Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0348

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-12-2000
Datum publicatie
28-01-2002
Zaaknummer
AWB 00/6528 WAV
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAV / tewerkstellingsvergunning / prioriteitgenietend aanbod

De rechtbank kan verweerder niet volgen in zijn stelling dat voor de betreffende arbeidsplaatsen in de bouwnijverheid voldoende prioriteit genietend aanbod beschikbaar is.

De rechtbank leidt als vaststaand af dat er ten tijde van de bestreden beslissing schaarste bestond op de Nederlandse arbeidsmarkt aan werknemers in de sector bouwnijverheid. De rechtbank acht het met name op grond van het gegeven dat van het geregistreerde bestand aan werkzoekenden slechts een derde reëel beschikbaar is voor de arbeidsmarkt, niet onaannemelijk dat verweerder niet in staat is gebleken eiser in contact te brengen met een voldoende aantal geschikte kandidaten teneinde in de beschikbare vacatures te voorzien. Gebleken is voorts dat eiser door middel van advertenties en registratie bij Eures heeft trachten te voorzien in de beschikbare vacatures, hetgeen slechts een beperkt resultaat heeft opgeleverd. Daarbij dient voorts nog te worden betrokken dat eiser ook gebruik heeft gemaakt van andere kanalen binnen de sector, zoals de inzet van zogeheten zelfstandigen zonder personeel en gespecialiseerde bureau's. Eiser blijft evenwel een tekort aan personeel houden.

Wetsverwijzingen
Wet arbeid vreemdelingen, geldigheid: 2000-12-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Haarlem

enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken

U I T S P R A A K

artikel 21 Wet arbeid vreemdelingen (Wav)

artikel 33a Vreemdelingenwet (Vw)

reg.nr: AWB 00/6528 WAV H

inzake: V.O.F. Bouwbedrijf A te B, eiser sub 1, hierna te noemen: de werkgever,

C, geboren op [...] 1960, van Azerbajdzjaanse nationaliteit, wonende/verblijvende te D, eiser sub 2,

E, geboren op [...] 1967, van Litouwse nationaliteit, wonende/verblijvende te Litouwen, eiser sub 3,

F, geboren op [...] 1966, van Litouwse nationaliteit, wonende/verblijvende te Litouwen, eiser sub 4,

G, geboren op [...] 1974, van Litouwse nationaliteit, wonende/verblijvende te Litouwen, eiser sub 5,

H, geboren op [...] 1974, van Litouwse nationaliteit, wonende/verblijvende te Litouwen, eiser sub 6,

I, geboren op [...] 1955, van Litouwse nationaliteit, wonende/verblijvende te Litouwen, eiser sub 7, hierna te noemen: de werknemers,

gemachtigde: mr. A. van Driel, advocaat te Alkmaar,

tegen: de Algemene Directie voor de Arbeidsvoorziening (ADA), gevestigd te Zoetermeer, verweerder,

gemachtigde: mr. J.J.A. Huisman, werkzaam bij de ADA.

1. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

1.1 De werkgever heeft op 6 november 1998 aanvragen ingediend om verlening van een tewerkstellingsvergunning (twv) ingevolge de Wav ten behoeve van eiser sub 3 tot en met 7, respectievelijk in de functie van

stukadoor/tegelzetter (eisers sub 3 en 4), werkvoorbereider/timmerman (eiser sub 5), timmerman/lasser (eiser sub 6) en timmerman (eiser sub 7).

1.2 De werkgever heeft op 5 februari 1999 een aanvraag ingediend om verlening van een twv ten behoeve van eiser sub 2 in de functie van timmerman. De werkgever en eiser sub 2 hebben op 6 september 1999 een bezwaarschrift tegen

het niet tijdig nemen van een beslissing op deze aanvraag ingediend.

1.3 Bij besluiten van 27 september 1999, verzonden op 30 september 1999, heeft verweerder de aanvragen afgewezen. Bij brief van 20 oktober 1999 heeft verweerder aan de gemachtigde van de werkgever en de werknemers bericht het

bezwaarschrift van 6 september 1999 aan te merken als mede te zijn gericht tegen de afwijzing van de aanvraag ten behoeve van eiser sub 2. De werkgever en eisers 3 tot en met 7 hebben op 25 oktober 1999 tegen de afwijzing van hun

aanvragen een bezwaarschrift ingediend.

1.4 Verweerder heeft op 13 juni 2000 de bezwaarschriften ongegrond verklaard. Bij beroepschrift van 26 juni 2000 hebben de werkgever en de werknemers beroep ingesteld bij de rechtbank.

1.5 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 13 september 2000. Ter zitting hebben de werkgever, de werknemers en verweerder bij monde van hun gemachtigden hun standpunten nader uiteengezet.

