Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:920

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-02-2022
Datum publicatie
10-02-2022
Zaaknummer
10-280498-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

36 maanden gevangenisstraf voor poging tot beroving en verboden wapenbezit, in vereniging gepleegd. Grof geweld tegen het slachtoffer, geschopt, geslagen en geboeid. Geladen vuurwapen tegen het hoofd gezet. Vrijspraak diefstal met geweld, niet voldaan aan wettelijk bewijsminimum. Doorzoeking rechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-280498-21

Datum uitspraak: 9 februari 2022

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd

in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. J.F. van Duin, advocaat te Ridderkerk.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 januari 2022.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Boender heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    teruggave aan de verdachte van een in beslag genomen geldbedrag;

  • -

    oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel, te weten een contactverbod met het slachtoffer.

4. Waardering van het bewijs

Vrijspraak feit 1

Aangever [naam aangever] heeft bij de politie verklaard dat zijn telefoon is weggenomen. De verdachte heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen. De verklaring van de aangever wordt niet door enig bewijsmiddel uit andere bron ondersteund. Voor feit 1 geldt dan ook dat er niet is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. De verdachte wordt daarom van dit feit vrijgesproken.

Rechtmatigheid van het verkregen bewijs

De verdediging heeft betoogd dat het vuurwapen is aangetroffen bij een onrechtmatige doorzoeking, wat dient te leiden tot bewijsuitsluiting. Dit heeft gevolgen voor de bewezenverklaring van feit 2 en ten aanzien van feit 3 zal dit tot vrijspraak moeten leiden. De verdediging heeft aangevoerd dat er alleen toestemming is verleend om in de woning van de medeverdachte te doorzoeken. De politie heeft het vuurwapen aangetroffen op het dak van een uitbouw van de woning. Dit is dus niet in de woning en voor de doorzoeking daarvan is geen toestemming gegeven.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. De hoofdbewoner (de vader van de medeverdachte) heeft toestemming gegeven voor het doorzoeken “in de woning”. Het dak van een uitbouw van een woning valt onder het begrip ‘woning’ zoals dat in de jurisprudentie wordt gehanteerd. Er was dus geen sprake van een onrechtmatige doorzoeking en de resultaten van die doorzoeking kunnen dan ook voor het bewijs worden gebruikt.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

2.

hij op 16 oktober 2021 te [plaatsnaam 1],

tezamen en in vereniging met een ander,

ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf

om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld

[naam slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van zijn telefoon en/of een of meer andere

goederen en het ter beschikking stellen van codes van en in zijn

telefoon, die aan die [naam slachtoffer] toebehoorden,

- die [naam slachtoffer] met een hard voorwerp tegen het gezicht heeft geslagen,

en

- die [naam slachtoffer] meermalen met kracht met een vuist op het gezicht heeft geslagen

en

- een vuurwapen op het hoofd van die [naam slachtoffer] heeft gezet

en dat vuurwapen op die [naam slachtoffer] heeft gericht

en

- met tie-wraps de handen van die [naam slachtoffer] heeft vastgebonden

en

- ( daarbij) aan die [naam slachtoffer] de woorden heeft

toegevoegd: "Je spullen inleveren, je spullen inleveren" en/of "Beter lever jij je

spullen in" en/of "Nu je kankerspullen inleveren" en/of "het is beter dat jij je

spullen gewoon inlevert" en/of "Als je je rustig houd dan gebeurt er niks" en/of

"geef je codes, geef je codes", althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en

vervolgens (nadat die [naam slachtoffer] uit voornoemde auto was gevlucht)

- die [naam slachtoffer] heeft achtervolgd en

- daarbij die [naam slachtoffer] meermalen heeft geslagen en geschopt of getrapt,

waarbij die [naam slachtoffer] ten val werd gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 16 oktober 2021 te [plaatsnaam 2] en te [plaatsnaam 1]

tezamen en in vereniging met een ander,

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en

munitie,

te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van

een pistool (omgebouwd gaspistool) van het merk Ekol, model Major, kaliber 7.65

millimeter,

en (daarbij)

voor dit vuurwapen geschikte munitie

in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet

wapens en munitie,

te weten zes kogelpatronen van het kaliber 7.65

millimeter

voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

2.

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3.

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot munitie van categorie III.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met een ander geprobeerd het slachtoffer te beroven. Aanvankelijk waren de verdachten te gast in de woning van het slachtoffer. Na enige tijd is het slachtoffer met de verdachten meegereden in hun auto om sigaretten te gaan halen. Onderweg stopte de auto plotseling op een afgelegen plek en sloeg de sfeer volkomen om. De verdachten gebruikten grof geweld om het slachtoffer te dwingen zijn telefoon en de codes daarvan af te geven. Het slachtoffer werd geschopt, geslagen en zijn handen werden geboeid met tiewraps. Daar bleef het niet bij. Meerdere keren werd het slachtoffer bedreigd met een geladen vuurwapen, waarbij de loop op zijn hoofd werd gezet. Op enig moment wist het slachtoffer uit de auto te komen en zette hij het op een lopen. De verdachten zetten de achtervolging in waarbij zij het slachtoffer meerdere keren sloegen en onderuit trapten. Het slachtoffer wist aan de verdachten te ontkomen door in een sloot te springen en naar de overzijde te zwemmen.

