Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2715

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-07-2001
Datum publicatie
18-07-2001
Zaaknummer
09/753223-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De officier van justitie mr. Horstman heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE, STRAFSECTOR

MEERVOUDIGE KAMER

(TUSSENVONNIS)

parketnummer 09/753223-00

rolnummer 0002

's-Gravenhage, 18 juli 2001

De arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende tussenvonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

verdachte

geboren te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zoetermeer, Huis van Bewaring, te Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 6 februari 2001, 24 april 2001 en 10 juli 2001.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr. A.P. Visser, advocaat te ’s-Gravenhage, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. Horstman heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen jas, telefoonkaart, potloden en het C-1000 kaartje, zullen worden teruggegeven aan verdachte, en dat de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen handschoenen, het elektriciteitssnoer, het Hema-mes, het hobbymes en het tapeband zullen worden verbeurdverklaard.

De telastlegging.

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Heropening en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting.

Bij de beraadslaging is de rechtbank gebleken dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest.

De rechtbank acht zich niet voldoende ingelicht met betrekking tot de geestvermogens van verdachte. De rechtbank zal derhalve de oproeping bevelen van J.H. Scheffer, zenuwarts bij het Pieter Baan Centrum en F.W. Schalkwijk, psycholoog bij het Pieter Baan Centrum, teneinde hen als getuige-deskundigen op de nadere terechtzitting te horen.

Voorts zal de rechtbank de oproeping bevelen van J.J.F.M. de Man, districtspsychiater, teneinde hem als deskundige op de nadere terechtzitting te horen.

De rechtbank zal om die reden het onderzoek heropenen en schorsen tot na te melden tijdstip.

De rechtbank zal de stukken in handen van de officier van justitie stellen.

Beslissing.

De rechtbank,

heropent het onderzoek en schorst het onderzoek tot de terechtzitting van

vrijdag 12 oktober 2001 te 14.00 uur;

met bevel tot oproeping van verdachte tegen het tijdstip van de thans nader bepaalde terechtzitting, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsman, voorzover die datum niet bij gelegenheid van de uitspraak aan hen kon worden aangezegd;

met bevel tot oproeping van J.H. Scheffer en F.W. Schalkwijk, beiden voornoemd, als getuige-deskundigen en J.J.F.M. de Man als deskundige tegen het tijdstip van de thans nader bepaalde terechtzitting;

stelt te dien einde de stukken in handen van de officier van justitie.

schorst het onderzoek voor een langere dan de in artikel 282, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn van een maand, doch niet langer drie maanden, om de klemmende reden dat de agenda van de rechtbank een eerdere voortzetting niet mogelijk maakt.

Dit vonnis is gewezen door

Mrs. Verheij, voorzitter,

Veenendaal en Valk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van der Putten, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 juli 2001.

Mr. Veenendaal is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.