Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5786

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-05-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
KG 00/522
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2000, 124
IER 2000, 44

Uitspraak

Rolnummer KG 00/522

Datum vonnis 12 mei 2000

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht - President

Vonnis in kort geding

gewezen in de zaak met rolnummer KG 00/522 van:

1. de vereniging naar Zwitsers recht Union des Associations Européennes de Football (UEFA),

gevestigd te Nyon, Zwitserland,

2. de vennootschap naar Zwitsers recht ISL Marketing AG,

gevestigd te Luzern, Zwitserland,

procureur: mr. G.W. van der Bend,

advocaat: mr. P.L. Reeskamp te Amsterdam,

3. de stichting Euro 2000 Foundation,

gevestigd te Rotterdam,

advocaat en procureur: mr. G.W. van der Bend,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

tegen:

de besloten vennootschap European Tickets 2000 BV,

gevestigd Leidschendam, mede kantoorhoudende te Göteborg, Zweden,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur: mr. J. Ekelmans jr.,

advocaten: mrs. J. Ekelmans jr. en G.C. Makkink.

Overwegingen ten aanzien van het verloop van het geding:

Eiseressen in conventie - verder ook afzonderlijk te noemen: - UEFA, ISL en de Stichting - hebben gedaagde doen dagvaarden om te verschijnen ter terechtzitting van de president in kort geding van 4 mei 2000. Gedaagde is verschenen. Ter zitting heeft de raadsman van eiseressen de vordering toegelicht aan de hand van pleitnotities en producties. Gedaagde heeft verweer gevoerd bij monde van haar raadsman, die daarbij eveneens een pleitnota met producties heeft gehanteerd. Gedaagde heeft ter zitting een (voorwaardelijke) eis in reconventie ingesteld.

Vervolgens hebben partijen vonnis gevraagd onder overlegging van de stukken, de pleitnota's daaronder begrepen.

Bij fax van 4 mei 2000 heeft de procureur van eiseressen nog een drietal producties toegezonden. Bij brief van 9 mei 2000 heeft de procureur van gedaagde hierop gereageerd, onder toezending van producties. Tenslotte hebben partijen zich achtereenvolgens bij faxen van 10 mei 2000 nog uitgelaten.

Overwegingen ten aanzien van het recht:

1.

In dit kort geding kan van het navolgende worden uitgegaan.

a. UEFA is de Europese voetbalfederatie die namens de 51 bij haar aangesloten voetbalbonden verantwoordelijk is voor de organisatie van onder meer de Europese kampioenschappen voor clubs (jaarlijks) en het Europees voetbalkampioenschap (hierna: het EK) voor nationale elftallen dat eens in de vier jaar plaatsvindt. Het komende EK voor nationale elftallen wordt door UEFA in Nederland en België georganiseerd, zulks in nauwe samenwerking met de KNVB en de KBVB (Koninklijke Belgische Voetbalbond) en de Stichting. Het kampioenschap van dit jaar wordt aangeduid als ‘Euro 2000’. De eindronde van het EK zal worden gehouden van 10 juni tot en met 2 juli 2000;

b. De Stichting is belast met de feitelijke organisatie van het EK, waaronder de kaartverkoop en - in samenwerking met de bevoegde overheidsinstanties - het bevorderen van het veilig en ordentelijk verloop van het EK. Hiertoe heeft de Stichting in nauw overleg met de bevoegde autoriteiten in Nederland en België randvoorwaarden gesteld. De met de organisatie van dit EK gemoeide marketingactiviteiten zoals het sluiten van sponsorcontracten, heeft UEFA krachtens exclusieve licentierechten aan ISL uitbesteed;

c. UEFA verkoopt via de Stichting toegangsbewijzen en hanteert hierbij een gesloten verkoopsysteem. Toegangsbewijzen kunnen slechts via officiële verkoopkanalen (de Stichting en de nationale voetbalbonden) worden verkregen. Op de verstrekking van de toegangsbewijzen verklaart de Stichting haar Algemene Voorwaarden van toepassing. De kaartverkoop is reeds geruime tijd geleden gestart. Ingevolge die algemene voorwaarden luiden de toegangsbewijzen op naam en zijn zij - behoudens uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de Stichting - niet overdraagbaar. De artikelen 5.1, 5.2, 5.5 en 5.8 luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

5.1. Ten bewijze van het toegewezen recht op toegang verstrekt EURO 2000 toegangsbewijzen aan de aanvrager […] De toegangsbewijzen gelden uitsluitend voor de persoon en de plaats als aangeduid op de toegangsbewijzen.

