Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6423

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-05-2000
Datum publicatie
01-05-2000
Zaaknummer
AWB 00/4347
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Vreemdelingenkamer

__________________________________________________

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 34a Vreemdelingenwet

__________________________________________________

Reg.nr : AWB 00 / 4347 VRWET

Inzake : A, hierna te noemen de vreemdeling,

gemachtigde mr. P. de Boom, advocaat te Barendrecht,

tegen : de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. C. Eijkelhof, ambtenaar ten departemente.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

1. De vreemdeling stelt te zijn geboren op [...] 1978 en de Franse nationaliteit te hebben.

Op 17 april 2000 is de vreemdeling in bewaring gesteld met toepassing van het bepaalde in artikel 26, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet (Vw).

2. Op 19 april 2009 heeft de vreemdeling tegen de vrijheidsontnemende maatregel beroep ingesteld. Op diezelfde datum heeft verweerder een kennisgeving ter griffie van rechtbank gestuurd.

3. De openbare behandeling van dit beroep heeft plaatsgevonden op 27 april 2000. De vreemdeling is aldaar verschenen, bijgestaan door mr.

M. Bouman, kantoorgenoot van de mr. P. de Boom. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was er ter zitting een tolk Frans aanwezig.

Op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling heeft de rechtbank de zitting geschorst om nadere informatie van het Franse consulaat af te

wachten en deze informatie bij de zaak te betrekken alvorens uitspraak te doen.

Tevens is er door partijen toestemming gegeven met het verder afdoen van de procedure buiten zitting.

Bij brief van 27 april 2000 heeft verweerder, naar aanleiding van een telefonische mededeling van het Franse consulaat, de rechtbank nader bericht. Bij brieven van 28 april 2000 en 1 mei 2000 heeft de gemachtigde van de vreemdeling

hierop een reactie gegeven.

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank stelt vast dat de bewaring na indiening van het beroepschrift is opgeheven. Gelet hierop is thans nog in geschil of de bewaring reeds eerder dan 27 april 2000 onrechtmatig was en zo ja, of termen bestaan een

schadevergoeding op grond van artikel 34j Vw toe te kennen.

2. Namens de vreemdeling is ter zitting -kort samengevat- aangevoerd dat het paspoort van de vreemdeling niet vervalst is. Vooral ook nu thans blijkt dat het rijbewijs in orde is. De gemachtigde van de vreemdeling verzoekt om eerst

het resultaat van de zijde van het Franse consulaat over de echtheid van het paspoort en het identiteitsbewijs af te wachten, alvorens uitspraak te doen.

3. Bij brief van 27 april 2000 heeft verweerder de rechtbank medegedeeld dat de bewaring van de vreemdeling 27 april 2000 is opgeheven naar aanleiding van het feit dat het Franse consulaat telefonisch heeft meegedeeld dat "het

paspoort van de vreemdeling niet vals dan wel vervalst is". Tevens heeft verweerder bij deze brief te kennen gegeven bereid te zijn over te gaan tot toekenning van een schadevergoeding en een vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De gemachtigde van de vreemdeling heeft bij brief van 1 mei 2000 gesteld het niet eens te zijn met de voorgestelde schadevergoeding, omdat de vreemdeling ernstig is benadeeld, waardoor forse schade, waaronder psychische schade is

toegebracht.

4. De rechtbank overweegt het volgende.

4.1 Het is de rechtbank uit het proces-verbaal van staandehouding van 17 april 2000 gebleken dat de vreemdeling op 3 april 2000 werd staandegehouden nadat de vreemdeling had getracht een sofi-nummer aan te vragen bij de

Belastingdienst met een paspoort dat niet was voorzien van een handtekening en waarop de pasfoto scheef was aangebracht. Omdat er werd getwijfeld aan de echtheid van het paspoort werd besloten het paspoort te laten onderzoeken door

experts van de Technische Recherche van de politie. In afwachting van dit onderzoek is de vreemdeling heengezonden met de mededeling dat hij zich op 17 april 2000 wederom moest melden. Omdat het voornoemde onderzoek heeft uitgewezen

dat het paspoort vervalst is, waren er voldoende concrete aanwijzingen dat de vreemdeling illegaal in Nederland verblijft, zodat de verbalisant op grond van artikel 19, eerste lid, Vw bevoegd was hem staande te houden ter

vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en

verblijfsrechtelijke positie.

