Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:89

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-01-2022
Datum publicatie
11-01-2022
Zaaknummer
9486090 \ VZ VERZ 21-16135
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Voldoende is komen vast te staan dat het door de werknemer aan de werkgever overgelegde coronatestbewijs is vervalst. Het plegen van een strafbaar feit ten einde werkgever te misleiden is levert een dringende reden op voor ontslag op staande voet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
XpertHR.nl 2022-20007468
AR-Updates.nl 2022-0070
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9486090 \ VZ VERZ 21-16135

uitspraak: 7 januari 2022

Beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker],

verzoeker,

gemachtigde: mr. M. El Idrissi, advocaat te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONTROCO EXPEDITIE EN CONTROLE B.V.,

gevestigd te Rhoon,

verweerster,

gemachtigde: mr. G.F. van den Ende, advocaat te Rotterdam.

Partijen zullen hierna “[verzoeker]” en “Controco” worden genoemd.

1. De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties 1 t/m 4;

  • -

    het verweerschrift met producties 1 t/m 5.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 december 2021. Namens [verzoeker] is verschenen zijn gemachtigde mr. M. El Idrissi. [verzoeker] zelf is zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. Namens Controco is verschenen [naam] ([functie]), bijgestaan door mr. G.F. van den Ende als gemachtigde. Partijen hebben ieder het eigen standpunt (nader) toegelicht. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier.

1.3

De uitspraak van deze beschikking is door de kantonrechter op heden bepaald.

2. De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

[verzoeker], geboren op [geboortedatum verzoeker], is op 17 april 2021 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 december 2021 bij Controco in dient getreden.

2.2

[verzoeker] was bij Controco laatstelijk werkzaam in de functie van Operationeel Medewerker tegen een salaris van € 1.828,42 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

2.3

Bij e-mailbericht van 6 augustus 2021 is [verzoeker] in verband met zijn ziekmelding uitgenodigd om op 9 augustus 2021 om 14.30 uur het spreekuur te bezoeken van de bedrijfsarts op de locatie [adres 1].

2.4

[verzoeker] heeft vervolgens op 9 augustus 2021 kort voor het geplande bezoek aan de bedrijfsarts het volgende per e-mail aan Controco laten weten:

“Goedemorgen,

Vandaag op 09-08 zou ik een afspraak hebben bij de bedrijfsrats. Helaas ben ik na een weekend grieperig te zijn geweest, positief getest op Corona.

Hierdoor ben ik niet in staat om naar de afspraak te komen.”.

Bij dat e-mailbericht heeft [verzoeker] een testbewijs meegestuurd dat volgens de vermelding op 7 augustus 2021 is afgegeven door het Corona test Center.

2.5

Op 17 augustus 2021 heeft Controco [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief d.d. 17 augustus 2021 is door de gemachtigde van Controco ter zake het ontslag vermeld:

“(…)
Cliënte informeerde mij er over dat u op 9 augustus 2021 niet op het spreekuur van de bedrijfsarts verschenen bent omdat u op 7 augustus 2021 positief op CIVID 19 getest zou zijn en als bewijs daarvoor een schriftelijke COVD 19 testverklaring aan cliënte had verstrekt.

Omdat de op de testverklaring staande geboortedatum niet overeenstemde met uw geboortedatum en omdat het lettertype waarin uw naam op het document vermeld staat niet overeenstemt met de rest van het document is er bij cliënte twijfel ontstaan over de echtheid van dit document. Cliënte heeft u hiervan onmiddellijk per e-mail in kennis gesteld en op maandag 16 augustus 2021 uitgenodigd voor een gesprek.

In het gesprek met cliënte heeft u desgevraagd uitdrukkelijk bevestigd dat u de door u overgelegde schriftelijke COVID 19 testverklaring echt was. U heeft cliënte er ook over geïnformeerd waar u in Rotterdam de test hebt laten afnemen en van welke COVID-testlocatie de testverklaring afkomstig is.