Een beroving is op zich al een bijzonder traumatische ervaring voor een slachtoffer, wat in deze zaak nog eens wordt versterkt door het feit dat het slachtoffer de verdachten als vrienden beschouwde waarmee hij aanvankelijk gezellig aan het chillen was. Daarnaast vergroten dit soort misdrijven het gevoel van onveiligheid in de samenleving. Hierbij heeft de verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Integendeel, hij heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de verdachte in hem en zijn mededader had. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om te proberen zich, ten koste van een ander, op deze manier snel te verrijken. De verdachte heeft op geen enkele wijze blijk gegeven van enig inzicht in het verwerpelijke van zijn handelen. Van enige empathie naar het slachtoffer is niet gebleken. Op de zitting heeft de verdachte geen verantwoording afgelegd en sprak hij louter en alleen over zijn eigen situatie en hoe zwaar de detentie voor hem was. De rechtbank rekent dit de verdachte zeer aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

30 december 2021, waaruit blijkt dat de verdachte in 2019 is veroordeeld voor diefstal met geweld.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in min of meer soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting, zoals geformuleerd door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Ten aanzien van het voorhanden hebben van een pistool in de openbare ruimte geldt een oriëntatiepunt van een gevangenisstraf van acht maanden. Voor een overval of beroving met meer dan licht geweld wordt een uitgangspunt van meerdere jaren gevangenisstraf gehanteerd. In deze zaak weegt de rechtbank als strafvermeerderende factoren mee dat beide feiten in vereniging zijn gepleegd, dat het slachtoffer meerdere keren is bedreigd met een geladen vuurwapen, dat er buitensporig geweld tegen hem is gepleegd, dat het vertrouwen van het slachtoffer is misbruikt en dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een gewelddadig vermogensdelict. Mede door toedoen van de verdachte is het slachtoffer van het ene op het andere moment in een afschuwelijke nachtmerrie beland, een ervaring waarvan het slachtoffer nog heel lang last zal hebben.

Hoewel de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie en de bewezen verklaarde beroving juridisch wordt gekwalificeerd als een ‘poging’, wordt de geëiste straf passend en geboden geacht. Van strafverminderende omstandigheden is de rechtbank niet gebleken.

Gelet op de duur van de op te leggen vrijheidsstraf vindt de rechtbank het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel niet opportuun. Een dergelijke beperking zou eventueel als voorwaarde in overweging genomen kunnen worden in het kader van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering aan de orde is.

8. In beslag genomen voorwerpen

Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte zijnde deze degene bij wie dit in beslag is genomen.

9. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

[naam benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van de, zo begrijpt de rechtbank, onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 5.038,22 aan materiële schade en een vergoeding van € 5.000,- aan immateriële schade.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft de vordering grotendeels betwist.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht door de verdachte. De rechtbank zal de door de benadeelde partij opgevoerde schadeposten hieronder afzonderlijk beoordelen.

Materiële schade

Kapotte kleding

De politie heeft alle kleding van de benadeelde partij in beslag genomen voor sporenonderzoek. Genoegzaam is onderbouwd dat deze kleding, inclusief het poloshirt dat eigendom van de benadeelde partij was (maar ten onrechte als verplaatste schade is opgevoerd op het schadevergoedingsformulier) beschadigd en besmeurd is geraakt en niet meer door de benadeelde partij kan worden gedragen. De verdachte zal de ontstane schade moeten vergoeden. De benadeelde partij heeft aangevoerd dat de kleding is aangeschaft voor in totaal € 1.664,-. Rekening houdend met afschrijving schat de rechtbank de schade op € 1.000,-. Dit bedrag zal worden toegewezen en voor het resterende gedeelte van deze schadepost kan de benadeelde partij zich wenden tot de burgerlijke rechter.

Kapotte iPhone 11

De benadeelde partij heeft aangevoerd dat zijn telefoon niet meer werkt. Dit gedeelte van de vordering acht de rechtbank, met name nu dit door de verdediging wordt betwist, onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij is dan ook niet-ontvankelijk in dit gedeelte van de vordering. Hij zal zich kunnen wenden tot de burgerlijke rechter.

Medische kosten

Deze schadepost is genoegzaam onderbouwd en zal daarom, ondanks de betwisting door de verdachte, worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 390,64.

Kosten zonder nut

De door de benadeelde partij opgevoerde kosten van zijn paid advertising abonnement, na verhoging ter zitting, tot een bedrag van € 2.420,- is geen rechtstreekse schade en komt dan ook niet in aanmerking voor vergoeding in het kader van een strafzaak. Voor dit gedeelte van de vordering is de benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Reiskosten

Deze schadepost van € 57,19 is door de verdachte niet weersproken. Dit gedeelte van de vordering zal daarom worden toegewezen.