2. OVERWEGINGEN

Algemeen

2.1 In dit geding dient te worden beoordeeld of de ongegrondverklaring van de bezwaarschriften in rechte stand kan houden. Daartoe moet worden bezien of deze besluiten de toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsregels

kunnen doorstaan.

2.2 Ingevolge artikel 21 Wav worden beschikkingen omtrent de afgifte van tewerkstellingsvergunningen - gegeven op grond van die wet - voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep gelijkgesteld met

beschikkingen aangaande toelating, gegeven op grond van de Vw.

2.3 In de Uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen behorende bij het Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wav, verder te noemen de Uitvoeringsregels, worden door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid regels gesteld voor

de uitvoering van de Wav.

2.4 Onder punt 2 van de Uitvoeringsregels is onder meer bepaald dat uitgangspunt voor de uitvoering van Wav is een consequente toepassing van het restrictieve toelatingsbeleid en dat dit inhoudt dat in beginsel alle

toepasselijke weigeringsgronden waarin de Wav voorziet, zullen worden tegengeworpen.

2.5 In artikel 33a Vw is bepaald dat deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van beroepen, ingesteld tegen beschikkingen, gegeven op grond van de Vw.

2.6 De werknemers dienen ingevolge artikel 1:2 Awb als belanghebbende te worden aangemerkt, aangezien hun belang als tewerkgestelde - objectief beschouwd - rechtstreeks door de bestreden besluiten wordt getroffen.

Wettelijk kader en beleidsuitgangspunten

2.7 Ingevolge artikel 8, eerste lid, onder a, Wav wordt een twv geweigerd indien voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteit genietend aanbod op de arbeidsmarkt beschikbaar is.

Ingevolge artikel 8, eerste lid, onder b, Wav wordt een twv geweigerd indien het een arbeidsplaats betreft waarvan de beschikbaarheid niet ten minste vijf weken vóór het indienen van de aanvraag aan de

Arbeidsvoorzieningsorganisatie is gemeld.

Ingevolge artikel 9, aanhef en onder a, Wav kan een twv worden geweigerd, indien de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben gepleegd de arbeidsplaats door prioriteit genietend op de arbeidsmarkt

beschikbaar aanbod te vervullen.

Ingevolge artikel 9, aanhef en onder b, Wav kan een twv worden geweigerd indien er - onder meer - in de arbeidsvoorwaarden enig beletsel is gelegen voor vervulling van de arbeidsplaats door prioriteit genietend aanbod.

2.8 Onder punt 11 van de Uitvoeringsregels is onder meer bepaald dat indien arbeidsaanbod in de eigen vestigingsplaats of regio, dan wel in andere regio's binnen Nederland en in andere landen van de Europese Unie aanwezig is,

geen vergunning zal kunnen worden verleend, ook indien het effectueren van dit aanbod extra inspanningen van de zijde van de werkgever vergt.

2.9 Onder punt 32 van de Uitvoeringsregels is onder meer bepaald dat indien de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben gepleegd om prioriteitgenietend aanbod te mobiliseren, in de regel een

tewerkstellingsvergunning dient te worden geweigerd.

De bestreden beschikking en de standpunten van partijen

2.10 Verweerder heeft de bestreden beslissing, voor zover hier van belang en samengevat, doen steunen op de volgende overwegingen.

Voor de desbetreffende arbeidsplaatsen is prioriteit genietend aanbod beschikbaar.

Ten aanzien van eisers sub 3 tot en met 7 is overwogen dat het arbeidsplaatsen betreft waarvan de beschikbaarheid niet ten minste vijf weken vóór het indienen van de aanvraag aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is gemeld.

Voorts heeft de werkgever niet aangetoond voldoende inspanningen te hebben gepleegd om de arbeidsplaatsen door prioriteit genietend op de arbeidsmarkt beschikbaar aanbod te vervullen.

Tenslotte is ten aanzien van eisers sub 3, 4, 6 en 7 overwogen dat er in de arbeidsvoorwaarden beletselen zijn gelegen voor vervulling van de arbeidsplaatsen door prioriteit genietend aanbod.