Inmiddels heeft cliënte contact opgenomen met het Corona-testcentrum dat vermeld staat op de door u verstrekte COVID 19 testverklaring en van die zijde mogen vernemen dat zij de door u aan cliënte verstrekte COVID 19 testverklaring niet hebben opgesteld.

Thans staat daarmee voor cliënte vast dat u valsheid in geschrifte hebt gepleegd om daarmee te trachten uw werkgever om de tuin te leiden en het niet nakomen van de op u rustende re-integratieverplichtingen te verdoezelen.

Het hiervoor omschreven gedrag waarbij u cliënte door het plegen van een strafbaar feit hebt getracht te misleiden is voor cliënte absoluut onacceptabel en zij ziet zich als gevolg hiervan genoodzaakt het dienstverband met u onverwijld op te zeggen. Uw voor omschreven gedrag is een dringende reden om u hierbij op staande voet te ontslaan.

(…)”.

2.6

Bij brief d.d. 23 augustus 2021 heeft [verzoeker] zich via zijn gemachtigde - kort samengevat - op het standpunt gesteld dat een grond voor het gegeven ontslag op staande voet ontbreekt. Door de gemachtigde van [verzoeker] is Controco daarbij verzocht het gegeven ontslag op staande voet in te trekken, het re-integratietraject weer op te starten en tot doorbetaling van het salaris over te gaan.

2.7

Bij e-mail d.d. 26 augustus 2021 heeft de gemachtigde van Controco aan de gemachtigde van [verzoeker], voor zover hierna van belang, het volgende bericht:

Uw cliënt is op 16 augustus 2021 in een gesprek met cliënte op de onregelmatigheden in de door hem verstrekte Covid-19 testverklaring gewezen en gevraagd naar zijn visie hierop. Uw cliënt heeft in antwoord hierop details verstrekt over de Covid-19 testlocatie waar hij zich zou hebben laten testen en benadrukte dat de Covid19-testverklaring echt was.

Na onderzoek heeft cliënte uw op 17 augustus 2021 wederom met uw client gesproken bij gelegenheid waarvan uw client is geconfronteerd met de bevindingen van het onderzoek en hem wederom om een reactie is gevraagd. Bij deze gelegenheid heeft uw client er in volhard dat de Covid-19 testverklaring echt was.

Uit onderzoek is gebleken dat de Covid-19 testverklaring niet echt is en dat het bedrijf dat op de door uw client verstrekte Covid-19 tekstverklaring staat vermeld geen testlocatie heeft op de door uw client aangegeven locatie.

Uw client heeft valsheid in geschrifte gepleegd hetgeen onder de gegeven omstandigheden voor cliënte een dringen reden is geweest om uw client op staande voet te ontslaan. Cliënte ziet geen reden om dit ontslag in te trekken.

3. Het verzoek

3.1

[verzoeker] verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de opzegging c.q. het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen en Controco te veroordelen om binnen twee dagen na het wijzen van de beschikking:

  1. an [verzoeker] te betalen een billijke vergoeding conform artikel 7:681 BW ter hoogte van € 5.000,-;

  2. aan [verzoeker] te betalen een bedrag gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren, dan wel van rechtswege zou zijn geëindigd. Conform artikel 7:677 lid 2 e.v. BW betreft dit een bedrag van € 8.884,08 bruto;

  3. aan [verzoeker] te betalen de transitievergoeding van € 464,- bruto;

  4. aan [verzoeker] te betalen een bedrag inzake de eindafrekening (vakantiegeld en niet opgenomen vakantiedagen);

  5. aan [verzoeker] schriftelijk een deugdelijke netto/bruto specificatie te verstrekken, waarin de bedragen en betalingen van sub a tot en met d zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom per dag, met een maximum van € 10.000,-, na de datum van de beschikking dat Lurco (de kantonrechter leest: Controco) niet voldoet aan de beschikking;

  6. aan [verzoeker] te betalen de wettelijke rente over de onder a, b, c, d en e genoemde bedragen vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

  7. te betalen de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van de in deze te wijzen beschikking.