4.2 De rechtbank stelt zich op het standpunt dat het ervoor moet worden gehouden dat het paspoort van de vreemdeling vervalst is, aangezien daartoe op een aantal gronden is geconcludeerd na technisch onderzoek terzake en de uitkomst

daarvan is vastgelegd in een op ambtseed opgemaakt rapport van onderzoek van 4 april 2000. Blijkens voornoemd rapport is de conclusie dat het document van oorsprong authenthiek is, doch nu vervalst is. De rechtbank heeft geen

aanknopingspunten om voormeld rapport voor onjuist te houden. Hieraan kan niet afdoen dat zijdens het Franse consulaat jegens verweerder is medegedeeld dat aan de vreemdeling een paspoort is afgegeven, omdat niet in geschil is dat

het onderzochte paspoort van de vreemdeling een authentiek document is.

Daargelaten wat er overigens zij van de door verweerder gestelde ontvangen informatie van de zijde van het Franse consulaat, kan naar het oordeel van de rechtbank het consulaat met geen mogelijkheid een relevant oordeel geven over

de vraag of dat document na afgifte al dan niet is vervalst, omdat het consulaat dat document daarvoor niet aan een

onderzoek heeft kunnen onderwerpen, hetgeen wel is geschied door de technische recherche.

4.3 Derhalve is de rechtbank van oordeel dat de maatregelen van staandehouding en ophouding voor verhoor op rechtmatige wijze zijn toegepast.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de inbewaringstelling van de vreemdeling op een juiste grondslag heeft berust.

Hieraan kan niet afdoen dat verweerder, hangende het beroep van de vreemdeling tegen de opgelegde maatregel van bewaring, om hem moverende redenen aanleiding heeft gezien de bewaring op te heffen en de vreemdeling een

schadevergoeding aan te bieden.

5. Met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat het een vreemdeling toekomt om een door verweerder aangeboden schadevergoeding van de hand te wijzen, waardoor dat aanbod (veelal) is komen te vervallen, en zich alsdan tot de rechtbank te wenden met

het het verzoek om een (hoger) bedrag aan schadevergoeding toe te wijzen.

Daargelaten dat de vreemdeling in het onderhavige geval overigens niet nader heeft gesteld in welke mate een (hoger) bedrag aan schadevergoeding zou moeten worden toegekend door de rechtbank, komt een verzoek om schadevergoeding

ingevolge artikel 34j Vw niet voor toewijzing in aanmerking omdat de rechtbank de bewaring niet onrechtmatig heeft geoordeeld.

6. Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten, is de rechtbank niet gebleken.

III. BESLISSING

De Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage:

RECHTDOENDE:

1. Verklaart het beroep ongegrond.

2. Wijst het verzoek om schadevergoeding af.

IV. RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open voor zover het betreft het beroep tegen het bevel tot in bewaringstelling. Voor zover het betreft de beslissing op het verzoek om schadevergoeding staat tegen deze uitspraak

hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

De Officier van Justitie kan binnen veertien dagen na de uitspraak en de vreemdeling binnen een maand na de betekening van de uitspraak hoger beroep instellen door het indienen van een verklaring als bedoeld in de artikelen 449 en

451a Wetboek van Strafvordering bij de

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage.

Aldus gedaan door mr. M.C.J.A. Huijgens en uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2000, in tegenwoordigheid van J.A. de Kievit-Tempels, griffier.

afschrift verzonden op: 3 mei 2000