2.11 De werkgever en de werknemers hebben ter ondersteuning van hun beroep verwezen naar het op 8 juni 2000 door de Adviescommissie Wet Arbeid Vreemdeling uitgebracht advies, waarin onder meer staat dat het arbeidsbureau tekort

is geschoten, nu ondanks het verzoek van de werkgever om betaalde dienstverlening en het organiseren van een sollicitatiedag, er geen actie noch een reactie is geweest van die zijde. Door de gedragingen van het arbeidsbureau is het

niet gerechtvaardigd dat de werkgever de aanwezigheid van prioriteit genietend aanbod wordt tegengeworpen. Zo er twijfel is of er prioriteit genietend aanbod is, dient dit in dit geval niet in het nadeel van de werkgever uit te

vallen. De commissie acht de door de werkgever gedane wervingsinspanningen voldoende en acht geen termen aanwezig om te veronderstellen dat er beletselen zouden zijn gelegen in de arbeidsvoorwaarden. De werkgever heeft de vacatures

- met uitzondering van die voor de functie van timmerman die tijdig was gemeld door de werkgever - alsnog gemeld bij het arbeidsbureau.

2.12 Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd zoals weergegeven in het zich bij de stukken bevindende verweerschrift en ter zitting zijn eerder ingenomen standpunt gehandhaafd.

Beoordeling van het beroep

2.13 De rechtbank kan verweerder niet volgen in zijn stelling dat voor de desbetreffende arbeidsplaatsen voldoende prioriteit genietend aanbod beschikbaar is.

Daartoe wordt allereerst in aanmerking genomen dat blijkens de rechtbank ambtshalve bekende gegevens, geproduceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, er in het jaar 1999 gemiddeld 14.300 vacatures bij particuliere

bedrijven in de bedrijfstak bouwnijverheid aanwezig waren.

Vervolgens stelt de rechtbank vast dat verweerder bij brieven van 20 januari 1999 het voornemen heeft kenbaar gemaakt tot het afwijzend beslissen op de onderhavige aanvragen voor een tewerkstellingsvergunning. Daarbij heeft

verweerder aangegeven dat regionaal (Noord-Holland Noord) 15 stukadoors, 19 tegelzetters, 79 werkvoorbereiders, 180 lassers en 68 meubelmakers als werkzoekende stonden ingeschreven. Bij brief van 23 februari 2000 heeft verweerders

regionale directie aangegeven dat ongeveer een derde van het ingeschreven bestand aan werkzoekenden reëel bemiddelbaar is.

Blijkens de brief van verweerders regionale directie van 31 augustus 1999 is het duidelijk dat alle arbeidsplaatsen door middel van het bij verweerder ingeschreven en bemiddelbaar aanbod niet te vervullen zijn. Ook

landelijke verspreiding heeft binnen verweerders organisatie niet tot prioriteitgenietend aanbod geleid. Uit de branche informatie blijkt tevens schaarste op de markt. Ook de bij verweerder aanwezige landelijke gegevens

(sectormonitor/Brains) geven geen draagvlak om te veronderstellen dat aanbod aanwezig is. Het SFB heeft aangegeven thans geen aanbod binnen hun bestanden te hebben. Duidelijk is dat schaarste heerst binnen de Nederlandse

arbeidsmarkt, aldus verweerders regionale directie in haar brief van 31 augustus 1999.

Blijkens de in het Vademecum Wet arbeid vreemdelingen 2000 (uitgegeven door verweerder in januari 2000) gegeven toelichting op het bepaalde in artikel 8 Wav (paragraaf 5, pagina 11) wordt een tewerkstellingsvergunning

geweigerd indien prioriteitgenietend aanbod aanwezig en reëel beschikbaar is. Prioriteit genietend aanbod bestaat uit Nederlandse werkzoekenden, vreemdelingen die vrij zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt en vreemdelingen met de

nationaliteit van een lidstaat van de EER. Alleen een uitdraai uit het bestand van ingeschreven werkzoekenden is vaak onvoldoende om vast te stellen of dat aanbod reëel beschikbaar is; daadwerkelijke verwijzing van werkzoekenden is

veelal nodig.

2.14 Uit hetgeen hiervoor is overwogen leidt de rechtbank als vaststaande af dat er ten tijde van de bestreden beslissing schaarste bestond op de Nederlandse arbeidsmarkt aan werknemers in de sector bouwnijverheid. Teneinde in de

bij hem aanwezige vacatures te voorzien heeft eiser sub 1 zich gewend tot verweerder teneinde in die vacatures te voorzien.

De rechtbank acht het op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, met name het gegeven dat van het geregistreerde bestand aan werkzoekenden slechts een derde gedeelte reëel beschikbaar is voor de

arbeidsmarkt, niet onaannemelijk dat verweerder vanuit het beschikbare bestand van werkzoekenden niet in staat is gebleken eiser sub 1 in contact te brengen met een voldoende aantal geschikte kandidaten teniende in de beschikbare

vacatures te voorzien. Gebleken is voorts dat eiser sub 1 door middel van advertenties en registratie bij Eures heeft trachten te voorzien in de beschikbare vacatures, hetgeen slechts een beperkt resultaat heeft opgeleverd.

