Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8413

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
09.901188-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

SCHRIFTELIJK VONNIS

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE

POLITIERECHTER

parketnr. 09.901188-00

's-Gravenhage, 21 november 2000.

De politierechter in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op 21 augustus 1941

wonende te [woonplaats], [adres].

De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 7 november

2000.

De raadsman, mr. A.P. van Vugt, advocaat te Culemborg, als bepaaldelijk gevolmachtigde van verdachte, is gehoord ter terechtzitting van 7 november 2000.

De telastlegging

Aan verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A en van de vordering wijziging telastlegging gemerkt A1.

De officier van justitie, mr. Koorn, heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding gewijzigde telastlegging wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor

de duur van 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een geldboete van f 1900,-- subsidiair 34 dagen hechtenis.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

Namens verdachte is aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, daar verdachte in een eerder stadium door een medewerker van het parket was meegedeeld dat "het wel een schikking zou worden".

De politierechter verwerpt dit verweer.

Op grond van een dergelijke uitlating was het openbaar ministerie niet gehouden verdachte een schikking aan te bieden en kon zij er toe overgaan verdachte een dagvaarding toe te zenden.

Het openbaar ministerie dient derhalve in de strafvervolging ontvankelijk te worden verklaard.

Bewijsoverwegingen

D raadsman heeft gesteld dat niet duidelijk is wat met het begrip "lasershield" zoals in de dagvaarding genoemd, wordt bedoeld. In casu gaat het zijns inziens niet om een dergelijk apparaat en kan hetgeen in de telastlegging staat niet bewezen

worden.

Dit verweer dient te worden verworpen, nu in de telastlegging (die ter zitting is gewijzigd) tevens is aangegeven om welk apparaat het in dit geval precies gaat nl een Target Laser Echo-850. Bovendien staat in het zich in het proces-verbaal

bevindend technisch onderzoek van de politie Haaglanden dat is gebleken dat zich in de auto van verdachte twee transponders bevonden, ook wel lasershields genoemd van het merk Target, type LE-850.

Voorts is aangevoerd dat de Target LE-850 het verrichten van snelheidsmeting niet absoluut onmogelijk maakt; indien een meting al op grotere afstand zou worden begonnen, zou deze met succes kunnen worden afgesloten.

Ook dit verweer wordt verworpen, nu artikel 184 Wetboek van Strafrecht slechts vereist is dat de opsporing wordt belemmerd, niet dat deze in absolute zin onmogelijk wordt gemaakt.

Overigens mist het verweer ook feitelijke grondslag nu bewezen wordt geacht dat de meting van de snelheid (absoluut) onmogelijk is gemaakt.

Verdachte en zijn raadsman wijzen er op dat bewezen dient te worden dat de zich in de auto van verdachte bevindende apparatuur geactiveerd was. Een meting door de politie wordt immers alleen belemmerd, indien het apparaat is ingeschakeld.

Zij zijn van mening dat er tussen de aanwezigheid van de Target-apparatuur en het verschijnen van de E14-code op de snelheidsmeter van de politie geen onlosmakelijk causaal verband bestaat, nu uit een praktijktest is gebleken dat het

goed mogelijk is dat een auto met bedoelde apparatuur wordt gemeten en de E14-code verschijnt, terwijl die code niet door de gemeten auto, maar bijvoorbeeld door een andere auto met wel geactiveerde apparatuur wordt veroorzaakt.

De politierechter is van oordeel dat er wel sprake is van een causaal verband tussen de aanwezigheid van de Target LE-180 in de auto van verdachte en het verschijnen van de genoemde code op de snelheidsmeetmiddel van de politie. Mede gelet op de

verklaring ter zitting van een verbalisant dat het nooit is voorgekomen dat bij een E14-code geen ingeschakelde apparatuur in de betreffende auto werd aangetroffen, alsmede gelet op de omstandigheid dat verdachte bij zijn aanhouding te kennen gaf

dat hij de apparaten had laten inbouwen met de bedoeling bekeuringen van snelheidsmetingen te voorkomen, acht de politierechter het onaannemelijk dat verdachte de Target-apparatuur had uitgeschakeld en dat de code werd veroorzaakt door

een andere auto. Hiervan is op geen enkele wijze gebleken.

De bewijsmiddelen

P.M.

De bewezenverklaring

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de politierechter op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij de dagvaarding

met daarin opgenomen wijziging telastlegging heeft begaan, met dien verstande dat de politierechter bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventuele in de telastlegging en de wijziging telastlegging voorkomende typ- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in zijn verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging en de wijziging telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B en B1.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte

Namens verdachte is aangevoerd dat hij geen schuld heeft, nu hem niet verweten kan worden dat de wetgever op het onderhavige gebied nog niets geregeld heeft, waardoor politie en gebruikers van de genoemde apparatuur in hetzelfde frequentiegebruik zitten.

De politierechter verwerpt dit verweer.

Verdachte wist dat de Target LE-180 naast het bijvoorbeeld automatisch openen van garagedeuren tevens protectie biedt tegen snelheidscontrole van de politie, zodat hij eveneens wist dat het gebruik van de apparatuur op de onderhavige wijze een snelheidscontrole zou belemmeren.

Hier doet niet aan af dat de wetgever op dit gebied nog niets heeft geregeld.

Strafmotivering

Wat betreft de op te leggen straf overweegt de politierechter als volgt.

Door het onderhavig gebruik van de Target TE-180 heeft verdachte een gangbare wijze van opsporing van snelheidsovertredingen door de politie belemmerd. Verdachte heeft zichzelf hierdoor de mogelijkheid gegeven om, zonder het risico van een bekeuring te lopen, harder te rijden dan wettelijk is toegestaan, hetgeen tot (zeer) gevaarlijke situaties in het verkeer kan leiden.

De politierechter acht voor een dergelijk feit een boete van na te noemen hoogte passend en geboden.

Voor het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf ziet zij, mede gelet op het feit dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit met justitie in aanraking is geweest, in het onderhavige geval geen reden.

Zij zal een deel van de boete voorwaardelijk opleggen om verdachte er van te weerhouden in de toekomst wederom een dergelijk feit te plegen.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter

terechtzitting is gebleken.

Inbeslaggenomen voorwerp

De politierechter zal het blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp een Target 850 lasersnellheidsdetecter verbeurdverklaren, aangezien dit aan verdachte toebehoort en bij

het begaan van het feit is gebruikt.

De toepasselijke wetsartikelen

Wetboek van Strafrecht: 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 33, 33a, 184.

Beslissing

De politierechter,

verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het hem bij de wijziging telastlegging, telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

Opzettelijke enige handeling, door een ambtenaar belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belemmeren.

verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;

legt verdachte te dier zake op:

een geldboete van f 1500,-- (vijftienhonderd gulden) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis

Bepaalt dat een gedeelte van die straf groot f 500,-- (vijfhonderd gulden) niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Verklaart verbeurd het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp te weten een:

Target 850 lasersnelheidsdectector;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding en de wijziging telastlegging meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard; spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. Wijnnobel-van Erp, politierechter, in tegenwoordigheid van Kramer-Sjamaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de politierechter van 21 november 2000.