Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6349

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-01-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
AWB 99/11035
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Reglement regime grenslogies
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Haarlem

enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken

U I T S P R A A K

ex artikel 34a Vreemdelingenwet (Vw)

reg.nr.: AWB 99/11035 VRWET D

Inzake: A, geboren op [...] 1968, van Chinese

nationaliteit, ook bekend als A, verblijvende in de

Penitentiaire Inrichting Toorenburg, Unit Westlinge, te Heerhugowaard, hierna te noemen: de vreemdeling,

tegen: de Staatssecretaris van Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), gevestigd te 's-Gravenhage, verweerder.

Zitting: 10 januari 2000.

De vreemdeling is vertegenwoordigd door mr M.J.A. Leijen, advocaat te Alkmaar.

Verweerder is verschenen bij gemachtigde, mr S. Oudolf.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1 Op 7 augustus 1999 is ten aanzien van de vreemdeling de maatregel ex artikel 7a, tweede en derde lid, Vw toegepast.

Tegen de maatregel is reeds eerder beroep ingesteld. Verwezen wordt naar

hetgeen hieromtrent door deze rechtbank, nevenzittingsplaats Nieuwersluis, is overwogen en beslist in de uitspraak van 21 september 1999 met kenmerk AWB 99/7321 VRWET N. Bij die uitspraak is het door de vreemdeling ingestelde beroep

tegen de inbewaringstelling ongegrond verklaard.

1.2 Bij beroepschrift van 18 december 1999, ter griffie van deze rechtbank ontvangen op 22 december 1999, heeft de vreemdeling beroep ingesteld tegen de voortduring van de maatregel van bewaring. Het beroep strekt tevens tot het

toekennen van schadevergoeding.

2. Overwegingen

2.1 Namens de vreemdeling is - onder meer - aangevoerd dat het regime in de penitentiaire inrichting Toorenburg, Unit Westlinge, te Heerhugowaard, voor zover al aangenomen kan worden dat zulks is gebaseerd op de wet, niet gelijk aan

het regime, zoals voorgeschreven in Reglement regime grenslogies.

De rechtbank oordeelt als volgt.

2.2 Blijkens de zich in het dossier bevindende stukken is de vreemdeling bij beschikking van 10 augustus 1999 op grond van het bepaalde in artikel 7a, tweede en derde lid, Vw in het Grenshospitum geplaatst. Bij besluit van 27

september 1999 heeft de directeur van het Grenshospitium de vreemdeling de penitentiaire inrichting Toorenburg, Unit Westlinge, te Heerhugowaard aangewezen als plaats of ruimte als bedoeld in artikel 7a, tweede en derde lid, Vw.

Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat zulks is geschied in verband met ruimtegebrek in het Grenshospitum.

2.3 Uit de bewoordingen van artikel 7a Vw en de Nota van Toelichting bij het Besluit van 6 november 1992, houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit (Stb 1992, 590, pagina 5) moet worden afgeleid dat in beginsel iedere ruimte

in Nederland kan worden aangewezen voor het doen ophouden van vreemdelingen als bedoeld in artikel 7a, tweede en derde lid, Vw. In dit verband zij verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank van 9 februari 1996 met nummer AWB

95/6926 VRWET H (gepubliceerd in de Gids Vreemdelingenrecht, nummer 27-7). Uit artikel 7a, vierde lid, Vw jo artikel 1 Reglement regime grenslogies (Stb. 1993, 45) volgt dat het regime in een dergelijke ruimte moet voldoen aan

bedoeld Reglement.

2.4 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet, althans niet afdoende, weersproken dat het regime in de penitentiaire inrichting Toorenburgh, Unit Westlinge, niet voldoet aan dan wel tenminste gelijkwaardig is aan het

Reglement regime grenslogies. Het is de rechtbank uit eigen wetenschap bekend dat de Unit Westlinge van bedoelde inrichting een huis van bewaring is en dat het regime van beperkte gemeenschap, zoals dat geldt in huizen van bewaring

op essentiƫle punten in ongunstige zin afwijkt van het regime grenslogies. Nu niet vast is komen te staan dat het Reglement regime grenslogies in de aangewezen ruimte geldt of is toegepast, moet worden aangenomen dat de

overplaatsing van de vreemdeling bij beschikking van 27 september 1999 in strijd is met het bepaalde in artikel 7a, vierde lid, Vw jo artikel 1 Reglement regime grenslogies.

Het door verweerder ter zitting aangevoerde argument dat de vreemdeling over het regime zijn beklag kan doen bij een commissie voor toezicht miskent dat een dergelijke klacht slechts betrekking kan hebben op (een) ten aanzien van

hem als bewoner genomen maatregel(en) op grond van een bepaald regime, terwijl in het onderhavig geval de (wijze van) tenuitvoerlegging van de maatregel aan de orde is, (dat wil zeggen: of een bepaald regime geldt of is toegepast)

waarover de rechtbank, gelet in het bepaalde in artikel 34a, vijfde lid, Vw bevoegd is te oordelen.

