Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:5874

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-07-2022
Datum publicatie
27-07-2022
Zaaknummer
9750574
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Parkeergarage. Treintje rijden. Niet onredelijk bezwarend en niet oneerlijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 9750574 CV EXPL 22-8216

datum uitspraak: 22 juli 2022

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Q-Park Operations Netherlands B.V.,

vestigingsplaats: Maastricht,

eiseres,

gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. S. Eernstman.

De partijen worden hierna ‘Q-Park’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • -

    de dagvaarding van 9 maart 2022, met bijlagen;

  • -

    het antwoord, met bijlagen;

  • -

    de repliek, met bijlagen;

  • -

    de dupliek.

2. Het geschil

2.1.

Q-Park stelt dat [gedaagde] op 19 november 2021 door ‘treintje rijden’, dus zonder te betalen, haar parkeergarage in Venlo heeft verlaten. Q-Park vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 387,52, bestaande uit € 17,00 tarief voor een verloren kaart, een schadevergoeding van € 319,97 en € 50,55 aan buitengerechtelijke kosten, met rente en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2.

[gedaagde] voert aan dat op 19 november 2021, in tegenstelling tot wat staat op het bord bij de ingang van de garage en in verband met de coronacrisis, niet contant betaald kon worden. [gedaagde] had geen pinpas bij zich, kon geen medewerker vinden en via de intercom kreeg hij geen gehoor. [gedaagde] heeft de garage daarom noodgedwongen met ‘treintje rijden’ moeten verlaten.

3. De beoordeling

3.1.

[gedaagde] is op 19 november 2021 de parkeergarage van Q-Park ingereden. Op het bord bij de ingang van de garage staat ‘Toegang en gebruik van Q-Park uitsluitend onder toepassing van de Algemene Voorwaarden Parkeren’. Q-Park geeft met deze tekst voldoende duidelijk aan dat algemene voorwaarden van toepassing zijn als gebruik wordt gemaakt van de parkeergarage. Dat de letters onder de genoemde tekst, met een verwijzing naar waar de algemene voorwaarden te vinden zijn, vanuit een auto niet voldoende leesbaar zijn maakt dit niet anders. Er staat een verwijzing naar waar de algemene voorwaarden staan en dat is voldoende. De kleine letters zijn niet bedoeld om vanuit de auto eens aandachtig te gaan lezen. Degene die echt geïnteresseerd is maar het niet kan lezen, kan uitstappen en het bord van dichtbij bekijken.

3.2.

Ook zonder de algemene voorwaarden te lezen, zal het voor een ieder duidelijk zijn dat wegrijden uit de parkeergarage zonder te betalen consequenties heeft. De kantonrechter acht de consequenties die het wegrijden zonder te betalen in dit geval heeft, te weten € 17,00 aan parkeergeld en een schadevergoeding van € 319,97, niet onredelijk bezwarend en ook niet oneerlijk. Het totaalbedrag is inderdaad beduidend meer dan wat er betaald had moeten worden als er gewoon betaald was, maar als (moedwillig) wordt weggereden zonder te betalen, mag degene die dat doet dat ook wel voelen uiteraard. Los van de vraag of Q-Park eigenlijk wel uit moet leggen welke schade zij lijdt: zij legt dit in de dagvaarding en in de conclusie van repliek uitgebreid uit.

3.3.

[gedaagde] moet in principe de € 336,97 die Q-Park vordert dus betalen. Als het echter zo is, zoals [gedaagde] aanvoert, dat hij niet contant kon betalen en hij met geen mogelijkheid contact kon leggen met Q-Park om het ontstane probleem te bespreken, wordt het een ander verhaal. [gedaagde] onderbouwt echter onvoldoende dat het echt zo is dat hij niet contant kon betalen en geen contact kon krijgen. De screenshot van de website van Q-Park die [gedaagde] toont is van 30 april 2020, dus van ruim anderhalf jaar voor het incident waar het nu om gaat. Dat [gedaagde] op 19 november 2021 nog steeds niet contant kon betalen blijkt niet, bijvoorbeeld uit een door [gedaagde] gemaakte foto van de mededeling daarover die hij kennelijk zag toen hij bij de betaalautomaat stond. Het valt daarnaast op dat in de brief van de advocaat van [gedaagde] (bijlage 2 bij de conclusie van antwoord) slechts de door Q-Park gestelde schade in twijfel wordt getrokken. Over dat [gedaagde] niet contant kon betalen en geen contact kon leggen met Q-Park, toch het belangrijkste argument om nu niet te hoeven betalen, wordt niet gesproken. Uit het door Q-Park als bijlage 6 overgelegde overzicht kan daarnaast afgeleid worden dat de intercom het op 19 november 2021 wel degelijk deed. Anderen hebben daar op die dag namelijk wel gebruik van kunnen maken. De gang van zaken die [gedaagde] schetst is kortom niet geloofwaardig en met die versie van het verhaal wordt daarom geen rekening gehouden. [gedaagde] wordt ertoe veroordeeld € 336,97 aan Q-Park te betalen, met rente vanaf 19 november 2021.

3.4.

De buitengerechtelijke incassokosten van € 50,55 worden toegewezen omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente over deze kosten wordt toegewezen vanaf de dag dat de dagvaarding is uitgebracht.

3.5.

[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten tot vandaag vast op € 107,22 aan dagvaardingskosten,

€ 128,00 aan griffierecht en € 150,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten van

€ 75,00 per punt), bij elkaar dus € 385,22.

3.6.

Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter de onder de beslissing uitgesproken veroordelingen toch kunnen worden afgedwongen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om € 387,52 aan Q-Park te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over € 336,97 vanaf 19 november 2021 en over € 50,55 vanaf 9 maart 2022, steeds tot wanneer volledig is betaald;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van Q-Park tot vandaag vastgesteld op € 385,22;

4.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.

686