Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9743

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-09-2000
Datum publicatie
09-04-2003
Zaaknummer
AWB 00/60628
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaring / piketcentrale / rechtsbijstand.

Naar het oordeel van de rechtbank is het bepaalde in artikel 82 Vb in dit geval niet geschonden. Op grond van de door verweerder verstrekte informatie blijkt dat de piketcentrale ten tijde van de

inbewaringstelling van eiseres gesloten was, zodat een advocaat op zijn vroegst op zaterdag 12 augustus 2000 om 11.00 uur ingelicht zou kunnen worden, ongeacht hetgeen op het faxbericht aan de piketcentrale staat vermeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de door verweerder verstrekte informatie te twijfelen. De omstandigheid dat de piketcentrale ten tijde van het verhoor gesloten was, dient niet voor risico van verweerder te komen, nu de wijze waarop de piketcentrale haar werkzaamheden heeft ingericht is gebaseerd op afspraken tussen deze centrale en de piketadvocaten en er in dat verband vanuit moet worden gegaan dat de belangen van de te vertegenwoordigen vreemdeling hierbij een van de uitgangspunten heeft gevormd.

Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam

Sector Bestuursrecht

enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

op grond van artikel 8:70 Algemene wet bestuursrecht (Awb) j° artikel 34a Vreemdelingenwet (Vw)

reg.nr.: AWB 00/60628 VRWET

inzake: A, van (gestelde) Surinaamse nationaliteit, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, eiseres,

tegen: de Staatssecretaris van Justitie, verweerder.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij bevel tot bewaring van 11 augustus 2000 is eiseres op grond van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw in bewaring gesteld.

Verweerder heeft op dezelfde datum schriftelijk een last tot uitzetting van eiseres gegeven.

Bij beroepschrift van 14 augustus 2000 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot bewaring. Daarbij is opheffing van de maatregel tot bewaring gevorderd alsmede toekenning van schadevergoeding en

veroordeling van verweerder in de proceskosten.

Op 18 augustus 2000 heeft verweerder de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.

Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 23 augustus 2000.

Eiseres is aldaar vertegenwoordigd door mr. J. van Appia, advocaat te Amsterdam. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door gemachtigde A.P. Stipdonk, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van verweerders

ministerie.

Verweerder heeft - desgevraagd - bij brief van 28 augustus 2000 nadere informatie verstrekt. Hierop heeft eiseres bij brief van dezelfde datum gereageerd.

II. OVERWEGINGEN

Eiseres heeft - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Eiseres is op 11 augustus 2000 om 17.14 uur in bewaring gesteld. Op verzoek van eiseres is contact opgenomen met de advocaat die haar tijdens het strafvorderlijk

onderzoek had bijgestaan, echter deze gaf te kennen eiseres niet te willen bijstaan tijdens het vreemdelingrechtelijk onderzoek. Eiseres heeft derhalve om bijstand door een

vreemdelingenadvocaat verzocht. Verweerder heeft echter ten onrechte nagelaten in haar melding aan de piketcentrale uitdrukkelijk mee te delen dat 'betrokkene een /zijn eigen advocaat wenst te spreken'.

Immers, de door verweerder toegevoegde zinsneden 'Betrokkene is gewezen op de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden. Zij heeft te kennen gegeven hier gebruik van te willen maken.' duidt er slechts op dat eiseres beroep wenst in

te stellen. Door deze foutieve melding van verweerder heeft de piketcentrale niet terstond contact opgenomen met een advocaat, maar is dit eerst de volgende dag om 11.54 uur gebeurd.

Eiseres is door voornoemde handelwijze dan ook ten onrechte verstoken geweest van bijstand door een advocaat tijdens het verhoor op grond van artikel 26 Vw jo artikel 82 Vb.

Bij brief van 28 augustus 2000 heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld dat hij geen aanleiding ziet om te reageren op de door verweerder bij brief van 28 augustus 2000 verstrekte informatie met betrekking tot de werkwijze van de

piketcentrale.

Verweerder heeft het volgende - zakelijk weergegeven - aangevoerd. De

bewaring is formeel en materieel tot de opheffing ervan rechtmatig geweest. Na de inbewaringstelling heeft verweerder drie uur gewacht met het horen van eiseres, teneinde haar tijdens het verhoor de doen bijstaan door een advocaat.

De omstandigheid dat de piketcentrale eerst de volgende dag om 11.54 uur, derhalve nadat het verhoor in verband met artikel 26 Vw jo artikel 82 Vb had plaatsgevonden, contact heeft opgenomen met de huidige gemachtigde van eiseres,

dient niet voor risico van verweerder te komen.