5.2 Toegangsbewijzen zijn bestemd voor persoonlijk gebruik en zijn voorzien van de naam van de aanvrager […]

5.5 EURO 2000 heeft het recht om een houder van een toegangskaart de toegang tot het Toernooi te ontzeggen indien blijkt dat de toegangskaart niet direct of indirect via de officiële kanalen is verkregen van EURO 2000.

5.8 Het is zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van EURO 2000 niet toegestaan het recht op toegang of toegangsbewijzen over te dragen, commercieel of non-commercieel te exploiteren […] of op enig andere wijze het recht op toegang op welke wijze dan ook over te dragen en/of te vervreemden. Handelen in strijd met deze bepaling heeft tot onmiddellijk en onherroepelijk gevolg dat het recht op toegang van betrokkene(n) zijn geldigheid verliest […]

d. UEFA is in de Benelux rechthebbende op de volgende merken:

i. het woordmerk EURO 2000, welk merk is gedeponeerd bij het Benelux- het Merkenbureau op 28 januari 1994 en is ingeschreven onder nummer 544492, voor waren en diensten in de klassen 16, 38 en 41 (het organiseren van sport en -culturele evenementen);

ii. het woordmerk EURO 2000, welk merk is gedeponeerd bij het Benelux-Merkenbureau op 8 september 1994 en is ingeschreven onder nummer 562407, voor waren en diensten in de klassen 16, 25 en 41;

iii. het woordmerk EURO 2000, welk merk is gedeponeerd bij het Benelux-Merkenbureau op 13 februari 1998 en is ingeschreven onder nummer 631230, voor waren en diensten in diverse klassen, waaronder klasse 39 (het organiseren van reizen, het vervoer van personen);

iv. het beeldmerk, bekend als het zogenaamde ”flagmanlogo”, welk merk is gedeponeerd bij het Benelux-Merkenbureau op 4 augustus 1995 zowel in kleur als in zwart-wit en is ingeschreven onder nummer 581765 (kleur), resp. 581764 (zwart wit) voor waren en diensten in diverse klassen;

v. het beeldmerk EURO 2000, welk merk, onder meer voor de Benelux, is ingeschreven bij het Internationaal Merkenbureau te Genève op 20 augustus 1998 onder nummer 703249 voor waren en diensten in diverse klassen;

vi. het beeldmerk EURO 2000, welk merk is ingeschreven bij het Benelux-Merkenbureau op 28 april 2000, voor waren en diensten in de klassen 16, 35 en 41.

De beeldmerken v. en vi. zien er - in zwart-wit - aldus uit:

e. Gedaagde houdt zich bezig met de in- en verkoop van toegangsbewijzen voor sportevenementen, alsmede voor evenementen van andere aard, al dan niet in combinatie met vervoer en accommodatie;

f. Gedaagde benadert derden, waaronder het publiek en de diverse nationale voetbalbonden teneinde hen te bewegen tot het verkopen van toegangskaarten voor wedstrijden van het EK.

g. Gedaagde maakt gebruik c.q. heeft gebruik gemaakt van de volgende logo’s:

logo I logo II

h. Op de onder de domeinnaam ‘www.eurotickets2000.com’ toegankelijke internet website maakt gedaagde gebruik van het teken EURO 2000 en van het tweede hierboven afgebeelde logo;

i. Gedaagde gebruikt in haar folder de slogan: ‘We care about you’; UEFA gebruikt de slogan: ‘We care about football’;

j. Gedaagde is op 23 december 1999 door UEFA schriftelijk gesommeerd haar activiteiten met betrekking tot het kopen en doorverkopen van toegangskaarten te staken;

k. Gedaagde heeft bij brief van 4 januari 2000 UEFA medegedeeld dat het niet haar bedoeling was toegangsbewijzen op te kopen van publiek teneinde deze door te verkopen en heeft aangegeven haar marketingactiviteiten met betrekking tot de kaartverkoop te hebben gestaakt;

l. Gedaagde heeft haar activiteiten voortgezet en weigert - ondanks een sommatie d.d. 1 maart 2000 en aanmaningen van UEFA - om een onthoudingsverklaring ondertekend terug te zenden.

