Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2419

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-05-2001
Datum publicatie
02-07-2001
Zaaknummer
AWB 01/16202
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AC-procedure / termijnoverschrijding vovo-uurtje.

Partijen zijn het erover eens dat de beschikking vijf minuten na aanvang van het zogenaamde vovo-uurtje werd uitgereikt. Verweerder heeft verwezen naar het door hem gehanteerde beleid, neergelegd in C12/1 Vc 2000. Ingevolge dit beleid wordt een beschikking uiterlijk een uur voor het einde van de AC-procedure uitgereikt, zodat de beschikking in het laatste uur kan worden besproken met een rechtsbijstandverlener, die aan het eind van dat uur aangeeft of een rechtsmiddel wordt aangewend. Indien de beschikking na het genoemde tijdstip, maar vóór het einde van de AC-procedure is uitgereikt, dient te worden beoordeeld of de vreemdeling door de termijnoverschrijding in zijn belang is geschaad. Is dit niet het geval, dan is de termijnoverschrijding niet als fataal aan te merken. De rechtbank acht dit beleid niet onredelijk.

Ter zitting heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat Iraanse eiser, door het enkele feit dat de beschikking in het vovo-uurtje werd uitgereikt, in zijn (processuele) belang is geschaad. Er zijn geen aanwijzingen dat eiser als gevolg van de overschrijding van vijf minuten onvoldoende in de gelegenheid is geweest om (de consequenties van) de beschikking met zijn rechtsbijstandverlener te bespreken en tot een afgewogen beslissing omtrent het instellen van een rechtsmiddel te komen.

Nu voor het overige aan de zijde van eiser geen bezwaren tegen de bestreden beschikking bestaan, moet worden geoordeeld dat de aanvraag zich voor afdoening in het aanmeldcentrum leende. Het beroep is mitsdien ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2001/192 met annotatie van Red.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE

Zittingsplaats Zwolle

Vreemdelingenkamer

regnr.: Awb 01/16202

uitspraak: 11 mei 2001

UITSPRAAK

inzake: A, geboren op [...] 1976,

van Iraanse nationaliteit,

IND dossiernummer 0104.18.8174,

eiser,

gemachtigde: mr. I.M. Hidding, Stichting

Rechtsbijstand Asiel Noordoost-Nederland;

tegen: DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. J. van Koesveld,

ambtenaar ten departemente.

1 Procesverloop

1.1 Op 19 april 2001 heeft eiser een aanvraag aanvraag tot het verlenen van een verblijfsverguning asiel voor bepaalde tijd gedaan. Bij beschikking van 22 april 2001 heeft verweerder de aanvraag niet ingewilligd.

1.2 Bij beroepschrift van 23 april 2001 heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank tegen deze beschikking.

Het beroep is ter zitting van 4 mei 2001 behandeld. Eiser is daarbij verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2 Toetsingskader

2.1 In deze procedure dient te worden beoordeeld of de bestreden beschikking toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsregels kan doorstaan. Aangezien verweerder de aanvraag heeft afgewezen in het aanmeldcentrum, dient beoordeeld te worden of de aanvraag in het kader van de aanmeldcentrum-procedure zonder schending van eisen van zorgvuldigheid had kunnen worden afgedaan.

3 Standpunten

3.1 Eiser stelt zich op het standpunt dat sprake is van een aan verweerder toe te rekenen termijnoverschrijding van de tijd die voor de procedure in het aanmeldcentrum gebruikt had kunnen worden, op grond waarvan hij doorgezonden dient te worden naar een Opvanglocatie. De beschikking is uitgereikt in het zogenoemde "vovo-uurtje". Voor het overige heeft eiser de beschikking uitdrukkelijk onbestreden gelaten.

3.2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat de aanvraag op goede gronden in het aanmeldcentrum is afgedaan. Weliswaar is in deze zaak de beschikking in het vovo-uurtje uitgereikt, doch deze termijnoverschrijding is niet als fataal aan te merken. Ingevolge het door verweerder gevoerde beleid, zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire (C12/1 Vc 2000) dient te worden beoordeeld of de vreemdeling door de termijnoverschrijding in zijn belang is geschaad. Is dit niet het geval, dan is de termijnoverschrijding niet als fataal aan te merken. In deze zaak is niet gebleken dat eiser door de termijnoverschrijding in zijn belang is geschaad.

4 Overwegingen

4.1 De rechtbank oordeelt als volgt.

Partijen zijn het erover eens dat de beschikking 5 minuten na aanvang van het zogenaamde vovo-uurtje werd uitgereikt. Verweerder heeft verwezen naar het door hem gehanteerde beleid, neergelegd in C12/1 Vc 2000. Ingevolge dit beleid wordt een beschikking uiterlijk een uur voor het einde van de AC-procedure uitgereikt, zodat de beschikking in het laatste uur kan worden besproken met een rechtsbijstandverlener, die aan het eind van dat uur aangeeft of een rechtsmiddel wordt aangewend. Indien de beschikking na het genoemd tijdstip, maar vóór het einde van de aanmeldcentrumprocedure is uitgereikt, dient te worden beoordeeld of de vreemdeling door de termijnoverschrijding in zijn belang is geschaad. Is dit niet het geval, dan is de termijnoverschrijding niet als fataal aan te merken. De rechtbank acht dit beleid niet onredelijk. Ter zitting heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiser, door het enkele feit dat de beschikking in het vovo-uurtje werd uitgereikt, in zijn (processuele) belang is geschaad. Er zijn geen aanwijzingen dat eiser als gevolg van de overschrijding van 5 minuten onvoldoende in de gelegenheid is geweest om (de consequenties van) de beschikking met zijn rechtsbijstandverlener te bespreken en tot een afgewogen beslissing omtrent het instellen van een rechtsmiddel te komen.

Nu voor het overige aan de zijde van eiser geen bezwaren tegen de bestreden beschikking bestaan, moet worden geoordeeld dat de aanvraag zich voor afdoening in het aanmeldcentrum leende. Het beroep is mitsdien ongegrond.

4.2 Er bestaat geen aanleiding voor veroordeling van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

5 BESLISSING

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. Koene en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.J.M. Pinners als griffier op 11 mei 2001.

_________________________________________________________________________

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen een week na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen op de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van "Hoger beroep vreemdelingenzaken", postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage.

Artikel 85 Vw 2000 bepaalt in dat verband dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Afschrift verzonden: 11 mei 2001