Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:6985

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-08-2022
Datum publicatie
24-08-2022
Zaaknummer
C/10/641348 / JE RK 22-1643
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/641348 / JE RK 22-1643

datum uitspraak: 17 augustus 2022

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind 1] ,

geboren op [geboortedatum kind 1] 2012 te [geboorteplaats kind 1] , hierna te noemen [naam kind 1] ,

[naam kind 2] ,

geboren op [geboortedatum kind 2] 2013 te [geboorteplaats kind 2] , hierna te noemen [naam kind 2] ,

[naam kind 3] ,

geboren op [geboortedatum kind 3] 2018 te [geboorteplaats kind 3] , hierna te noemen [naam kind 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam pleegmoeder kind 1] ,

hierna te noemen de pleegmoeder van [naam kind 1] , wonende te [woonplaats pleegmoeder kind 1] ,

[naam pleegvader kind 1] ,

hierna te noemen de pleegvader van [naam kind 1] , wonende te [woonplaats pleegvader kind 1] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de verzoeken met bijlagen van de GI van 12 juli 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;

- het e-mailbericht van de advocaat van de moeder, mr. R.H.P. Feiner, van 15 augustus 2022;

- het e-mailbericht met bijlage van mr. R.H.P. Feiner van 16 augustus 2022.

De kinderrechter constateert dat bij het verzoekschrift een actueel gezinsplan ontbreekt. Eveneens ontbreekt een advies van de Raad voor de Kinderbescherming als bedoeld in artikel 1:265j, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW).

Op 17 augustus 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. R.H.P. Feiner,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam 1] .

Opgeroepen en niet verschenen zijn de pleegouders.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind 1] verblijft voor behandeling bij Yulius.

[naam kind 2] verblijft op een kinderwoongroep van Pameijer.

[naam kind 3] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 17 augustus 2021 is de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] verlengd tot 24 augustus 2022.

De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] in een voorziening voor pleegzorg en voor [naam kind 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 24 augustus 2022.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] te verlengen voor de duur van een jaar.

Tevens heeft de GI verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] in een voorziening voor pleegzorg en voor [naam kind 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar.

De GI heeft het verzoek met betrekking tot [naam kind 3] ter zitting ingetrokken. De GI heeft het verzoek met betrekking tot [naam kind 1] ter zitting in die zin gewijzigd dat wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] in een accommodatie van een zorghulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar.

De GI heeft de verzoeken ter zitting als volgt toegelicht. Het perspectief van [naam kind 2] en [naam kind 1] zal opnieuw bepaald moeten worden. Er is gesproken over een gezinsopname bij Yulius. Dit zou met alle kinderen kunnen. De aanmelding is nog niet gedaan. De wachtlijst is lang. De behandeling van [naam kind 1] zal nog ongeveer een jaar duren. Pas daarna zou de gezinsopname kunnen starten. De GI zou graag zien dat de gezinsopname plaatsvindt, voordat [naam kind 2] volledig thuisgeplaatst wordt. De GI heeft echter ook begrip voor het standpunt van de moeder dat zij [naam kind 2] eerder thuis wil hebben. Een intensivering van de hulpverlening in de thuissituatie is mogelijk. Indien zou worden overgegaan naar een thuisplaatsing van [naam kind 2] moet worden voorkomen dat dit misgaat, omdat [naam kind 2] daarbij (nader) zal worden beschadigd.

De standpunten

Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen de duur van de uithuisplaatsing. Sinds een aantal maanden ontvangt de moeder gezinsondersteuning vanuit Pameijer. De moeder profiteert hier goed van. [naam 2] is in december 2019 thuis geplaatst en ook [naam kind 3] is in maart 2021 weer bij de moeder geplaatst. [naam kind 2] en [naam kind 1] zijn al lang uit huis geplaatst en hebben behoefte aan perspectief. De moeder staat achter de gezinsopname bij Yulius. Zij vindt het niet in het belang van [naam kind 2] als zij uit huis geplaatst blijft totdat de gezinsopname, waarschijnlijk niet eerder dan over een jaar, kan starten. De moeder zou het liefste zien dat de komende zes maanden gewerkt wordt aan een thuisplaatsing van [naam kind 2] . Het gaat heel goed met haar. Ze geniet van de bezoeken bij de moeder. Afhankelijk van het verloop van de behandeling van [naam kind 1] kan na de thuisplaatsing van [naam kind 2] de gezinsopname plaatsvinden. De moeder staat open voor intensivering van de hulpverlening.