3.2

Aan het verzoek heeft [verzoeker] - samengevat weergegeven en voor zover hierna van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

3.3

[verzoeker] is op 17 augustus 2021 door Controco voor een gesprek op kantoor uitgenodigd. Die dag heeft er feitelijk geen gesprek plaatsgevonden, maar is [verzoeker] al gelijk na binnenkomst te verstaan gegeven dat hij op staande voet was ontslagen. Aan [verzoeker] is voorts direct de ontslagbrief overhandigd. [verzoeker] heeft daarnaast geen gelegenheid gehad om zijn kant van het verhaal te doen.

3.4

[verzoeker] stelt zich op het standpunt dat hij zich altijd als een goede werknemer heeft gedragen en van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet geen sprake kan zijn. [verzoeker] betwist aan Controco een dringende reden voor ontslag op staande voet te hebben gegeven. Daarnaast is niet voldaan aan het onverwijldheidsvereiste en aan hoor en wederhoor.

3.5

Voor wat betreft het gesprek dat op 16 augustus 2021 heeft plaatsgevonden, betwist [verzoeker] de inhoud van de e-mail d.d. 26 augustus 2021 van Controco. Voor Controco bestond er daarnaast geen rechtsgrond om [verzoeker] naar een Covid-19 testverklaring te vragen. Het betreft medische informatie en [verzoeker] zal dergelijke informatie enkel aan de bedrijfsarts verstrekken. Controco heeft in strijd gehandeld met goed werkgeverschap nu zij medische gegevens van [verzoeker] heeft gevraagd en vastgelegd. Daarnaast geldt, dat ook in het geval juist is dat [verzoeker] uit eigen beweging informatie heeft verstrekt, het Controco niet was toegestaan om deze informatie vast te leggen en te delen met derden. Controco heeft de Covid-19 testverklaring gedeeld met het Corona Test Center. Voorgaand handelen is in strijd met de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) alsook met het bepaalde in artikel 8 EVRM. Door [verzoeker] wordt ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar een tweetal uitspraken van de Hoge Raad (HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1632 en HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942). Voor de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [verzoeker] is geen rechtvaardigingsgrond aanwezig. Het gevolg dient te zijn dat het door Controco onrechtmatig verkregen bewijs in de onderhavige zaak buiten beschouwing dient te worden gelaten.

3.6

Voor zover Controco zich op het standpunt stelt dat [verzoeker] zich niet aan zijn re-integratieverplichtingen heeft gehouden, geldt dat de te bewandelen weg is het opleggen van een loonsanctie en niet het ontslaan van een werknemer. [verzoeker] betwist daarnaast dat hij zich niet aan zijn re-integratieverplichtingen heeft gehouden nu er op 9 augustus 2021 geen consult bij de bedrijfsarts was ingepland. Controco had [verzoeker] immers nog niet laten oproepen voor een consult.

4. Het verweer

4.1

Op 17 augustus 2021 is de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] rechtsgeldig onverwijld opgezegd vanwege een dringende reden die ook aan [verzoeker] is medegedeeld.

4.2

De dringende reden voor de opzegging vloeit voort uit de omstandigheid dat [verzoeker] ter verschoning van het niet verschijnen op een controle afspraak van de bedrijfsarts, waarvoor [verzoeker] op 6 augustus 2021 schriftelijk was uitgenodigd, op 9 augustus 2021, kort voor het spreekuur, aan Controco heeft gemeld dat hij niet op het spreekuur kon verschijnen omdat hij “na een weekend grieperig te zijn geweest” positief was getest op Covid-19. Ten bewijze van deze corona-besmetting heeft [verzoeker] op eigen initiatief gelijktijdig met zijn voornoemde bericht per e-mail een coronatestbewijs toegestuurd waarop vermeld stond dat hij op vrijdag
7 augustus 2021 positief getest was op Covid-19.