2.

UEFA vordert in conventie, na wijziging van eis, - samengevat - een verbod aan Gedaagde tot inbreuk op haar merkrechten, zulks op verbeurte van een dwangsom en met nevenvorderingen.

3.

Gedaagde vordert in reconventie:

a. UEFA te gelasten zich te onthouden van uitlatingen dat verkoop van tickets voor het EK voetbal door derden onrechtmatig is, zulks op verbeurte van een dwangsom; en, voorzover de president voorshands van oordeel is dat tickets voor het EK op naam dienen te luiden:

b. de Stichting te gebieden om op verzoeken tot wijziging van tenaamstelling van tickets binnen 24 uur positief te reageren, tenzij blijkt dat de beoogde rechtsopvolger:

op grond van een stadionverbod niet toegelaten zou moeten worden;

op grond van politie-informatie niet toegelaten zou moeten worden;

een nationaliteit heeft die niet op de betrokken plek van het stadion kan worden toegelaten;

supporter is van een land, waarvan supporters niet op de betrokken plek in het stadion kunnen worden toegelaten;

zulks op verbeurte van een dwangsom.

4.

Eiseressen leggen aan haar vorderingen ten grondslag de onder 1 vermelde feiten, alsmede de stelling dat gedaagde door het gebruik van met haar woord- en beeldmerken overeenstemmende tekens inbreuk maakt op de merkrechten van UEFA. Bovendien handelt gedaagde onrechtmatig jegens UEFA, ISL en de Stichting doordat zij de onjuiste en mitsdien misleidende indruk wekt dat gedaagde gelieerd is met althans geautoriseerd is door een of meer eiseressen voor de uitoefening van haar activiteiten en voorts doordat gedaagde aldus ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het door eiseressen gecreëerde bedrijfsdebiet dat het gevolg is van grote inspanningen en investeringen van eiseressen in de organisatie van het komende EK.

Tenslotte handelt gedaagde jegens UEFA onrechtmatig door het publiek en de nationale voetbalbonden aan te sporen toegangsbewijzen aan haar te verkopen teneinde deze (bedrijfsmatig) door te verkopen. Gedaagde lokt aldus wanprestatie uit en tracht daarvan voor eigen gebruik te profiteren, met als gevolg (onder meer) dat de Stichting wordt verhinderd de bezoekersstroom tijdens het EK adequaat te beheersen.

5.

Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd, dat, voor zover nodig, hierna aan de orde zal komen.

Beoordeling van het geschil

In conventie en in voorwaardelijke reconventie:

Bevoegdheid

6.

Voorzover het bepaalde in artikel 37A Benelux-Merkenwet (BMW) ook van toepassing is op de bevoegdheid van de president in kort geding, is de president bevoegd kennis te nemen van de merkenrechtelijke vorderingen, nu gedaagde in dit arrondissement is gevestigd.

Merkinbreuk?

7.

UEFA beroept zich ter onderbouwing van haar stelling dat sprake is van merkinbreuk in de eerste plaats op artikel 13-A lid 1 onder b BMW. Krachtens dat artikel kan de merkhouder zich op grond van zijn uitsluitend recht verzetten tegen elk gebruik dat in het economisch verkeer van het merk of een overeenstemmend teken wordt gemaakt voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven of voor soortgelijke waren, indien daardoor de mogelijkheid bestaat dat bij het publiek een associatie wordt gewekt tussen teken en merk. De te hanteren maatstaf bij de beantwoording van de vraag of sprake is van overeenstemmende tekens is of merk en teken, globaal beoordeeld naar de totaalindruk die beide maken, auditief, visueel of begripsmatig, zodanige gelijkenis vertonen dat daardoor de mogelijkheid bestaat dat bij het in aanmerking komende publiek verwarring wordt gewekt tussen merk en teken (directe verwarring) dan wel de indruk wordt gewekt dat enig verband bestaat tussen de rechthebbende op merk en teken (indirecte verwarring). Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van overeenstemming dienen alle relevante omstandigheden in aanmerking te worden genomen.