Bij brief van 28 augustus 2000 heeft verweerder - desgevraagd - het volgende omtrent de werkwijze van de piketcentrale meegedeeld:

De piketcentrale is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 9.00 uur tot 12.00 uur en van 13.00 uur tot 17.00 uur. Er is tussen 8.30 uur en 17.00 uur altijd iemand aanwezig. In weekeinden en op feestdagen is de centrale geopend en

bereikbaar tussen 11.00 uur en 16.00 uur.

Desgevraagd is er (nog) geen officieel reglement vastgesteld voor het vreemdelingrechtelijk piket, dit in tegenstelling tot het straf- en psychiatrisch piket. Wel zijn er met de aangesloten advocaten afspraken gemaakt waarvan de

belangrijkste zijn:

- de advocaat dient te zijn ingeschreven bij de centrale;- de advocaat dient af en toe cursussen te volgen;

- de advocaat dient - als hij dienst heeft - gedurende de openingstijden van de centrale telefonisch bereikbaar te zijn op kantoor, privé en/of op een mobiel nummer.

Zodra een vreemdeling in bewaring wordt gesteld op een tijdstip dat de centrale gesloten is, wordt de dienstdoende advocaat niet eerder dan de volgende dag ingelicht, telefonisch dan wel per fax. Overigens maakt het niet uit wat de

vreemdelingendienst onderaan de piketfax vermeldt - 'betrokkene is gewezen op de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden, wenst daar wel/geen gebruik van te maken, dan wel 'betrokkene wenst een/zijn eigen advocaat te spreken ' -

in alle gevallen wordt bij een gesloten centrale eerst later een advocaat ingelicht. Het is dus niet zo dat als een vreemdeling expliciet een/zijn advocaat wenst te spreken dit leidt tot een versnelde inschakeling van de advocaat

buiten de openingstijden van de centrale.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de bewaring na de indiening van het beroep is opgeheven. Thans moet worden beoordeeld of er gronden zijn om schadevergoeding toe te kennen.

Eiseres is op vrijdag 11 augustus 2000 om 17.14 uur in bewaring gesteld.

Krachtens artikel 82, vierde lid, Vb dient aan een vreemdeling mededeling worden gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor door een advocaat te doen bijstaan. In deze bepaling ligt besloten - en in hoofdstuk A7

onder 3.4.2 van de Vreemdelingencirculaire wordt dit ook uitdrukkelijk bepaald - dat de raadsman van de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld bij het verhoor aanwezig te zijn. Deze waarborg van daadwerkelijke toegang tot

rechtsbijstand is zo essentieel dat niet-naleving van de gestelde norm in beginsel de opgelegde vreemdelingenbewaring onrechtmatig maakt.

Naar het oordeel van de rechtbank is het bepaalde in artikel 82 Vb in dit geval niet geschonden. Op grond van de door verweerder verstrekte informatie blijkt dat de piketcentrale ten tijde van de

inbewaringstelling van eiseres gesloten was, zodat een advocaat op zijn vroegst op zaterdag 12 augustus 2000 om 11.00 uur ingelicht zou kunnen worden, ongeacht hetgeen op het faxbericht aan de piketcentrale staat vermeld. De

rechtbank ziet geen aanleiding om aan de door verweerder verstrekte informatie te twijfelen. De omstandigheid dat de piketcentrale ten tijde van het verhoor gesloten was, dient niet voor risico van verweerder te komen, nu de wijze

waarop de piketcentrale haar werkzaamheden heeft ingericht is gebaseerd op afspraken tussen deze centrale en de piketadvocaten en er in dat verband vanuit moet worden gegaan dat de belangen van de te vertegenwoordigen vreemdeling

hierbij

een van de uitgangspunten heeft gevormd.

Uit het vorenstaande volgt dat de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel en de voortduring daarvan tot de opheffing niet onrechtmatig zijn geweest, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet gebruik te maken van de bevoegdheid

om schadevergoeding toe te kennen als genoemd in artikel 34j Vw.

Gelet op het vorengaande ziet de rechtbank evenmin aanleiding tot veroordeling van een der partijen in de proceskosten van de andere partij.

III. BESLISSING:

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Radder, rechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 6 september 2000, in tegenwoordigheid van mr. drs. E.J.W. Verhaagh, griffier.

afschrift verzonden op: 25 september 2000

Conc.:EV

Coll:

Bp:

D:B

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, voorzover het betreft het al dan niet toekennen van schadevergoeding of de hoogte daarvan. De Officier van Justitie kan binnen veertien dagen na de

uitspraak, en de vreemdeling binnen een maand na de betekening van de uitspraak hoger beroep instellen door het afleggen van een daartoe strekkende verklaring bij de griffie van deze rechtbank.