Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2784

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-07-2001
Datum publicatie
24-07-2001
Zaaknummer
09-925484-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op 29 maart 2001 is een demonstratie tegen de uitzetting van Koerdische asielzoekers, welke vreedzaam is begonnen, op gewelddadige wijze uit de hand gelopen. Door het gooien van stenen is veel materiële schade aangericht aan ruiten van het gebouw van de Tweede Kamer, van winkelbedrijven, van bussen, trams, abri’s, en politievoertuigen. Tevens zijn agenten, maar ook burgers gewond geraakt. [..] Verdachte was één van de hoofdrolspelers in dit geheel en heeft een groot aantal stenen gegooid. Waarbij hij een aantal malen de directe confrontatie heeft gezocht met latere slachtoffers als agent T.M. de Swart en brigadiers C.A.A. Hoefnagel en G.P. van Ockenburg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09-925484-01

rolnummer 8

's-Gravenhage, 23 juli 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

Verdachte

geboren te Irak,

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 9 juli 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr Schnoor, is verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr Keulen heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 en 6 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen Publex B.V. en N.V. Gemengd Bedrijf HTM.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding onder 2 primair, 2 subsidiair, 4 primair en 4 subsidiair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

P.M.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen -elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 2 meer subsidiair, 3 primair, 4 meer subsidiair, 5 en 6 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Op 29 maart 2001 is een demonstratie tegen de uitzetting van Koerdische asielzoekers, welke vreedzaam is begonnen, op gewelddadige wijze uit de hand gelopen. Door het gooien van stenen is veel materiële schade aangericht aan ruiten van het gebouw van de Tweede Kamer, van winkelbedrijven, van bussen, trams, abri’s, en politievoertuigen. Tevens zijn agenten, maar ook burgers gewond geraakt.

Dergelijke uitingen van geweld richten niet alleen zeer grote schade aan, maar doen ook de gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij toenemen.

Verdachte was één van de hoofdrolspelers in dit geheel en heeft een groot aantal stenen gegooid. Waarbij hij een aantal malen de directe confrontatie heeft gezocht met latere slachtoffers als agent T.M. de Swart en brigadiers C.A.A. Hoefnagel en G.P. van Ockenburg.

Verdachte heeft geen oog gehad voor de schade en de verwondingen welke het gooien van de stenen tot gevolg had. Dat er geen fatale verwondingen zijn opgetreden onder deze slachtoffers is een gelukkige omstandigheid, welke niet aan verdachte is toe te rekenen.

Tevens heeft verdachte een omstander, welke heeft getracht de relschoppers te kalmeren, bedreigd.

Het hiervoor overwogene alsmede de omstandigheid dat het in deze een zestal, ernstige, feiten betreft brengen de rechtbank ertoe een - relatief - zwaardere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

N.V. Gemengd Bedrijf HTM, domicilie kiezende te 's-Gravenhage, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot ¦ 53.820,68.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schade-vergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Publex B.V., domicilie kiezende te Diemen, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot ¦ 39.978,=.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

- 45, 47, 57, 141, 285, 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding onder 2 primair, 2 subsidiair, 4 primair en 4 subsidiair telastgelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 2 meer subsidiair, 3 primair, 4 meer subsidiair, 5 en 6 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

Feit 1 primair, : MEDEPLEGEN VAN POGING TOT DOODSLAG, MEERMALEN GEPLEEGD

Feit 3 primair

Feit 2 meer sub- : HET OPENLIJK EN IN VERENIGING PLEGEN VAN GEWELD TEGEN PERSONEN,

sidiair, Feit 4 meer MEERMALEN GEPLEEGD

subsidiair

Feit 5 : HET OPENLIJK EN IN VERENIGING PLEGEN VAN GEWELD TEGEN PERSONEN EN GOEDEREN

Feit 6 : BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT, ALTHANS MET

MET ZWARE MISHANDELING

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte te dier zake tot:

gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 29 maart 2001,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 4 april 2001;

bepaalt dat de benadeelde partij N.V. Gemengd Bedrijf HTM niet-ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding, en dat deze haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partij Publex B.V. niet-ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding, en dat deze haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Kalk, voorzitter,

Knol en Raeijmaekers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Tempel, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 juli 2001.