8.

Voorshands wordt geoordeeld dat het logo zoals door gedaagde wordt gebruikt, voorzover dat de tekst EURO 2000 bevat, zodanige auditieve, visuele en begripsmatige gelijkenis vertoont met de merken van UEFA dat op grond daarvan te duchten valt dat bij het in aanmerking komende publiek - dat is het grote, in het bijwonen van de wedstrijden van het EK geïnteresseerde publiek - tenminste indirecte verwarring ontstaat, in die zin dat het zal kunnen menen dat gedaagde op enigerlei wijze economisch met de organisatie van EURO 2000 is verbonden en (aldus) deel uitmaakt van de officiële verkoopkanalen.

In beide tekstgedeeltes domineren immers de bestanddelen EURO en 2000 respectievelijk European en 2000. Het verwarringsgevaar wordt versterkt door het gebruikte lettertype, dat in logo I nagenoeg gelijk is aan het lettertype dat door UEFA wordt gebruikt en in het nieuwe logo (logo II) slechts in geringe mate afwijkt van het door UEFA gebruikte lettertype, alsmede door de aanwezigheid van de gekleurde banden (de vlaggencombinaties), die in logo II qua kleurstelling iets minder dan volledig overeenstemmend zijn geworden (de zwarte band in het vlaggensymbool van het oude logo is vervangen door een blauwe band in het nieuwe logo), welk verschil het publiek evenwel niet zal opvallen. Hoewel de wijze waarop de vlaggencombinaties zijn gemaakt verschillen, is de totaalindruk van dien aard dat deze tot indirecte verwarring zal bijdragen. Dat gedaagde onderaan haar website - in een zeer klein lettertype - de tekst ‘European Tickets 2000 are not in any way affiliated with Euro 2000 or UEFA’ heeft vermeld is onvoldoende om het (indirecte) verwarringsgevaar weg te nemen. Het gebruik van de door eiseressen gewraakte slogan legt, zo wordt voorshands geoordeeld, bij dit alles evenwel geen gewicht in de schaal.

9.

Nu het logo van gedaagde wordt gebruikt voor dezelfde en soortgelijke diensten als waarvoor de merken van UEFA zijn ingeschreven, te weten voor kaartverkoop en andere activiteiten met betrekking tot het EK 2000, is van merkinbreuk sprake.

10.

UEFA heeft voorts betoogd dat de vermelding door gedaagde van de aanduiding ‘EURO 2000’ op haar website een gebruik oplevert als bedoeld in artikel 13-A lid 1 sub d. Dit artikel bepaalt dat een merkhouder zich op grond van zijn uitsluitend recht kan verzetten tegen elk gebruik, dat zonder geldige reden in het economisch verkeer van een merk of overeenstemmend teken wordt gemaakt anders dan ter onderscheiding van waren, indien door dat gebruik ongerechtvaardigd voordeel kan worden getrokken uit of afbreuk kan worden gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. Voorshands wordt geoordeeld dat gedaagde voor het gebruik van het merk EURO 2000 een geldige reden heeft in de zin van genoemde bepaling, indien en voor zover zij op reguliere wijze toegangskaarten voor het Europese kampioenschap kan verkopen (waaromtrent nader) en daarbij niet de indruk wekt deel uit te maken van de officiële (kaartverkoop)organisatie. Het moge zo zijn dat gedaagde zich ook van andere aanduidingen voor dit toernooi zou kunnen bedienen, ‘Euro 2000’ is nu eenmaal (door toedoen van UEFA zelf) bij uitstek de benaming waaronder de huidige editie van het Europese voetbalkampioenschap bekend staat. Van gedaagde kan in redelijkheid niet kan worden verwacht of verlangd dat zij - zonder het merk ter onderscheiding van waren of diensten te gebruiken - zich van het gebruik van de benaming ‘Euro 2000’ ter aanduiding van het Europese voetbalkampioenschap van dit jaar onthoudt.