Parkeerkosten

Dit gedeelte van de vordering zal eveneens worden toegewezen, nu de gevorderde schadevergoeding van € 17,50 niet door de verdachte is weersproken.

Immateriële schade

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De vordering tot vergoeding van deze schade is genoegzaam onderbouwd. De benadeelde partij is bedreigd met een geladen vuurwapen waarvan de loop tegen zijn hoofd is gezet. Door een psycholoog is een posttraumatische stressstoornis vastgesteld, waarvoor het slachtoffer een langdurige behandeling dient te ondergaan.

Gelet hierop wordt de schade naar maatstaven van billijkheid vastgesteld op € 5.000,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

Hoofdelijke veroordeling

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021.

Proceskosten

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 6.465,33, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Schadevergoedingsmaatregel

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10 . Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
gelast de teruggave aan verdachte van een geldbedrag van € 130,- (goednummer 6290277);

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde], te betalen een bedrag van € 6.465,33 (zegge: zesduizendvierhonderdvijfenzestig euro en drieëndertig cent), bestaande uit € 1.465,33 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde] te betalen € 6.465,33 (hoofdsom, zegge: zesduizendvierhonderdvijfenzestig euro en drieëndertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 6.465,33 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 67 (zevenenzestig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. D. van Dooren en R. van der Hoeven, rechters,

in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 16 oktober 2021 te [plaatsnaam 1], althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam slachtoffer], in elk

geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- slaan met een hard voorwerp in / tegen het gezicht/hoofd die [naam slachtoffer]

en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) met (een) vuist(en) en/of hand(en)

stompen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of gezicht van die [naam slachtoffer]

en/of

- meermalen, althans eenmaal zetten/drukken van een vuurwapen, althans een op

een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen het hoofd/gezicht van die [naam slachtoffer]

en/of richten van dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [naam slachtoffer]

en/of

- met een of meer tie-wraps vastbinden van de hand(en) van die [naam slachtoffer], althans

(meermalen) trachten om deze hand(en) vast te binden

en/of

- aan die [naam slachtoffer] de woorden toevoegen "Als je je rustig houd dan gebeurt er niks",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 16 oktober 2021 te [plaatsnaam 1], althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf

om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[naam slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van zijn telefoon en/of een of meer andere

goederen en/of het ter beschikking stellen van (de) code(s) van en/of in zijn

telefoon, in elk geval de afgifte van enig(e) goed(eren) en/of het ter beschikking

stellen van gegevens dat/die geheel of ten dele aan die [naam slachtoffer] toebehoorde(n)

(terwijl die [naam slachtoffer] bij verdachte en/of zijn mededader in de auto zat),

- die [naam slachtoffer] met een hard voorwerp in / tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen,

en/of

- die [naam slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met (een) vuist(en) en/of

hand(en) op/tegen het hoofd en/of gezicht heeft gestompt en/of geslagen

en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp meermalen,

althans eenmaal op/tegen het hoofd/gezicht van die [naam slachtoffer] heeft gezet/gedrukt

en/of dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [naam slachtoffer] heeft gericht

en/of

- met een of meer tie-wraps de hand(en) van die [naam slachtoffer] heeft vastgebonden,

althans (meermalen) heeft getracht om deze hand(en) vast te binden

en/of

- ( daarbij) meermalen, althans eenmaal aan die [naam slachtoffer] de woorden heeft

toegevoegd: "Je spullen inleveren, je spullen inleveren" en/of "Beter lever jij je

spullen in" en/of "Nu je kankerspullen inleveren" en/of "het is beter dat jij je

spullen gewoon inlevert" en/of "Als je je rustig houd dan gebeurt er niks" en/of

"geef je codes, geef je codes", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

en/of

- meermalen althans eenmaal op die [naam slachtoffer] heeft ingetrapt, althans tegen en/of

naar die [naam slachtoffer] heeft getrapt,

en/of

(vervolgens) (nadat die [naam slachtoffer] uit voornoemde auto was gevlucht)

- die [naam slachtoffer] heeft achtervolgd en/of

- ( daarbij) die [naam slachtoffer] meermalen, althans eenmaal op/tegen het hoofd en/of

gezicht en/of lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt,

waarbij die [naam slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (hard) ten val werd gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 16 oktober 2021 te [plaatsnaam 2] en/of te [plaatsnaam 1]

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en

munitie,

te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van

een pistool (omgebouwd gaspistool) van het merk Ekol, model Major, kaliber 7.65

millimeter,

en/of (daarbij)

voor dit vuurwapen geschikte munitie

in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet

wapens en munitie,

te weten zes, althans een of meer kogelpatro(o)n(en) van het kaliber 7.65

millimeter

voorhanden heeft gehad.