Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:6005

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-07-2022
Datum publicatie
21-07-2022
Zaaknummer
996526-21 / Raadkamernummer: 21/2782
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beslissing op klaagschrift ex artikel 552a Sv. Beslag ex artikel 96a Sv op het cryptocurrency-adres van de klager in het kader van een strafrechtelijk onderzoek ter zake van het witwassen van geld via cryptotransacties. De rechtbank verklaart het beklag gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 996526-21

Raadkamernummer: 21/2782

Beschikking van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het klaagschrift van:

[naam klager] ,

klager,

geboren te [geboorteplaats klager] ( [geboorteland klager] ) op [geboortedatum klager] ,

voor deze zaak domicilie kiezende te Amsterdam aan de Keizersgracht 332, 1016 EZ,

ten kantore van zijn raadsman mr. B.W. Newitt.

Procedure

Op 17 november 2021 is op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) een klaagschrift ingediend.

Het beklag is op 24 juni 2022 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. N. Klip en de raadsman zijn gehoord. De klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

In het onderzoek Banks is op 16 juni 2021 een schriftelijk bevel ex artikel 96a Sv gegeven, waarin aan de crypto-exchange Binance werd bevolen om het totale bedrag van de valuta op het cryptocurrency-adres [cryptocurrency-adres] (hierna: 162b...) te bevriezen en uit te leveren aan de Belastingdienst/FIOD. Op 18 oktober 2021 heeft Binance aan deze vordering voldaan. De door Binance uitgeleverde cryptovaluta zijn op 18 oktober 2021 op grond van artikel 94 Sv in beslag genomen en op enig moment door het Openbaar Ministerie te gelde gemaakt.

Dit beslag is gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek ter zake van het witwassen van geld via cryptotransacties.

Standpunt klager

Het klaagschrift strekt tot teruggave aan de klager van (de vervreemdingsopbrengst van) het beslag. Aangevoerd is dat het beslag in strijd is met de formaliteiten dan wel onrechtmatig is gelegd, nu het openbaar ministerie door het ontbreken van zowel rechtsprekende als uitvoerende rechtsmacht niet bevoegd was beslag te leggen. Daarnaast is aangevoerd dat geen belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van het beslag, omdat het beslag niet (langer) kan bijdragen aan het aan de dag brengen van de waarheid en het hoogst onwaarschijnlijk is dat een rechter verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het beslag zal bevelen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beklag. Daartoe is gesteld dat uit het proces-verbaal blijkt dat [accountnaam 1] en haar (Nederlandse) vertegenwoordigers [accountnaam 2] en [accountnaam 3] zich schuldig hebben gemaakt aan het witwassen van geld onder andere via cryptotransacties die wederrechtelijk zijn ontvangen uit de handel in cryptocommunicatiesoftware. Een deel van deze transacties is ontvangen op het Binance-account van [naam klager] van SKY-ID [sky-ID] . Bovendien is op ditzelfde account van [naam klager] een hoeveelheid bitcoin ontvangen uit een bitcoinmixer. Daarmee bestaat het vermoeden dat [naam klager] zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van witwassen.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie verklaard dat het de bedoeling is dat er een strafzaak zal worden gestart tegen de klager.

Beoordeling klacht

Vooropgesteld moet worden dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

Op 31 maart 2022 heeft de meervoudige raadkamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam de volgende opdracht aan de officier van justitie meegegeven:

Gelet op de stellige ontkenning namens de klager dat hij heeft deelgenomen aan de door de

officier van justitie voorgehouden chats, en de stelling dat hij niet in Nederland is geweest,

zal de rechtbank de zaak aanhouden, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te

stellen het betreffende proces-verbaal van politie aan het dossier te voegen op basis waarvan

zij heeft vastgesteld dat de klager gebruiker is van het account [accountnaam 4] of [accountnaam 5] en

deelnemer is geweest van de chats zoals opgenomen in het ‘proces-verbaal verdenkingen

verdachte [naam klager]1.”

De officier van justitie heeft sindsdien een zeer beperkt aantal stukken toegevoegd aan het dossier.2 Uit deze stukken blijkt allereerst dat het toestel van de [accountnaam 1] -gebruiker [sky-ID] contact heeft gemaakt met zendmasten in Rotterdam en dat de gebruiker vermoedelijk geen Nederlands spreekt. Daarnaast blijkt dat het toestel van de [accountnaam 1] -gebruiker [accountnaam 2] contact heeft gemaakt met zendmasten in Arnhem en dat de gebruiker Nederlands spreekt.

Op basis van de hiervoor bedoelde stukken en op grond van hetgeen de officier van justitie ter terechtzitting heeft aangevoerd, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vast komen te staan dat de klager de gebruiker is van het account [accountnaam 3] of [accountnaam 2] en deelnemer is geweest van chats zoals opgenomen in het proces-verbaal van verdenkingen. De officier van justitie heeft daarmee onvoldoende invulling gegeven aan de aan haar verstrekte opdracht. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gesteld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het beslag zal bevelen. Temeer wanneer een en ander wordt bezien tegen de achtergrond van het beperkte vooruitzicht in de zaak, zoals dat desgevraagd door de officier van justitie in raadkamer is geschetst.

Gelet hierop wordt het beklag gegrond verklaard.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beklag gegrond;

gelast de teruggave aan de klager van:

  • -

    Binance.01.01.005, 6069818_189357, wallet cryptocurrency 162b...;

  • -

    de opbrengst van de vervreemding van Binance.01.01.005.001, 6069818_189377, 20.584 BTC.

Deze beschikking is gegeven door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. D. van Dooren en G. Alagahgi, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.R. de Graaf, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2022.

De oudste rechter is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

1 Documentcode VD-001-03, datum ondertekening 22 maart 2022.

2 Documentcodes AMB-002-01, AMB-003-01, AMB-004-01 en AMB-005-01.