4.2.1

Nu het Controco bij lezing van het coronatestbewijs direct was opgevallen dat de daarop vermelde geboortedatum niet de geboortedatum van [verzoeker] was en daarnaast ook dat het lettertype waarmee de naam van [verzoeker] vermeld was op het coronatestbewijs afweek van het lettertype van de overige tekst van het document, heeft zij [verzoeker] hier per e-mail op geattendeerd en om een reactie daarop verzocht. Bij het uitblijven van een reactie van [verzoeker], heeft Controco [verzoeker] op 13 augustus 2021 schriftelijk gesommeerd om op 16 augustus 2021 op het kantoor van Controco te verschijnen. Tijdens het gesprek op 16 augustus 2021 is [verzoeker] geconfronteerd met de door Controco geconstateerde onregelmatigheden in het coronatestbewijs en is hem gevraagd of het testbewijs echt was en bij welke testlocatie [verzoeker] zich had laten testen. [verzoeker] heeft daarop te kennen gegeven de onregelmatigheden in het document niet te kunnen verklaren, doch er niet aan te twijfelen dat het coronatestbewijs echt was. Voorts heeft [verzoeker] verklaard dat hij zich op een testlocatie aan de [adres 2] heeft laten testen en van die testlocatie het coronatestbewijs heeft ontvangen. Nu de door [verzoeker] afgelegde verklaring de bij Controco bestaande twijfel niet had kunnen wegnemen, heeft Controco [verzoeker] gemeld nader onderzoek te zullen gaan doen. Diezelfde dag heeft Controco telefonisch contact opgenomen met Corona Test Center, zijnde het op het coronatestbewijs vermelde bedrijf. Genoemd testcenter heeft haar desgevraagd gemeld dat zij geen testlocaties heeft in Rotterdam alsook dat van de op het document voorkomende unieke lettercode, samplenummer, al meer dan twee maanden geen gebruik meer werd gemaakt. Controco heeft [verzoeker] wederom uitgenodigd voor een gesprek op 17 augustus 2021, hem in dat gesprek over de uitkomst van het onderzoek geïnformeerd en hem andermaal gevraagd of het door hem aan Controco verstrekte testbewijs echt was. [verzoeker] heeft herhaald dat het testbewijs echt was, waarop Controco aan [verzoeker] heeft medegedeeld dat hij op staande voet ontslagen werd omdat hij zich bediend had van een vervalst testbewijs om daarmee Controco om de tuin te leiden.

4.2.2

Na het gegeven ontslag op staande voet heeft Controco op verzoek van Corona Test Center aan haar de scan van het testbewijs toegezonden in reactie waarop het Corona Test Center per e-mail heeft bevestigd dat het hier om een niet authentiek, maar vervalst testbewijs gaat. Ter onderbouwing daarvan heeft zij op meerdere onregelmatigheden in het testbewijs gewezen.

4.3

Doordat [verzoeker] ter verschoning van het niet verschijnen op het spreekuur bij de bedrijfsarts aan Controco een vervalst testbewijs heeft voorgehouden, is hij het vertrouwen van Controco onwaardig geworden. Van Controco kan redelijkerwijs niet worden verlangd dat zij het dienstverband met een werknemer die tracht haar om de tuin te leiden nog langer laat voortduren. Controco heeft [verzoeker] met haar bevindingen geconfronteerd en [verzoeker] heeft er voor gekozen voet bij stuk te houden, terwijl het evident is dat er sprake is van een vervalst document. Voorgaande levert een dringende reden op voor ontslag op staande voet. Controco benadrukt dat, anders dan door [verzoeker] naar voren is gebracht, de grondslag van het gegeven ontslag op staande voet niet is gelegen in het niet nakomen van de

re-integratieverplichtingen.

4.4

Controco betwist dat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. [verzoeker] is daarnaast op staande voet ontslagen onverwijld nadat Controco op grond van de haar ter beschikking staande informatie ervan overtuigd kon zijn dat [verzoeker] getracht had om haar met gebruikmaking van een vervalst testbewijs om de tuin te leiden.