Daarbij dient voorts nog te worden betrokken dat eiser sub 1 ook gebruik heeft gemaakt van andere kanalen binnen de sector, zoals de inzet van zogeheten "zelfstandigen zonder personeel" -zzp'ers- en gespecialiseerde bureau's. Zo

heeft eiser sub 1 via Lamec b.v. Uitzend- & Detacheringsorganisatie en Lebora Advies & Werving b.v. meerdere (Engelse) personeelsleden en zzp'ers aangetrokken. Eiser sub 1 blijft evenwel een tekort aan personeel houden.

2.15 Voorts is de rechtbank van oordeel dat de werkgever voldoende inspanningen heeft gepleegd om de arbeidsplaatsen door prioriteitgenietend op de arbeidsmarkt beschikbaar aanbod te vervullen. Naast het feit dat hij de vacatures

heeft gemeld bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en EURES, verweerder heeft verzocht om betaalde dienstverlening en het organiseren van een sollicitatiedag en gespecialiseerde bureau's heeft benaderd, heeft hij advertenties laten

plaatsen in het Noordhollands Dagblad, de Volkskrant, het Parool en Trouw. Voorts heeft hij gebruik gemaakt van ESPEQ Opleidingsbedrijven Bouw/Hout welk instituut leerlingen heeft geplaatst bij de werkgever.

2.16 Gelet op voorgaande is de rechtbank dan ook tot het oordeel gekomen dat voor de betreffende arbeidsplaatsen onvoldoende prioriteit genietend aanbod op de arbeidsmarkt beschikbaar is. Verweerder heeft dan ook ten onrechte

geconcludeerd tot afwijzing van de gevraagde twv's op grond van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onder a, Wav en het bepaalde in artikel 9, aanhef en onder a, Wav.

2.17 Het beroep voorzover het betreft de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag ten behoeve van eiser sub 2 is mitsdien gegrond. De bestreden beschikking zal in zoverre worden vernietigd.

2.18 Ten aanzien van het beroep voorzover het betreft de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvragen ten behoeve van eisers sub 3 tot en met 7 oordeelt de rechtbank als volgt.

2.19 De rechtbank acht, als onvoldoende gemotiveerd bestreden, aannemelijk de stelling van eiser sub 1 dat hij de voor de bouwsector geldende CAO onverkort hanteert. Derhalve is de rechtbank niet is gebleken dat in de door eiser

sub 1 gehanteerde arbeidsvoorwaarden enig beletsel is gelegen voor vervulling van de bij eiser sub 1 aanwezige vacatures. Derhalve kan de verstrekking van de gevraagde twv's niet worden geweigerd op grond van het bepaalde in artikel

9, aanhef en onder b, Wav.

2.20 De werkgever heeft de arbeidsplaatsen welke hij wenst te laten vervullen door eisers sub 3 tot en met 7 niet ten minste vijf weken voor het indienen van de aanvragen om een tewerkstellingsvergunning aan verweerder gemeld.

Verweerder heeft derhalve terecht de tewerkstellingsvergunningen geweigerd. Hierbij merkt de rechtbank op dat de in artikel 8, eerste lid, onder b, Wav genoemde weigeringsgrond dwingendrechtelijk is geformuleerd.

2.21 Het beroep voorzover het betreft de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvragen ten behoeve van eisers sub 3 tot en met 7 is hierom ongegrond.

2.22 Gelet op het voorgaande behoeft het overige namens eisers aangevoerde geen bespreking meer.

Kostenveroordeling

2.23 In dit geval ziet de rechtbank aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Awb te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten, zulks met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De kosten zijn op voet van het bepaalde in het bovengenoemde Besluit vastgesteld op ƒ 1.420,-- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1).

2.24 Uit de gegrondverklaring volgt dat verweerder het betaalde griffierecht ad ƒ 450,-- dient te vergoeden.

3. BESLISSING

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep voorzover het betreft de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag ten behoeve van eiser sub 2 gegrond;

3.2 vernietigt de bestreden beschikking in zoverre;

3.3 draagt verweerder op binnen een termijn van tien weken opnieuw te beslissen op het bezwaarschrift van 6 september 1999, met inachtneming van hetgeen is overwogen in deze uitspraak;

3.4 verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

3.5 veroordeelt verweerder in de proceskosten ad ƒ 1.420,-- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan eisers moet voldoen;

3.6 wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon ter vergoeding van het door eisers betaalde griffierecht ad ƒ 450,--.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.H. Franke, lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken, en uitgesproken in het openbaar op 15 december 2000, in tegenwoordigheid van mr. G.J. de Jong als griffier.

afschrift verzonden op: 20 december 2000

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.