Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:5846

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-07-2022
Datum publicatie
15-07-2022
Zaaknummer
10/960146-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervolging Nederlandse Syriëganger. Onbevoegdverklaring rechtbank Rotterdam. Niet bevoegd kennis te nemen van misdrijven die vallen onder de WIM. In het belang van verdachte dat alle feiten door dezelfde rechter worden afgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/960146-16

Datum uitspraak: 6 juli 2022

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. M.C. Levy, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 juli 2022.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Sannes heeft gevorderd:

  • -

    dat de rechtbank de vordering nadere omschrijving van de tenlastelegging toewijst;

  • -

    zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de ten laste gelegde feiten;

  • -

    dat de rechtbank op grond van artikel 72 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) bepaalt dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zes dagen na het onherroepelijk worden van de beslissing tot onbevoegdverklaring van kracht zal blijven.

4. Bevoegdheid rechtbank

4.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank Den Haag is uitsluitend bevoegd kennis te nemen van het feit onder 1 op de nadere omschrijving van de tenlastelegging. Daarnaast is het in het belang van strafvordering om alle ten laste gelegde feiten gelijktijdig af te doen.

4.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering van de officier van justitie.

4.3.

Beoordeling

Uit artikel 15 Wet Internationale Misdrijven (hierna: WIM) volgt dat uitsluitend de rechtbank Den Haag bevoegd is kennis te nemen van misdrijven omschreven in die wet. Uit artikel 2, eerste lid, Sv volgt dat de rechtbanken Amsterdam, Oost-Brabant, Overijssel en Rotterdam bevoegd zijn kennis te nemen van feiten die worden vervolgd door de officier van justitie van het Landelijk Parket. De onderhavige zaak wordt vervolgd door de officier van justitie van het Landelijk Parket.

Het feit onder 1 is een misdrijf dat valt onder de WIM. De rechtbank Den Haag is derhalve bevoegd daarvan kennis te nemen en niet de rechtbank Rotterdam. Voor de feiten onder 2 tot en met 5 is volgens artikel 2, eerste lid, Sv de rechtbank Rotterdam en niet de rechtbank Den Haag bevoegd.

In de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetvoorstel dat heeft geleid tot de WIM merkt de minister van Justitie het volgende op:

“Wel is het denkbaar dat de officier van justitie op grond van artikel 313 Sv (of 314a Sv/de rechtbank) een vordering doet tot wijziging van de telastelegging van moord in een oorlogsmisdrijf. Dan kunnen zich twee gevallen voordoen. In het eerste geval staat de rechter de wijziging toe omdat naar zijn oordeel nog steeds sprake is van hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sr. In dat geval zal de rechter zich evenwel – als het een andere rechter betreft dan de in het voorstel aangewezen rechter – onbevoegd moeten verklaren, waarna het openbaar ministerie de zaak opnieuw, bij de juiste rechter, zal kunnen aanbrengen (…).

Naar aanleiding van de opmerking (…) dat niet duidelijk is of de officier van justitie, wanneer hij de zaak bij de in het onderhavige voorstel aangewezen rechter aanbrengt, subsidiair een commuun misdrijf ten laste zou mogen leggen indien die rechtbank niet bevoegd zou zijn daarvan als zodanig kennis te nemen, zij het volgende opgemerkt. Het onderhavige voorstel laat de normale regels voor de opsporing, vervolging en berechting van misdrijven, zoals neergelegd in het Wetboek van Strafvordering, intact (tenzij het daarvan expliciet afwijkt). Dit geldt ook voor de regels van de relatieve competentie, neergelegd in artikel 2, eerste lid, Sv. Dit betekent dat de rechtbank die bij uitsluiting van andere bevoegd is ter zake van de internationale misdrijven, heel wel bevoegd kan zijn om van een (subsidiair ten laste gelegd) commuun misdrijf kennis te nemen, bijvoorbeeld omdat de verdachte zich in haar rechtsgebied bevindt of op de grond dat bij deze rechtbank tegen de verdachte ook de vervolging ter zake van een ander feit (i.c. het internationale misdrijf) is aangevangen” (Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 337, nr. 6, p. 35 en p. 36).

