Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:6931

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-08-2022
Datum publicatie
19-08-2022
Zaaknummer
10/010049-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

verlenging TBS maatregel met dwangverpleging voor de duur van twee jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/010049-04

Datum uitspraak: 11 augustus 2022

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats terbeschikkinggestelde] op [geboortedatum terbeschikkinggestelde],

(formeel) verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel, [adres] (de instelling),

raadsman mr. N. Heidanus, advocaat te Groningen.

1. Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 november 2005 is o.a. de terbeschikkingstelling van [naam terbeschikkinggestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.

De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot feitelijk aanranding van de eerbaarheid, de eendaadse samenloop van afpersing en diefstal met geweld, verkrachting (meermalen gepleegd), poging tot zware mishandeling, doodslag, poging tot doodslag en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 22 juli 2016.

Bij beslissing van deze rechtbank van 20 augustus 2020 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.

2. Procesverloop

De rechtbank heeft op 16 juni 2022 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Bij die vordering zijn de daarbij vereiste stukken gevoegd dan wel later toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 28 juli 2022 behandeld.

De officier van justitie mr. J. Berton, de ter beschikking gestelde bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [naam], werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.

3. Adviezen

Advies instelling

De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 2 juni 2022, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.

Bij ter beschikking gestelde is sprake van een laag begaafd niveau van functioneren, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis, een posttraumatische stressstoornis (PTSS) als ook stoornissen in het gebruik van alcohol, cannabis, cocaïne en amfetamine: allen in langdurige remissie wegens verblijf in een sterk gereguleerde omgeving.

Gezien het positieve verloop van zowel de behandeling als ook de verloven is de ter beschikking gestelde in april 2021 intern overgeplaatst naar de pre-resocialisatie afdeling Porto Cabins, die ligt binnen de beveiligde ring. Op deze afdeling heeft hij meer vrijheden en wordt er een groter beroep gedaan op zijn verantwoordelijkheid. Hier heeft hij een lastige start gehad. Waar hij trouw de aangeboden dagstructuur (therapie en werk) volgde en hij abstinent van middelen bleef, bleek tijdens de eerste behandelplanbespreking in juli 2022 (de rechtbank begrijpt 2021) dat er vrijwel op geen enkel facet sprake van overeenstemming met het multidisciplinaire behandelteam. De ter beschikking gestelde liep tegen veel externe factoren aan die veel frustratie bij hem veroorzaakten, met als gevolg dat behandelinhoudelijke punten beperkt bespreekbaar konden worden gemaakt. Besloten werd dat er eerst overeenstemming moest komen over het resocialisatietraject voordat er een aanvraag transmuraal verlof zou kunnen worden opgesteld. Langzaam maar zeker verbeterde de samenwerking en werd er op meerdere fronten overeenstemming gevonden. Het resocialisatietraject werd echter abrupt onderbroken toen de ter beschikking gestelde op 23 november 2021 door de politie werd gelicht voor een verhoor in Den Haag, hij was - naar later bleek ten onrechte - als verdachte aangemerkt in een cold-case zaak, wat ook tot de nodige (negatieve) media-aandacht leidde. Waar hij boosheid richting politie en justitie ervoer, lukte het hem om zich te focussen op zijn eigen resocialisatietraject. Hij heeft een nieuwe betaalde baan, hij volgt zijn therapieën en praktiseert onbegeleide verloven.

De kliniek is van plan om in juni 2022 een aanvraag transmuraal verlof te schrijven. Het multidisciplinaire team is het er over eens dat de ter beschikking gestelde de laatste periode een mooie ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat er toegewerkt kan worden naar een vervolgstap in het resocialisatietraject: doorplaatsing naar de kliniekappartementen middels een transmuraal verlofkader. Op basis van de risicotaxaties, en daarbij de diagnostiek in het achterhoofd houdend, is een geleidelijke afbouw van begeleiding, structuur en toezicht aangewezen om de kans op recidive te minimaliseren. De ter beschikking gestelde staat nog aan het begin van het beoogde resocialisatietraject.

Op de terechtzitting gegeven adviezen

De deskundige heeft zijn advies op de terechtzitting toegelicht. Hij heeft onder meer verklaard dat de aanvraag voor het transmuraal verlof door de interne verlofcommissie van de instelling is aangehouden omdat er opnieuw vragen zijn over de delict analyse. Door de verlofcommissie wordt gesteld dat deze mogelijk onvoldoende is om op verantwoorde wijze het verdere verlof vorm te geven. Daarom wordt er nu een werkgroep geformeerd met deskundigen uit verschillende disciplines die niet betrokken zijn bij de behandeling van de ter beschikking gestelde om te bezien of de delict analyse die er nu ligt voldoet of moet worden aangevuld/gewijzigd.

4. Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Standpunt van de ter beschikking gestelde

De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar.

De ter beschikking gestelde heeft de afgelopen twee jaar stappen gemaakt en laten zien dat hij om kan gaan met tegenslagen. Na zes jaar behandeling had een vordering voor een verlenging van een jaar in de reden gelegen, een signaal voor deze fase van de behandeling, hoewel de ter beschikking gestelde terdege beseft dat het bestaande juridische kader van de maatregel over een jaar nog niet zal wijzigen. Ook het nieuwe onderzoek naar de delict analyse is een goede reden om over een jaar al te bezien wat dan de stand van zaken is.

5. Beoordeling

Op grond van de adviezen van de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:

- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.

De rechtbank stelt de duur van de verlenging op twee jaar en verwijst hierbij naar de vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem.

Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren, tenzij aannemelijk is geworden dat het juridische kader van de maatregel over één jaar aan wijziging toe is. Is dat niet het geval, dan volgt in beginsel een verlenging van de maatregel met twee jaren.

De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en is evenmin van oordeel dat het nieuwe/aanvullende onderzoek naar de delict analyse en/of de voortgang van de behandeling en resocialisatie er toe leiden dat een rechterlijke toetsing na een jaar thans geboden is.

De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

6. Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is genomen door

mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

en mrs. N. Freese en M. van der Zouw, rechters,

in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting.

De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.