Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:5877

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-07-2022
Datum publicatie
21-07-2022
Zaaknummer
C/10/640243 / FA RK 22-4311
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot een zorgmachtiging ex art. 6:4 Wvggz toegewezen voor zes maanden. Verplichte zorg om nadeel voor betrokkene en een ander af te wenden. Algemene ontkenning van schizofrenie niet voldoende om voorbij te gaan aan oordeel meerdere psychiaters. Hoewel een huisuitzetting is afgewend, dreigt een volgend incident omdat betrokkene hulp blijft afhouden, psychose niet laat behandelen en zich blijft terugtrekken. Dubbelrol van zoon als hulpverlener en zoon is te belastend geworden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/640243 / FA RK 22-4311

Referentienummer: ZM/IND/54781

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 juli 2022 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene],

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats betrokkene],

advocaat mr. S. Lodder te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 23 juni 2022.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 13 juni 2022;

  • -

    de niet ingevulde zorgkaart;

  • -

    het zorgplan van 16 mei 2022;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juli 2022.

Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • -

    betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam 2], ggz-agoog, verbonden aan Antes;

  • -

    [naam 3], zoon van betrokkene (hij was aanwezig via een beeld- en geluidverbinding).

1.3.

De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie waarbij sprake is van een psychose. Dat betrokkene ontkent dat zij lijdt aan een psychische stoornis is voor de rechtbank niet voldoende om voorbij te gaan aan het oordeel van meerdere psychiaters dat zij lijdt aan schizofrenie. Een algemene, niet onderbouwde ontkenning van de psychische stoornis is niet voldoende. In dit dossier wordt de diagnose ondersteund door de medische verklaring en het zorgplan. Door de ggz-agoog is tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat betrokkene volgens het behandelteam op dit moment psychotisch is.

De rechtbank wijst betrokkene erop dat het haar vrij staat, zoals ook tijdens de mondelinge behandeling op 9 februari 2021 is besproken, een second opinion te vragen.

2.2.

Anders dan betrokkene bepleit, is de rechtbank van oordeel dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Hoewel de rechtbank met betrokkene van oordeel is dat de overlast en de lichamelijke verwaarlozing niet voldoende onderbouwd is, is de rechtbank op basis van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en ernstige psychische schade voor een ander.

Nadat deze rechtbank een verzoek tot verlening van een zorgmachtiging afwees op

9 februari 2021, hield betrokkene zorg af, waarna zij achterdochtiger werd en steeds verder achteruit ging, mogelijk mede doordat ze in de zomer van 2021 is gestopt met haar medicatie. Betrokkene stopte in november 2021 vanuit psychotische overtuigingen met het betalen van haar huur. Dit heeft bijna geleid tot een huisuitzetting. Ternauwernood is dit afgewend door inzet van de zoon van betrokkene. De huur is inmiddels betaald en betrokkene kan in haar woning blijven. Toch is het risico op nadeel niet afgewend. Hoewel er geen lichamelijke verwaarlozing bestaat, bestaat er wel verwaarlozing en teloorgang op andere vlakken. Doordat betrokkene hulp en bemoeienis van anderen blijft afhouden, zich blijft terugtrekken en haar psychose niet laat behandelen, is het wachten op een volgend incident. Door de zoon en zijn familie wordt gezien dat betrokkene zich steeds verder terugtrekt en steeds verder achteruit gaat; betrokkene heeft inmiddels alle contacten met haar goede vrienden verbroken en is komen vast te zitten in haar eigen wereld. Betrokkene hoeft haar woning niet te verlaten, maar heeft zonder duidelijke reden al haar spullen ingepakt in dozen, en is haar spullen steeds kwijt. De ggz-agoog heeft toegelicht dat de problemen zich steeds opstapelen als betrokkene niet wordt behandeld. Toen betrokkene behandeling accepteerde, ging het een stuk beter. Zij heeft stabiel gefunctioneerd met het antipsychoticum Olanzapine. Toen trok betrokkene zich minder terug en stond ze zorg en begeleiding toe. Op dit moment is er geen enkele behandelingang en kan alleen de zoon van betrokkene binnenkomen. De zoon van betrokkene vervult hierdoor een dubbelrol. Hij moet zowel als hulpverlener en als zoon ondersteuning bieden. De zoon voelt zich hierdoor in tweeën gesplitst. Er staat veel druk op hem als enige contactpersoon. Vanwege de achteruitgang bij betrokkene is dit te belastend geworden, waardoor de psychische gezondheid van de zoon in gevaar komt.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig.

2.5.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Ambulante behandeling heeft de voorkeur. Toch wordt verwacht dat betrokkene klinisch moet worden ingesteld op medicatie omdat ambulante zorg op geen enkele manier van de grond is gekomen. De rechtbank legt betrokkene de verplichting op om ambulante behandeling te accepteren. De rechtbank bepaalt ook dat betrokkene voor de duur van de zorgmachtiging kan worden opgenomen in een accommodatie. Het staat de zorgverantwoordelijke vrij om te beslissen dat betrokkene klinisch moet worden ingesteld op medicatie. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken (bijvoorbeeld het openen van de deur en binnenlaten van behandelaars of verschijnen op poliafspraken);

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet is gemotiveerd.

2.6.

Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 januari 2023;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 8 juli 2022 mondeling gegeven door mr. M.C. Woudstra, rechter, in tegenwoordigheid van J.D. Verburg, griffier, en op 15 juli 2022 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.