4.5

Van slecht werkgeverschap is geen sprake geweest. Controco heeft niet anders gedaan dan een door [verzoeker] zelf ongevraagd aan haar ter beschikking gesteld document op echtheid te controleren. Van het opvragen of delen van medische gegevens is geen sprake geweest. De controle werd ingegeven door een aantal opvallende kenmerken op het testbewijs waardoor bij Controco gerede twijfel bestond over de echtheid van het document. Met het door Controco vervolgens, zonder de persoonsgegevens van [verzoeker] met het Corona Test Center te delen, aan de hand van vragen over de door [verzoeker] genoemde testlocatie en over de op het testbewijs voorkomende code, verrichten van onderzoek naar de echtheid heeft zij niet gehandeld in strijd met enig wettelijk voorschrift. Ook door het, na het verleende ontslag op staande voet, op verzoek van het Corona Test Center doorsturen van het testbewijs, heeft zij niet in strijd gehandeld met enig wettelijk voorschrift daar aan het delen van de kopie van dit testbewijs met de vermoedelijke uitgever daarvan, gerechtvaardigde belangen ten grondslag lagen. Het gaat daarbij niet alleen om het belang van Controco maar ook om het belang van Corona Test Center alsook om het algemeen belang.

5. De beoordeling

Ontslag op staande voet

5.1

Uit artikel 7:681 lid 1 sub a BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen of op zijn verzoek aan hem ten laste van de werkgever een billijke vergoeding kan toekennen, indien de werkgever de werknemer ten onrechte op staande voet heeft ontslagen. Hieruit volgt dat de werknemer, die van mening is dat het ontslag op staande voet geen stand kan houden, een keuze moet maken tussen het verzoek tot vernietiging van de opzegging en terugkeer bij de werkgever enerzijds en het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding, in het geval van berusting in het einde van de arbeidsovereenkomst per datum van het ontslag op staande voet, anderzijds.

5.2

Hoewel in het verzoekschrift is vermeld dat [verzoeker] verzoekt om het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen, begrijpt de kantonrechter uit het petitum van het verzoekschrift dat [verzoeker] berust in de beëindiging van het dienstverband en dat hij verzoekt om aan hem ten laste van Controco een billijke vergoeding van € 5.000,- toe te kennen. Daarnaast is door [verzoeker] verzocht om toekenning van de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

5.3

Gelet op het bepaalde in artikel 7:671 BW kan de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer. Op grond van artikel 7:671 lid 1 sub c BW geldt die eis niet wanneer de opzegging geschiedt op grond van artikel 7:677 lid 1 BW, waarin is bepaald dat ieder der partijen bevoegd is de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen wegens een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Beoordeeld dient dan ook te worden of Controco [verzoeker] op goede gronden op staande voet heeft ontslagen op
17 augustus 2021. In dat verband wordt het volgende overwogen.

Dringende reden

5.4

Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor een werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een dringende reden die een beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, moeten alle omstandigheden van het geval - in onderling verband en samenhang - in aanmerking worden genomen, zoals de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, de aard van de dienstbetrekking, de duur ervan en de wijze waarop de werknemer de dienstbetrekking heeft vervuld, alsook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem hebben.

5.5

Uit de hiervoor in rechtsoverweging 2.3 geciteerde ontslagbrief blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat Controco als dringende reden aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd, het door [verzoeker] plegen van valsheid in geschrifte om daarmee te trachten Controco te misleiden en niet, zoals door [verzoeker] gesteld, het door hem niet naleven van de re-integratieverplichtingen. Beoordeeld dient dan ook te worden of door [verzoeker] al dan niet valsheid in geschrifte is gepleegd om Controco te misleiden, en zo ja, of dit in de gegeven omstandigheden een dringende reden oplevert en een ontslag op staande voet rechtvaardigt.