2.5 De opgelegde maatregel van bewaring is reeds om die reden onrechtmatig. De overige aangevoerde grieven behoeven derhalve geen bespreking meer. De bewaring zal worden opgeheven met ingang van 11 januari 2000.

2.6 Omtrent het verzoek om schadevergoeding zal bij afzonderlijke uitspraak worden beslist.

2.7 Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van het geding.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep gegrond en beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring ex artikel 26 Vw met ingang van 11 januari 2000;

3.2 veroordeelt verweerder in de proceskosten ad f 1.420,-- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten aan de griffier van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Haarlem, moet voldoen.

Deze uitspraak is gedaan door mr J.R.A. Verwoerd, lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in tegenwoordigheid van mr J. van de Kolk als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2000, in tegenwoordigheid

van de griffier.

afschrift verzonden op: 18 januari 2000

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage

zittinghoudende te Haarlem

enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken

U I T S P R A A K

ex artikel 34j Vreemdelingenwet (Vw)

reg.nr.: AWB 99/11035 VRWET D

Inzake: A, geboren op [...] 1968, van Chinese

nationaliteit, ook bekend als A, verblijvende in de

Penitentiaire Inrichting Toorenburg, Unit Westlinge, te Heerhugowaard, hierna te noemen: de vreemdeling,

tegen: de Staatssecretaris van Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), gevestigd te 's-Gravenhage, verweerder.

Zitting: 10 januari 2000.

De vreemdeling is vertegenwoordigd door mr M.J.A. Leijen, advocaat te Alkmaar.

Verweerder is verschenen bij gemachtigde, mr S. Oudolf.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1 Voor het ontstaan en loop van het geding wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittinghoudende te Haarlem, van 11 januari 2000 met nummer AWB 99/11035 VRWET D. Bij die uitspraak is het beroep, gericht tegen de

maatregel van bewaring, gegrond verklaard en is de bewaring met ingang van 11 januari 2000 opgeheven.

2. Overwegingen

2.1 Ten aanzien van het verzoek om toekenning van schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt.

2.2 De rechtbank heeft - kort samengevat - geoordeeld dat de maatregel van bewaring met ingang van 27 september 1999 onrechtmatig is, aangezien niet vast is komen te staan dat het Reglement regime grenslosgies in de aangewezen

ruimte of plaats geldt of is toegepast, zodat de overplaatsing op genoemde datum in strijd is met het bepaalde in artikel 7a, vierde lid, Vw jo artikel 1 Reglement regime grenslogies.

2.3 Gelet op de uitspraken van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 maart 1998 (JV 1998, 75) en 12 november 1998 (JV 1999, 4) heeft de vreemdeling ingevolge het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, van het Verdrag tot bescherming

van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in beginsel aanspraak op schadevergoeding, behoudens redenen van billijkheid die tot matiging kunnen leiden.

2.4 Aangezien in het onderhavig geval de (wijze van) tenuitvoerlegging onrechtmatig is geoordeeld, ziet de rechtbank aanleiding de vreemdeling schadevergoeding toe te kennen voor het verschil in regime voor de periode van 27

september 1999 tot en met 10 januari 2000, zijnde 106 dagen, ten bedrage van Fl. 50,-- per dag. De vreemdeling kan derhalve een schadevergoeding worden toegekend van Fl. 5.300,--. Aldus zal worden beslist.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 wijst het verzoek om schadevergoeding toe;

3.2 kent aan de vreemdeling ten laste van de Staat (Ministerie van Justitie) een vergoeding toe van Fl. 5.300 (zegge: DRIEENVIJFTIGHONDERD GULDEN), uit te betalen door de griffier van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Haarlem.

Deze uitspraak is gedaan door mr J.R.A. Verwoerd, lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in tegenwoordigheid van mr J. van de Kolk als griffier en in het openbaar uitgesproken op

9 februari 2000, in tegenwoordigheid van de griffier.

Voornoemd lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken beveelt de tenuitvoerlegging van de in deze uitspraak toegekende schadevergoeding ten bedrage van Fl. 5.300 (zegge: DRIEENVIJFTIGHONDERD GULDEN)

Aldus gedaan op 9 februari 2000 door mr J.R.A. Verwoerd lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken.

afschrift verzonden op: 9 februari 2000

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Officier van Justitie kan binnen veertien dagen na de uitspraak en de vreemdeling binnen een maand na de betekening van de uitspraak hoger beroep

instellen door het indienen van een verklaring als bedoeld in de artikelen 449 en 451a van het Wetboek van Strafvordering bij de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, zittingsplaats Haarlem.