegdheid van de rechtbank

De raadslieden hebben, zoals nader toegelicht in hun ter terechtzitting van 4 oktober 2001 overgelegde pleitnota, aangevoerd, -verkort en zakelijk weergegeven- dat Nederland geen rechtsmacht heeft ter zake van de onder 2, 3 en 4 telastgelegde feiten.

De rechtbank verwerpt het verweer. Of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van de onderhavige feiten moet worden onderzocht op de grondslag van de telastlegging. Nu alle telastgelegde feiten (mede) Nederland als plaats van het delict vermelden, is de rechtbank bevoegd tot kennisneming van die telastlegging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij - gewijzigde - dagvaarding onder 4 primair en 4 subsidiair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 primair, 3, 5, 6 en 7 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Bewijsoverweging

De rechtbank overweegt het volgende:

Het is een feit van algemene bekendheid dat de haven van Antwerpen voor een containerschip slechts bereikbaar is via het binnen de grenzen van Nederland gelegen deel van de Westerschelde. Nu de cocaïne derhalve op enig moment binnen het grondgebied van Nederland is geweest, van welke omstandigheid verdachte op voorhand op de hoogte moet zijn geweest, kan vervoer per boot vanuit Zuid-Amerika naar België in het onderhavige geval worden aangemerkt als invoer van cocaïne naar Nederland.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte heeft samen met anderen ongeveer 31 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland gebracht, alsmede samen met anderen een poging gedaan tot invoer van een hoeveelheid cocaïne en voorbereidingshandelingen gepleegd ten behoeve van de invoer van 20 kilogram cocaïne. Voorts heeft zij samen met een ander ongeveer 12 kilogram cocaïne verkocht en vervoerd, alsmede samen met een ander ongeveer 800 gram cocaïne voorhanden gehad.

Aangenomen mag worden dat verdachte uit is geweest op geldelijk gewin, zonder daarbij oog te hebben voor de schade die het gebruik van cocaïne aan de volksgezondheid toebrengt. Cocaïne is bovendien een stof die diverse andere vormen van criminaliteit veroorzaakt.

Handelingen die tot doel hebben deze stof in te voeren en in omloop te brengen dienen dan ook streng te worden bestraft.

Voorts heeft zij deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had misdrijven als bovengenoemd te plegen. Verdachte had daarin een leidinggevende rol.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een brief d.d. 14 mei 2001, afkomstig van drs. C.A. I. Baakman, RK-Geestelijke Verzorger PI Nieuwegein, betreffende de geestelijke toestand van verdachte. In deze brief wordt onder meer gesteld dat het verdriet om haar kinderen een duidelijke tol gaat vragen.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 1, te weten Geld buitenlands (176.000 Duitse Marken en 466.830.000 It. Lire), verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien het aan verdachte toebehorende voorwerp geheel of grotendeels door middel van het onder 6 bewezenverklaarde strafbare feit is verkregen;

De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 2, 3, 4, 5 en 6, te weten respectievelijk een weegschaal (kl: beige Ohaus incl. gewichten), een pers (kl: blauw Mechatec 15 ton hydr. in doos incl. goudkl. Mal 3 zilverkl.), een hamer (rubberen), een pers (kl: groen/rood Kinzo Hydraulische pers met los stalen frame), twee mallen (rechthoekige stalen), verbeurdverklaren, zijnde deze gezamenlijkheid van voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze aan verdachte toebehorende voorwerpen zijn bestemd tot het begaan van het onder 6 bewezenverklaarde misdrijf;

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 33, 33a, 45, 47, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10, 10a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het haar bij - gewijzigde - dagvaarding onder 4 primair en 4 subsidiair telastgelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 primair, 3, 5, 6 en 7 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

Feit 1:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl zij van die organisatie leider was.

Feit 2 primair:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 3:

Medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 5:

Medeplegen van: om een feit, bedoeld in artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden zich gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen.

Feit 6:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Feit 7:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van ELF (11) JAREN;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 27 oktober 2000,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 30 oktober 2000;

verklaart verbeurd de blijkens de aan dit vonnis gehechte Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 1, 2, 3, 4, 5 en 6, te weten Geld buitenlands (176.000 Duitse Marken en 466.830.000 It. Lire), een weegschaal, een pers (kl: blauw), een hamer, een pers (kl: groen/rood), twee mallen;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

Mrs. Van Engelen, voorzitter,

Knol en Pereira Horta, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van der Putten, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 oktober 2001.