5.6

Vooropgesteld wordt dat [verzoeker] met betrekking tot de aan het ontslag ten grondslag gelegde dringende reden bij verzoekschrift slechts heeft volstaan met een blote ontkenning, in die zin dat hij heeft betwist aan Controco een dringende reden voor ontslag te hebben gegeven alsook dat hij voor wat betreft het gesprek dat op 16 augustus 2021 heeft plaatsgevonden, de inhoud van het schrijven van Controco d.d. 26 augustus 2021 heeft betwist. [verzoeker] heeft echter nagelaten zijn lezing van de feiten naar voren te brengen. Niet geconcretiseerd is door hem welke onderdelen uit de e-mail d.d. 26 augustus 2021 hij exact betwist en evenmin is toegelicht wat er in het gesprek dat op 16 augustus 2021 heeft plaatsgevonden, volgens hem dan wel zou zijn besproken. In het verzoekschrift leest de kantonrechter bovendien ook geen expliciete betwisting van het door Controco aan het adres van [verzoeker] gemaakte verwijt, dat hij valsheid in geschrifte heeft gepleegd, laat staan dat daarin een verklaring wordt gegeven voor de door Controco met betrekking tot het testbewijs geconstateerde onregelmatigheden. Gelet op al hetgeen door Controco is gesteld en ter onderbouwing daarvan aan stukken is overgelegd, had het naar het oordeel van de kantonrechter echter wel op de weg van [verzoeker] gelegen om (op zijn minst) toe te lichten hoe zijn ontkenning valt te rijmen met de door Controco gestelde onregelmatigheden. Die toelichting ontbreekt echter en bovendien is [verzoeker] zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen en heeft hij ook de geboden mogelijkheid om ter zitting zijn standpunt te verduidelijken ongebruikt voorbij laten gaan

5.7

Op basis van hetgeen door partijen naar voren is gebracht alsmede de door Controco overgelegde stukken is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan dat het door [verzoeker] aan Controco verstrekte testbewijs is vervalst. In dit kader wordt van belang geacht dat Controco aandacht heeft gevraagd voor diverse onregelmatigheden in het testbewijs, die wijzen op een vervalsing. [verzoeker] heeft voor die onregelmatigheden, zowel voorafgaande aan de onderhavige procedure als gedurende de onderhavige procedure inhoudelijk geen verklaring (kunnen) (ge)geven, terwijl tevens van belang is dat ook door het Corona Test Center, de instantie die op het testbewijs is vermeld als degene die het testbewijs heeft afgegeven, is bevestigd dat sprake is van een niet authentiek certificaat .

5.8

Het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken, geldt als valsheid in geschrifte en is strafbaar gesteld. Daarnaast is ook het opzettelijk gebruik maken van een door iemand anders vervalst geschrift strafbaar. Door het zich schuldig maken aan een dergelijk misdrijf teneinde te trachten Controco te misleiden, heeft [verzoeker] het vertrouwen van Controco begrijpelijkerwijze geschaad. Door op deze wijze te handelen is [verzoeker] het vertrouwen van Controco onwaardig geworden en kon van haar in redelijkheid niet gevergd worden het dienstverband met [verzoeker] nog langer te laten voortduren. In dit kader wordt mede van belang geacht dat [verzoeker] nog maar zeer kort in dienst was bij Controco en hij ook nadat Controco hem had geconfronteerd met de door haar geconstateerde onregelmatigheden, hij is blijven volharden in zijn standpunt dat het om een authentiek testbewijs ging. Het handelen van [verzoeker] levert onder de gegeven omstandigheden een dringende reden op voor ontslag op staande voet.

Onrechtmatig verkregen bewijs

5.9

[verzoeker] heeft zich op het standpunt gesteld dat Controco in strijd heeft gehandeld met de AVG en artikel 8 EVRM en dat er sprake is geweest van het door Controco op onrechtmatige wijze verkrijgen van bewijs. Volgens [verzoeker] dient dit (mogelijke) bewijs in de onderhavige procedure buiten beschouwing te worden gelaten.

5.10

Vooropgesteld wordt dat een inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in beginsel onrechtmatig is. De aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond kan aan een dergelijke inbreuk echter het onrechtmatige karakter ontnemen. Of zulk een rechtvaardigingsgrond zich voordoet, dient te worden beoordeeld in het licht van de omstandigheden van het geval door tegen elkaar af te wegen enerzijds de ernst van de inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en anderzijds de belangen die met de inbreuk makende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend (HR 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609, NJ 2003/589).