De beoordeling

Ten aanzien van [naam kind 3]

De kinderrechter stelt allereerst vast dat de GI het verzoek betreffende de ondertoezichtstelling van [naam kind 3] ter zitting heeft ingetrokken. Daarmee kunnen de gronden van dit verzoek niet meer onderzocht worden en daarom wijst de kinderrechter dit verzoek af.

Ten aanzien van [naam kind 1] en [naam kind 2]

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat sprake is van een positieve ontwikkeling bij de moeder. De moeder heeft baat bij de hulpverlening die zij ontvangt. De moeder werkt goed mee en denkt in het belang van de kinderen. [naam kind 2] ontwikkelt zich goed bij Pameijer. Ook de bezoeken bij de moeder verlopen zonder zorgen. De zorgen over [naam kind 1] zijn echter wel toegenomen. De plaatsing in het (voormalig) perspectiefbiedende pleeggezin is onlangs beĆ«indigd. Zij verblijft momenteel bij Yulius. De verwachting is dat haar behandeling bij Yulius een jaar zal duren. Het perspectief van beide kinderen is nog niet duidelijk. Hoewel een gezinsopname een adequaat middel is om te onderzoeken in hoeverre de moeder de opvoeding van haar vier kinderen aankan, zal de GI een gedegen afweging moeten maken op welke wijze de kinderen hierin worden meegenomen. De kinderrechter is met de moeder en haar advocaat van oordeel dat het niet in het belang van [naam kind 2] is om haar langer dan noodzakelijk uit huis te plaatsen, enkel in afwachting van de gezinsopname die pas mogelijk zou zijn als ook [naam kind 1] daar aan toe is (na haar behandeling bij Yulius). Dat is geen wenselijke situatie. Voor beide kinderen geldt dat een uithuisplaatsing niet langer dan strikt noodzakelijk dient voort te duren. Tegelijkertijd is het noodzakelijk dat een eventuele thuisplaatsing zeer zorgvuldig verloopt. Er zal daarom ten aanzien van [naam kind 2] onderzocht moeten worden wat de alternatieven zijn en welke hulpverlening ingezet dan wel geĆÆntensiveerd moet worden om een thuisplaatsing succesvol te laten verlopen.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 BW. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlening van de uithuisplaatsing van [naam kind 1] en de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding als bedoeld in artikel 1:265b, eerste lid, BW. Gelet op de positieve ontwikkelingen van de moeder en [naam kind 2] ziet de kinderrechter aanleiding om de uithuisplaatsing van [naam kind 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en voor het overige aan te houden. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] , gelet op de nieuwe ontwikkelingen en de verwachting dat haar behandeling een jaar zal duren, verlenen voor de verzochte duur van een jaar.

De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen pro forma datum een rapportage te doen toekomen omtrent de dan huidige stand van zaken en daarbij te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd. Bij handhaving van het verzoek wordt de GI eveneens verzocht om daarbij een actueel gezinsplan te overleggen en een advies van de Raad voor de Kinderbescherming zoals voornoemd.

De beslissing

De kinderrechter:

wijst af het verzoek met betrekking tot [naam kind 3] ;

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] tot 24 augustus 2023;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 24 maart 2023;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] in een accommodatie van een zorghulpaanbieder tot 24 augustus 2023;

verklaart deze beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing op het resterende deel van de machtigingen tot uithuisplaatsing van [naam kind 2] aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 februari 2023 pro forma;

bepaalt dat de GI, de moeder en mr. R.H.P. Feiner op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;

verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder en mr. R.H.P. Feiner) de verzochte rapportage (met bijlagen) te doen toekomen.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2022 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 augustus 2022.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.