Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:5726

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-07-2022
Datum publicatie
21-07-2022
Zaaknummer
KTN-9771366_13072022
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot onregelmatigheidsvergoeding wordt afgewezen. Niet gebleken dat werkneemster met opzet heeft een foutieve positieve coronatest heeft opgestuurd. Het is mogelijk dat werkneemster per ongeluk de verkeerde foto heeft opgestuurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0852
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9771366 HA VERZ 22-23

uitspraak: 8 juli 2022

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de maatschap Dentiz, Centrum voor Mondzorg,

gevestigd te Spijkenisse,

verzoekster, tevens verweerster in het zelfstandige tegenverzoek,

gemachtigde: mr. H.A. van Es,

tegen

[verweerster01] ,
wonende te [woonplaats01] ,

verweerster, tevens verzoekster in het zelfstandige tegenverzoek,

gemachtigde: mr. L. Hennink.

Partijen worden hierna aangeduid als Dentiz en [verweerster01] .

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    het verzoekschrift, door de rechtbank ontvangen op 25 maart 2022, met bijlagen;

  • -

    het verweerschrift tevens houdende zelfstandig tegenverzoek, met bijlagen;

  • -

    de voorafgaand aan de mondelinge behandeling overgelegde bijlage van de zijde van [verweerster01] ;

  • -

    de akte uitlaten voortzetting procedure van beide partijen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 juni 2022. De zaak is vervolgens aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een schikking te treffen.

2. De vaststaande feiten

2.1

[verweerster01] is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Dentiz in dienst getreden in de functie van tandartsassistent. Het overeengekomen salaris bedroeg € 1.759,97 bruto per maand.

2.2

Bij brief van 27 januari 2022 is [verweerster01] door Dentiz op staande voet ontslagen vanwege het liegen over een positieve coronatest. In de brief staat verder:

“Op woensdag 26 januari 2022 heeft u via whatsapp gebeld om 8.52 uur en bij mij kenbaar gemaakt uzelf getest te hebben op corona. Hieruit is volgens u een positieve testuitslag voortgekomen […]

Uit onderzoek is gebleken dat de uitgewisselde afbeelding van uw corona zelftest met [naam01] 1:1 overeenkomt met een afbeelding van het internet. U heeft dus ten onrechte gesteld dat de door u toegezonden foto een foto zou betreffen van een door u zelf afgenomen corona test.

Vanochtend heb ik u in een gesprek geconfronteerd met uw handelwijze. […] U heeft aangegeven dat u deze afbeelding per ongeluk toegestuurd zou hebben. Dit heeft u herhaaldelijk volgehouden. Ik acht deze verklaring in het geheel niet geloofwaardig. […]

Vast staat dat u:
a. Een foto van een coronatest met een positieve uitslag die niet van uzelf was aan (werknemers van) uw werkgever heeft gezonden en daarbij heeft uitgedragen dat deze foto van een door uzelf ondergane coronatest was gemaakt.

De onder a. vermelde reden is voor mij aanleiding om u namens uw werkgever op staande voet te ontslaan. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst per vandaag eindigt. […]”

2.3

De gemachtigde van [verweerster01] heeft bij e-mailbericht van 5 april 2022 verzocht om de eindafrekening te doen toekomen.

3. Het verzoek

3.1

Dentiz verzoekt om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerster01] te veroordelen tot betaling van de vergoeding ‘ex artikel 7:677 lid jo lid 3 BW’ ten bedrage van € 2.090,84, met veroordeling van [verweerster01] in de proceskosten.

3.2

Dentiz stelt daartoe dat [verweerster01] op 26 januari 2022 een foto van een coronatest met een positieve uitslag die niet van haar was aan (werknemers van) Dentiz heeft gestuurd met de mededeling dat deze zelftest door en bij haarzelf was afgenomen. Nu [verweerster01] heeft gelogen over een positieve coronatest heeft zij door opzet c.q. schuld aan Dentiz een dringende reden gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Op grond van het bepaalde in artikel 7:677 lid 2 jo lid 3 BW is [verweerster01] daarom een onregelmatigheidsvergoeding verschuldigd. Bij een regelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst had [verweerster01] een opzegtermijn van een maand in acht moeten nemen. De onregelmatigheidsvergoeding bedraagt het loon over de periode 28 januari 2022 tot en met 28 februari 2022, zijnde een bedrag van € 2.090,84.

4. Het verweer

4.1

[verweerster01] betwist dat zij door opzet of schuld een dringende reden voor het ontslag op staande voet heeft gegeven. Zij heeft niet gelogen over een positieve coronatest, maar heeft per abuis een onjuiste foto toegezonden die tussen de afbeeldingen op haar telefoon stond. Dit heeft [verweerster01] tijdens het gesprek met haar praktijkmanager aangegeven, maar zij werd daarin niet geloofd. Bovendien mocht Dentiz niet om een testbewijs vragen gelet op de per 26 januari 2022 geldende coronaregels. Er was dan ook geen sprake van een dringende reden en het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig.