Onrechtmatig handelen?

11.

Bij de beoordeling van de vraag of gedaagde zich aan onrechtmatig handelen jegens eiseressen schuldig maakt op de in r.o. 3 bedoelde gronden dienen twee overwegingen te worden vooropgesteld.

12.

Van groot belang is in de eerste plaats dat de betrokken overheidsinstanties van Nederland en België van eiseressen verlangd hebben dat de nodige maatregelen zouden worden genomen om rellen en andere onregelmatigheden tijdens het EK te voorkomen. Hiertoe heeft de Stichting in nauw overleg met de bevoegde autoriteiten in Nederland en België aan de kaartverkoop voor het EK de volgende randvoorwaarden gesteld:

- de toedeling van toegangsbewijzen dient supportersscheiding te bewerkstelligen;

- onruststokers dienen uit de stadions te worden geweerd en stadionverboden dienen te worden geëffectueerd;

- voorkomen dient te worden dat supporters die niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs kort voor of tijdens het toernooi afreizen naar Nederland of België, in de hoop of verwachting aldaar alsnog een toegangsbewijs te bemachtigen;

- teneinde een acceptabel niveau van orde, veiligheid en rust te garanderen, dient de Stichting de persoonsgegevens van bezoekers vast te leggen;

- per wedstrijd moet bekend zijn aan welke persoon een toegangsbewijs voor welke plaats is verstrekt, en betrouwbare informatie moet terzake op eenvoudige wijze aan de verantwoordelijke ordediensten kunnen worden verstrekt.

Aan deze randvoorwaarden kan volgens de Stichting alleen worden voldaan door toepassing van een verkoopsysteem waarbij toegangsbewijzen persoonsgebonden en niet overdraagbaar zijn en slechts via officiële verkoopkanalen (de Stichting en de nationale voetbalbonden) kunnen worden verkregen. Zwarte handel in toegangsbewijzen dient om die reden onmogelijk te worden gemaakt.

13.

Naar het voorlopig oordeel van de president dient het gekozen verkoopsysteem van toegangskaarten (persoonsgebonden en niet-overdraagbaar) een zwaarwegend belang dat de Stichting in opdracht van de overheden van beide landen moet behartigen, te weten het beheersen van de openbare orde en veiligheid rond de voetbalwedstrijden van het EK. Naar voorlopig oordeel zijn hier belangen van zodanige aard en importantie in het geding dat de Stichting in redelijkheid voor de door haar gekozen verkoopsytematiek heeft kunnen opteren. Het vorenoverwogene brengt mede dat, naar voorlopig oordeel, de ingeroepen algemene voorwaarden, geciteerd in r.o. 1 onder c. - zo zij al bezwarend te achten zijn - in elk geval niet als onredelijk bezwarend beschouwd kunnen worden. Voor zover gedaagde het beding van niet-overdraagbaarheid al terecht als een beding in de zin van art. 6:237 sub b. BW aanmerkt - het valt niet zonder meer in te zien dat het beding de inhoud van de verplichtingen van de Stichting raakt - heeft derhalve te gelden dat in de bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval het in die wetsbepaling neergelegde vermoeden voorshands weerlegd geacht moet worden.

14.

Niet betwist is dat gedaagde het publiek en de nationale voetbalbonden via advertenties en via haar website uitnodigt kaarten aan haar te verkopen teneinde deze (bedrijfsmatig) door te verkopen; zij stelt zich voorts op het standpunt dat zij toegangskaarten voor het EK van nationale bonden mag kopen en doorverkopen.

Aangenomen mag worden dat algemeen bekend is dat de toegangskaarten voor het toernooi op naam gesteld zijn en niet overdraagbaar zijn. Aan het gesloten kaartverkoopsysteem en de redenen daarvoor is immers op ruime schaal bekendheid gegeven. Gedaagde heeft ook niet betwist dat zij steeds van een en ander op de hoogte is geweest. Zij heeft ook niet betwist dat de rechtsbetrekking tussen individuele aanvragers van kaarten en de Stichting door de algemene voorwaarden wordt beheerst.