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van strafvordering en in het belang van de verdachte is dat alle ten laste gelegde feiten gelijktijdig en door dezelfde rechtbank worden behandeld en afgedaan. Gelet hierop en gelet op het standpunt van de raadsvrouw en op de bovenstaande wetsgeschiedenis zal de rechtbank zich daarom onbevoegd verklaren kennis te nemen van de ten laste gelegde feiten.

Uit artikel 72 lid 1 Sv volgt dat het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven bij beschikkingen van onbevoegdverklaring. Lid 2 bepaalt dat de rechter, indien naar zijn mening een ander college wel bevoegd is van het feit kennis te nemen, kan bepalen dat het bevel nog zes dagen na het onherroepelijk worden van zijn beslissing van kracht zal blijven. De rechtbank heeft vastgesteld dat de rechtbank Den Haag bevoegd is kennis te nemen van de ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft kenbaar gemaakt dat de rechtbank Den Haag op 8 juli 2022 zittingsruimte heeft vrijgemaakt om de zaak te behandelen ten behoeve van de voortduring van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. De rechtbank zal daarom op grond van artikel 72 lid 2 Sv bepalen dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte nog zes dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis van kracht zal blijven.

4.4.

Conclusie

De rechtbank wijst toe de nadere omschrijving van de tenlastelegging.

De rechtbank is onbevoegd kennis te nemen van het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde.

5. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6. Beslissing

De rechtbank:

wijst toe de nadere omschrijving van de tenlastelegging;

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de ten laste gelegde feiten;

bepaalt dat het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst, nog zes dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis van kracht zal blijven.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. R.J. Verbeek en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Biert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2022.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

zij, verdachte, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 30 november 2016 te Atme en/of Tallabyad en/of Raqqa, althans (op één of meer plaatsen) in Syrië,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

in verband met een (niet-internationaal) gewapend conflict op het grondgebied van Syrië,

een stad of plaats heeft geplunderd,

door in of omstreeks de periode van 1 april 2014 tot en met 30 april 2014 in Atme het toe-eigenen van een huis en andere eigendommen, zoals matrassen, pannen en een kookplaat, zonder toestemming van de eigenaar(s), met de intentie deze voor zichzelf en/of voor anderen te gebruiken en met de intentie de eigenaar(s) te onteigenen,

en/of

door in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 31 januari 2015 in Tallabyad, het toe-eigenen van een huis met dakterras, en andere eigendommen, waaronder bankstellen, matjes en een koelkast, zonder toestemming van de eigenaar(s), met de intentie deze voor zichzelf en/of voor anderen te gebruiken en met de intentie de eigenaar(s) te onteigenen,

en/of

door in of omstreeks de periode van 1 februari 2015 tot en met 30 november 2016 in Raqqa het toe-eigenen van huizen, zoals het zogenaamde ‘verfhuisje’, de flatwoning bij het grote blauwe ziekenhuis en de woning in de villawijk, en andere eigendommen, zoals een bank, stoelen en kastjes, zonder toestemming van de eigenaar(s), met de intentie deze voor zichzelf en/of voor anderen te gebruiken en met de intentie de eigenaar(s) te onteigenen.