5. Het zelfstandig tegenverzoek

5.1

[verzoekster01] verzoekt om bij beschikking te bepalen dat Dentiz:

  1. binnen 5 dagen na het wijzen van de beschikking in deze een richtige eindafrekening aan [verzoekster01] doet toekomen op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 20.000,- in totaal;

  2. het volgens de eindafrekening aan [verzoekster01] toekomende bedrag, vermeerderd met 50% verhoging en de wettelijke rente, aan [verzoekster01] voldoet;

  3. aan [verzoekster01] de transitievergoeding van € 1.900,- bruto voldoet;

  4. it alles met veroordeling van Dentiz in de kosten van de procedure.

5.2

[verzoekster01] heeft na het ontslag op staande voet ander werk gevonden en verzet zich verder niet tegen de beëindiging van het dienstverband. Zij verzoekt daarom om een eindafrekening waarop vakantiedagen en vakantiegeld zijn opgenomen, alsmede betaling hiervan en toekenning van de transitievergoeding. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen aan haar zijde, aldus [verzoekster01] .

6. De beoordeling

6.1

In deze zaak hebben partijen over en weer verzoeken ingediend die samenhangen met het ontslag op staande voet dat Dentiz op 27 januari 2022 aan [verweerster01] heeft gegeven. Eerst zal de door Dentiz verzochte vergoeding worden beoordeeld. Daarna komen de verzoeken van [verweerster01] aan de orde. Al haar verzoeken gaan (impliciet) uit van berusting in het feit dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

in het verzoek

Onregelmatigheidsvergoeding

6.2

Artikel 7:677 BW bepaalt dat de partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd is, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.
Voor toekenning van de door Dentiz gevraagde vergoeding is aldus vereist dat sprake is van een dringende reden voor ontslag én dat die dringende reden is veroorzaakt door opzet of schuld van [verweerster01] .

6.3

Als dringende redenen voor een werkgever worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (artikel 7:678 BW).
Volgens Dentiz is sprake van dergelijke gedragingen door [verweerster01] . Dentiz heeft met betrekking tot de reden voor het ontslag op staande voet naar voren gebracht dat [verweerster01] op 26 januari 2022 heeft gelogen over een positieve coronatest en dat zij een foto van een positieve coronatest heeft overgelegd die niet van haarzelf was.

6.4

Dat [verweerster01] een foto naar Dentiz heeft gestuurd van een positieve zelftest die niet door haar is ondergaan, staat vast. Door [verweerster01] is echter aangevoerd dat zij deze foto per ongeluk naar Dentiz heeft gestuurd. Ter zitting heeft [verweerster01] verklaard dat zij op 26 januari 2022 een zelftest op het werk heeft gedaan, dat die zelftest weliswaar wazig was, maar wel een positieve uitslag gaf, dat zij een foto van de zelftest had gemaakt maar de zelftest niet mee naar huis had genomen en dat zij door haar manager naar huis was gestuurd om een afspraak bij de GGD te maken. Terwijl ze telefonisch in de wacht stond bij de GGD ontving [verweerster01] het volgende Whatsappbericht van mevrouw [naam01] : “Hi, ineens was jij weg. Kun jij vandaag wel de pcr test zo snel mogelijk inplannen?? Heb jij een foto van de test?” . [verweerster01] heeft vervolgens de verkeerde foto toegestuurd .

6.5

Ter zitting heeft [verweerster01] de foto van de zelftest die zij op de werkvloer heeft gemaakt aan de kantonrechter en de wederpartij laten zien. De kantonrechter heeft geconstateerd dat de foto op 26 januari 2022 om 08:49 uur is gemaakt en dat het beeld van de foto ‘ vaag’ is. Dentiz erkent, na het zien van de foto, dat de foto van de zelftest op de praktijk is gemaakt. Vastgesteld wordt dat [verweerster01] een foto heeft gemaakt van de door haar op de werkvloer afgenomen corona zelftest. De kantonrechter heeft daarnaast geconstateerd dat [verweerster01] niet enkel deze foto met als datum 26 januari 2022 op haar telefoon had staan, maar dat er nog zeven andere foto’s van zelftesten met als datum 26 januari 2022 op haar telefoon staan. [verweerster01] heeft desgevraagd toegelicht dat de andere foto’s c.q. afbeeldingen van zelftesten van internet afkomstig zijn en dat zij die gebruikte voor haar blog op social media over het onderwerp ‘corona’. Eén van die foto’s die afkomstig is van internet met als datum 26 januari 2022 en tijdstip 10:51 uur wordt door zowel de kantonrechter als Dentiz herkend als de foto die [verweerster01] aan Dentiz heeft toegestuurd.