5.11

Het enkele feit dat bewijs onrechtmatig is verkregen, heeft daarnaast niet zonder meer tot gevolg dat dit bewijs moet worden uitgesloten. Uit artikel 152 Rv volgt immers dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd en dat de waardering van het bewijs aan het oordeel van de rechter is overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt. In een civiele procedure geldt niet als algemene regel dat de rechter op onrechtmatig verkregen bewijs geen acht mag slaan. In beginsel wegen het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, alsmede het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken (welke belangen mede aan artikel 152 Rv ten grondslag liggen) zwaarder dan het belang van uitsluiting van bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende omstandigheden, is terzijde legging van dat bewijs gerechtvaardigd (HR 7 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0500, NJ 1993/78, en HR 12 februari 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0860, NJ 1993/599).

5.12

Hoewel [verzoeker] zich aanvankelijk op het standpunt heeft gesteld dat Controco hem niet om overlegging van een testbewijs had mogen vragen, heeft zijn gemachtigde tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd bevestigd dat het testbewijs door [verzoeker] uit eigener beweging bij het hiervoor onder 2.4 genoemde e-mailbericht aan Controco is verstrekt. Van het “zonder rechtsgrond vragen naar medische informatie” door Controco, is dan ook in ieder geval geen sprake geweest, terwijl evenmin sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs.

5.13

De omstandigheid dat Controco de op het testbewijs vermelde gegevens gedeeld heeft met het Corona Test Center levert naar het oordeel van de kantonrechter geen schending van de AVG op. Niet alleen was het Corona Test Center volgens [verzoeker] de instantie die dat testbewijs had afgegeven, maar bovendien is van belang dat niet is gebleken
dat Controco een ander geschikter en minder verstrekkend middel ter beschikking stond om de waarheid ten aanzien van de authenticiteit van het testbewijs boven tafel te krijgen. In dat verband wordt tevens overwogen dat Controco tot tweemaal toe heeft getracht bij [verzoeker] duidelijkheid te verkrijgen, doch dat hij is blijven volharden in zijn standpunt dat het testbewijs echt was.

Onverwijldheid

5.14

Aan het vereiste van de dringende reden is dus voldaan. Dat geldt ook voor de overige twee vereisten voor het ontslag op staande voet. Controco heeft voldoende aangetoond dat zij naar aanleiding van de ontvangst van het testbewijs en de bij haar gerezen twijfels voortvarend te werk is gegaan door [verzoeker] eerst schriftelijk en daarna in het gesprek van 16 augustus 2021 om opheldering te vragen, nadien nader onderzoek te doen, [verzoeker] opnieuw te horen en vervolgens tot ontslag over te gaan. Ook de ontslagbrief is voldoende duidelijk over de feiten die [verzoeker] worden verweten. Gelet op de door Controco overgelegde stukken en bij gebreke van een concrete onderbouwing van de zijde van [verzoeker], kan voorts niet worden geconcludeerd dat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. Het op 17 augustus 2021 door Controco aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet is dan ook rechtsgeldig.

Billijke vergoeding

5.15

Nu het ontslag op staande voet op goede gronden gegeven is en van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW geen sprake is, bestaat voor toekenning van een billijke vergoeding aan [verzoeker] geen grond.

Vergoeding wegens onregelmatige opzegging

5.16

De partij die opzegt tegen een eerdere dag dan tussen partijen geldt is ingevolge het bepaalde in artikel 7:672 lid 11 BW aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Nu aan de vereisten voor ontslag op staande voet is voldaan moet het er voor gehouden worden dat Controco geen opzegtermijn in acht behoefde te nemen en [verzoeker] dus geen aanspraak kan maken op de vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Transitievergoeding

5.17

De transitievergoeding is niet verschuldigd indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (artikel 7:673 lid 7, aanhef en onder c, BW). Hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, omdat daarvoor een dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer en in alle gevallen samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. In het onderhavige geval is de kantonrechter echter van oordeel dat het handelen van [verzoeker] eveneens als ernstig verwijtbaar is aan te merken, zodat voor toekenning van de transitievergoeding geen grondslag bestaat.

Proceskosten

5.18

[verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de verzoeken van [verzoeker] af;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, tot aan deze beschikking aan de zijde van Controco begroot op € 747,- aan salaris gemachtigde;

verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, kantonrechter, en heden in het openbaar uitgesproken.

495