15.

Aldus poogt gedaagde het - op goede gronden - gesloten kaartverkoopsysteem te doorbreken door de houders van toegangskaarten aan te zetten tot schending van hun contractuele verplichtingen jegens de Stichting. Onder de boven geschetste omstandigheden die dit geval kenmerken wordt voorshands geoordeeld dat zulks onrechtmatig is jegens eiseressen. De in art. 5.8 geïmpliceerde mogelijkheid toestemming van de Stichting tot overdracht van het recht op toegang te verkrijgen doet daaraan niet af. Gelet op het in de algemene voorwaarden om de eerder uiteengezette redenen sterk beklemtoonde uitgangspunt van tenaamstelling en niet-overdraagbaarheid moet deze mogelijkheid als een uitzonderingsbepaling worden gezien die niet is bedoeld om de wederverkoop van kaarten op commerciële schaal mogelijk te maken. Aannemelijk is ook dat de administratie van de Stichting niet berekend is op een grote stroom aanvragen om wijziging van de tenaamstelling, die, gelet op de ratio van het systeem, immers telkens getoetst dienen te worden aan de voor toewijzing van plaatsen geldende regels. De (voorwaardelijk ingestelde) reconventionele vordering sub (b) is dan ook in haar algemeenheid niet toewijsbaar.

16.

Waar het de verkrijging van plaatsbewijzen van de nationale voetbalbonden betreft, wordt het volgende overwogen.

Aannemelijk is dat de UEFA heeft beoogd afspraken met de nationale voetbalbonden te maken over het door hen aan hun afnemers opleggen van de algemene voorwaarden, zodat dat de bonden toegangsbewijzen uitsluitend op grond van die voorwaarden mogen verkopen. Het verkopen van kaarten door voetbalbonden aan gedaagde zou derhalve wanprestatie van de bonden en een onrechtmatige daad van gedaagde jegens de Stichting opleveren. Uit hetgeen door gedaagde ter zitting naar voren is gebracht blijkt evenwel dat de Stichting blijkbaar tolereert dat alle, dan wel sommige, nationale bonden toegangskaarten aan derden (touroperators) verstrekken die eerst op naam gesteld worden wanneer daarvoor een individuele koper is gevonden en diens naam is doorgegeven. Bij die stand van zaken valt voorshands niet aan te nemen dat gedaagde onrechtmatig jegens de Stichting handelt door op die wijze kaarten te verkrijgen en door te verkopen, zoals zij stelt te doen. In zoverre is voor een verbod als door eiseressen gevorderd geen plaats en daarom evenmin voor de vorderingen sub 2 en 3.

Strijd met het mededingingsrecht?

17.

Gedaagde stelt dat het distributieverbod door het verbod in de algemene voorwaarden om kaarten over te dragen door de Stichting niet wordt gebruikt om openbare-ordeproblemen het hoofd te bieden, maar om economische oogmerken van eiseressen te dienen, waardoor sprake is van een door het EEG-Verdrag en de Mededingingswet verboden medededingingsbeperking, waarvoor aan de Europese Commissie of de NMa geen ontheffing is gevraagd. Het door de Stichting gehanteerde systeem gaat verder dan onontbeerlijk en gerechtvaardigd is. De voorwaarden strekken ertoe dat de afzet wordt beperkt of gecontroleerd. Het hanteren van dergelijke voorwaarden bij het ticketbeleid heeft aldus bovendien te gelden als misbruik van machtspositie jegens gedaagde en is derhalve niet toelaatbaar.

18.

Uit het vorenoverwogene volgt reeds dat de president gedaagde niet volgt in haar stelling dat het distributieverbod met een ander oogmerk is ingesteld dan het - in opdracht van de Nederlandse en Belgische overheden - dienen van orde en rust tijdens het EK. Eiseressen hebben voorts aannemelijk gemaakt dat ontheffing aan de Europese Commissie is gevraagd. Van een nietige mededingingsbeperking lijkt dus voorshands geen sprake, evenmin als van misbruik van haar economische machtspositie door de Stichting, zeker niet waar het betreft het verbod aan particulieren hun recht op toegang over te dragen. Het kader van dit kort geding leent zich niet voor een verdergaand onderzoek van de desbetreffende stellingen van gedaagde.