6.6

Tegen de achtergrond van het voorgaande acht de kantonrechter het mogelijk dat [verweerster01] in een voor haar stressvolle situatie, mede gelet op de vele foto’s van zelftesten op haar telefoon, per ongeluk een verkeerde foto van een zelftest naar Dentiz heeft opgestuurd. Het ligt dan op de weg van Dentiz om voldoende concreet te onderbouwen dat [verweerster01] (bewust) heeft gelogen over een positieve coronatest en met opzet een verkeerde foto heeft gestuurd. Anders dan door Dentiz bepleit, leidt de omstandigheid dat [verweerster01] niet direct haar ‘fout’ (het toesturen van de verkeerde zelftest) had toegegeven, er niet toe dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet is. Evenmin wordt Dentiz gevolgd in haar standpunt dat [verweerster01] de verkeerde foto tot driemaal toe heeft gestuurd, nu enkel gebleken is van het toesturen van de foto naar een collega en haar manager en het plaatsen van de foto op haar eigen Facebookpagina. Dat de uitslag van een later afgenomen coronatest negatief was, kan ook niet leiden tot het oordeel dat [verweerster01] (bewust) heeft gelogen over de door haar op 26 januari 2022 afgenomen positieve zelftest. Het kwam immers vaker voor dat een zelftest een positieve uitslag gaf en de uitslag van de coronatest bij de GGD anders was. Aldus heeft Dentiz, gelet op het voorgaande, haar stelling tegenover de betwisting van [verweerster01] onvoldoende onderbouwd. Aan bewijslevering komt de kantonrechter daarom niet toe.

6.7

De slotsom is dan ook dat het verzoek van Dentiz om [verweerster01] te veroordelen tot betaling van de onregelmatigheidsvergoeding zal worden afgewezen nu niet kan worden vastgesteld dat [verweerster01] door opzet of schuld aan Dentiz een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen.

6.8

Dentiz wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [verweerster01] tot vandaag vast op € 996,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 498,- tarief).

In het tegenverzoek

Transitievergoeding

6.9

[verzoekster01] heeft in verband met de onregelmatige opzegging recht op een transitievergoeding 1 . [verzoekster01] heeft een bedrag van € 1.900,- bruto aan transitievergoeding berekend. Een nadere toelichting van dit bedrag ontbreekt. De kantonrechter is met Dentiz van oordeel dat [verzoekster01] een te hoog bedrag aan transitievergoeding heeft berekend. Uitgaande van een bruto maandloon van € 1.759,97 komt de transitievergoeding neer op een bedrag van € 1.736,44 bruto berekend over de periode van 1 mei 2019 tot en met 27 januari 2022. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen.

Eindafrekening

6.10

[verzoekster01] stelt dat zij geen deugdelijke eindafrekening heeft ontvangen. Dit is ter zitting door Dentiz erkend. Weliswaar heeft Dentiz vervolgens bij akte voortzetting procedure – anders dan op de zitting – aangevoerd dat zij een eindafrekening aan [verzoekster01] heeft verstrekt, maar dit is verder niet onderbouwd zodat dit niet kan worden vastgesteld. De verzochte verstrekking van een deugdelijke eindafrekening zal daarom alsnog worden toegewezen, nu artikel 7:626 lid 1 BW Dentiz daartoe verplicht. De door [verzoekster01] verzochte dwangsom hierover zal worden toegewezen als hierna te melden.

6.11

Het verzoek tot betaling van het volgens de eindafrekening toekomende bedrag is te onbepaald om te kunnen worden toegewezen. Dat deel van het verzoek wordt dan ook afgewezen. Wel wordt opgemerkt dat Dentiz gehouden is om eventueel nog openstaande vakantiedagen en vakantiegeld aan [verzoekster01] te voldoen.

Proceskosten

6.12

De proceskosten komen voor rekening van Dentiz, omdat zij ongelijk krijgt. Vanwege de nauwe samenhang met het verzoek en omdat niet is gebleken van (afzonderlijke) proceskosten die zijn gemaakt voor dit tegenverzoek, worden de proceskosten vastgesteld op nihil.

7. De beslissing

De kantonrechter,

in het verzoek

wijst de verzoeken af;

veroordeelt Dentiz in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [verweerster01] begroot op een bedrag van € 996,- aan salaris gemachtigde;

in het tegenverzoek

veroordeelt Dentiz om aan [verzoekster01] te betalen een transitievergoeding ter hoogte van € 1.736,44 bruto;

veroordeelt Dentiz om binnen vijf dagen na deze beschikking aan [verzoekster01] te verstrekken een deugdelijke eindafrekening, op straffe van een dwangsom van € 100,- voor iedere dag dat zij nalaat aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 5.000,-;

veroordeelt Dentiz in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [verzoekster01] vastgesteld op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

35789

1 Artikel 7:673 lid 1 sub a onder 1 BW