2

zij in of omstreeks de periode van 16 maart 2014 tot en met 5 januari 2018 in een of meer plaats(en) in Syrië en/of Irak,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

heeft deelgenomen aan een (terroristische) organisatie, te weten Islamitische Staat (IS), dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans (telkens) een aan IS gelieerde organisatie, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, welke organisatie tot oogmerk had en/of heeft het plegen van terroristische misdrijven, te weten,

A. het opzettelijke brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289/289a jo. 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

E. het voorhanden hebben van een of meerdere wapens en/of munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet wapens en munitie);

3

zij in of omstreeks de periode van 4 augustus 2013 tot en met 5 januari 2018 in een of meer plaats(en) in Nederland, en/of in Syrië en/of in Irak,

tezamen en in vereniging met een of andere, althans alleen,

met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven):

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289/289a jo. 83 van het Wetboek van Strafrecht)

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich of aan anderen heeft verschaft en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan zij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf,

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk, gevoerd door de (terroristische) organisatie zoals Islamitische Staat (verder IS), dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) althans een aan voornoemde organisatie(s) gelieerde Jihadistische strijdgroep, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, eigen gemaakt en/of

B. zich laten informeren over het afreizen naar Syrië en/of Irak en/of het aansluiten bij de terroristische organisatie IS/ISIS/ISIL en/of

C. de reis gemaakt naar Syrië en/of Irak ten behoeve van het zich begeven naar het strijdgebied aldaar en/of zich te voegen bij de terroristische organisatie IS/ISIS/ISIL en/of

D. deelgenomen aan ideologische en gevechtstrainingen van de terroristische organisatie IS/ISIS/ISIL ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd in Syrië en/of Irak en/of

E. zich gevoegd bij één of meer mededader(s) en/of IS/ISIS/ISIL strijder(s), althans perso(o)n(en) gelieerd aan (een) terroristische organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat en/of is zij (op Islamitische wijze) (een) huwelijk(en) aangegaan met een of meer IS/ISIS/ISIL strijder(s), althans (een) perso(o)n(en) die (eveneens) deelnam(en) aan een terroristische organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat en/of

F. in Syrië en/of Irak deelgenomen en/of bijgedragen aan de gewapende Jihadstrijd gevoerd door de terroristische organisatie IS/ISIS/ISIL, althans aan IS/ISIS/ISIL gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat,

G. zich (middels internet/social mediakana(al(en)/mediaplatform(s)) geuit en/of met (een) ander(en) perso(o)n(en) gechat/gecommuniceerd en/of berichten en/of afbeeldingen geplaatst en/of gedeeld, met betrekking tot en/of inhoudende (onder meer) (gewelddadig) jihadistisch getinte en/of (pro)IS-gerelateerde content,

H. (vuur)wapens gebruikt en/of gedragen en/of voorhanden gehad,

in welke gewapende Jihadstrijd moord en/of doodslag en/of brandstichting en/of het teweegbrengen van ontploffingen wordt gepleegd, telkens met een terroristisch oogmerk;

4

zij op of omstreeks 9 januari 2015 te Syrië en/of Nederland

[naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, althans enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op/via het (openbaar toegankelijke Twitteraccount ‘ [naam Twitteraccount] ’ een bericht (tweet) te plaatsen, welk bericht een foto van een AK 47, althans een (semi)automatisch vuurwapen bevat en waarbij de tekst vermeld staat: “Voorbereidingen treffen om @ [naam slachtoffer 1] van het leven te beroven. Met vriendelijke groet, vanuit het khalifaat”;

5

zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 mei 2015 te Syrië en/of Nederland

[naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, althans enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met het Facebookaccount [naam Facebookaccount] een bericht (post) op de openbare tijdlijn van de Facebookpagina van [naam slachtoffer 2] te plaatsen, welk bericht een foto van een AK 47, althans een (semi)automatisch vuurwapen bevat en waarbij de volgende tekst(en) vermeld staan:

- “ Hoe kom je aan onze profielen? Aan alle info? Het is dat je niet om de hoek bent, anders kwam ik wel eventjes met mijn ak-47 op je af lopen. Ja en dit is een dreigement lelijke nakomeling van de apen en zwijnen. Jou kop zou ik ook maar al te graag willen laten rollen. Lelijk wijf bah.”;

- “ Staat met smart op jou te wachten.

Beter voor jou dat je alles weg haalt van je Twitter account

En verwijder je uit onze lijsten”.