In reconventie voorts:

19.

Met betrekking tot de reconventionele vordering sub (a) wordt het volgende overwogen. Uit al het vorenstaande vloeit voort dat verkoop door derden van kaarten voor het EK in beginsel onrechtmatig is. Weliswaar is door toedoen van, althans gedogen door de Stichting het systeem op bepaalde punten ‘lek’, doch het zou, mede gelet op de gewichtige belangen die met het systeem zijn gediend, te ver gaan eiseressen te verbieden uit te dragen wat het systeem inhoudt. Ook dit onderdeel van de reconventionele vordering is mitsdien niet toewijsbaar.

20.

Een en ander leidt tot de navolgende beslissingen. In deze uitkomst wordt aanleiding gevonden de proceskosten tussen partijen te compenseren.

21.

Ambtshalve wordt nog overwogen dat aan gerede twijfel onderhevig is of Artikel 50 lid 6 van het TRIPS-verdrag rechtstreekse werking heeft. Ter vermijding van de daardoor mogelijke, ongewenste, onzekerheid en de onwenselijke mogelijke gevolgen daarvan zal de president een ‘reasonable period’ bepalen waarbinnen UEFA uiterlijk een bodemprocedure zal moeten aanspannen, zodat in elk geval aan de bewuste verdragsbepaling is voldaan.

Alle omstandigheden in aanmerking is de president van oordeel dat een redelijke uiterste termijn voor het aanspannen van de bodemprocedure onder die omstandigheden momenteel te stellen ware op zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.

BESLISSING:

De President:

in conventie:

Verbiedt gedaagde met onmiddellijke ingang in het economisch verkeer gebruik te maken van:

a. het teken euro 2000, waaronder mede begrepen het teken European Tickets 2000 en de domeinnaam www.eurotickets2000.com, of andere met de merken van UEFA overeenstemmende tekens;

b. de in r.o. 1 onder g. afgebeelde logo’s of enig ander met de merken van UEFA overeenstemmend teken;

Bepaalt dat gedaagde een dwangsom zal verbeuren van ¦ 5.000,-- voor iedere overtreding van dit verbod dan wel - zulks ter keuze van UEFA - voor iedere dag of gedeelte van een dag dat gedaagde in strijd mocht handelen met dit verbod, zulks tot een maximum van ¦ 500.000,-;

Beveelt gedaagde om onmiddellijk te staken en gestaakt te houden ieder aanbod om toegangsbewijzen voor de wedstrijden van het EK in te kopen of op welke wijze dan ook af te nemen en iedere aanbieding, ter beschikkingstelling, verstrekking en doorverkoop op welke wijze dan ook aan derden van toegangsbewijzen voor de wedstrijden van het EK, alsmede het op enigerlei wijze (doen) adverteren terzake, zulks op straffe van een dwangsom van ¦ 5.000,-- per keer dat gedaagde dit bevel niet mocht nakomen, zulks tot een maximum van ¦ 500.000,--;

Bepaalt dat dit bevel niet geldt voor zover het gaat om door gedaagde rechtstreeks van een der bij het EK betrokken nationale voetbalbonden verkregen, niet op naam gestelde toegangskaarten, mits gedaagde alle ingevolge de algemene voorwaarden van de Stichting vereiste gegevens tijdig aan die voetbalbond verstrekt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Bepaalt dat UEFA (tenzij zulks reeds eerder door gedaagde mocht zijn gedaan) binnen zes maanden nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan een bodemprocedure zal moeten aanspannen over de vraag of gedaagde inbreuk maakt op de merkrechten van UEFA en dat, indien UEFA zulks nalaat, deze verboden zullen zijn vervallen vanaf het moment dat genoemde termijn zal zijn verstreken;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

in reconventie:

Wijst het gevorderde af;

in conventie en in reconventie:

Bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten zal dragen.

Aldus gewezen door mr. E.J. Numann en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.