Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:5712

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-07-2022
Datum publicatie
20-07-2022
Zaaknummer
ROT 20/6762
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Boete voor vervoer van dier met ernstige open wond. De dierenarts heeft voldoende duidelijk gemotiveerd en toegelicht dat sprake was van een ernstig open wond. De wond had granulatieweefsel en was nog niet genezen, er zat geen huid overheen; dus was nog sprake van een open wond. De boete is volgens de rechtbank terecht opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 20/6762

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres,

gemachtigde: [naam] ,

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,

gemachtigde: mr. J.A.J. Woutersen.

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres een boete opgelegd van € 1.500,- voor een overtreding van de Wet dieren.

Bij besluit van 22 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2022. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, directeur van de vennoot van eiseres, bijgestaan door zijn echtgenote. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam] , toezichthouder bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Overwegingen

1. Verweerder heeft aan eiseres een boete opgelegd voor het volgende beboetbare feit: “De houder op de plaats van overladen (het verzamelcentrum) liet een schaap vervoeren dat niet geschikt was voor het voorgenomen transport, omdat het schaap een ernstige open wond vertoonde.”

Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 4.8, van de Regeling houders van dieren, en met artikel 3, aanhef en onder b, en artikel 9, eerste lid, en Bijlage I, Hoofstuk I, paragraaf 1 en 2, onder punt b, van de Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG (de Transportverordening).

2. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op het rapport van bevindingen dat op 30 april 2020 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA.

De toezichthouder schrijft in het rapport onder meer het volgende:

Datum en tijdstip van de bevinding: 30 april 2020, omstreeks 06:07 uur.

In het bedrijf aangesproken en gelegitimeerd aan: de heer [naam] ; functie: handelaar.

Tijdens mijn inspectie bevond ik mij op stal van [slachterij] voor de levende keuring van schapen en runderen bestemd voor de slacht. Ik zag dat het achterste hok vol met schapen was. Ik zag in dit hok een schaap met levensnummer [nummer] (foto 1) waar de rechter achterpoot vanaf een hoogte van onder de hak (tarsus) miste (foto's 2 en 5), waardoor deze poot een ernstige open wond vertoonde. Ik zag dat aan het einde van de stomp een ronde massa, in de vorm van een ronde bult, met een doorsnede van ongeveer 7 cm zonder huid was. Ik zag dat de kleur van deze massa rood glanzend met bruine en zwarte vlekken was (foto's 5 en 6).

Ik heb aan de stalbaas van het bedrijf gevraagd hoe laat dit schaap gelost was. De stalbaas wist dit niet en gaf aan dat dit schaap in de nacht gelost was zonder dat er iemand van het slachthuis bij was en sindsdien geen controle door het slachthuis zelf had plaatsgevonden. Ik zag op het vervoersdocument IenR schapen en geiten dat het schaap op 30 april 2020 was vervoerd naar het slachthuis.

Ik heb aan de stalbaas gevraagd wat zijn verdere acties waren met dit schaap en hij gaf aan dat hij geen verdere acties ging doen omdat het schaap nu niet naar de dodingsplek gebracht kon worden, omdat er nog andere schapen in het hok daarvoor stonden en het schaap niet over deze schapen heen getild kon worden. Daarop heb ik de corrigerende maatregel opgelegd om dit schaap zo snel mogelijk te doden. Daarop werd het daarvoor liggende hok leeg geruimd en dit schaap uit de groep gehaald.

Terwijl het schaap uit de groep werd gehaald, zag ik dat het schaap door andere schapen geduwd werd en omviel en met de massa de grond raakte. Ik zag dat waar het schaap met de massa de grond raakte wit - rood weefsel en bloed op de grond achterbleef (foto 3).

Het schaap werd daarna in een apart hok ondergebracht. Ik zag dat de overgebleven achterpoot van dit schaap krom was en scheef belast werd (foto 2). Ik zag het schaap regelmatig tegen een muur leunen en wankelen als er geen steun was. Ik zag dat het schaap moeite had om uit eigen kracht overeind te blijven. Ik zag op de linker achterpoot bloed (foto 4).

Het schaap werd geslacht voor humane consumptie nadat het koppel schapen wat zich in het hok voor de dodingsplek bevond helemaal geslacht was. Tussen de levende keuring van het schaap en het doden zijn ongeveer 50 minuten vergaan. Deze tijd heb ik vastgesteld door het tijdstip van de foto's die ik tijdens de AM-keuring heb genomen (foto 1; 06.07 uur) te vergelijken met het tijdstip van de foto direct na het doden (foto 5; 06.59 uur).

Ik zag aan het dode schaap dat het hakgewricht (tarsus) aan de rechter achterpoot verdikt was. Ik rook dat de massa vuil stonk. Ik zag dat zich meerdere bruine wondkorsten van ongeveer 1 bis 2 cm doorsnee op de massa bevonden (foto 6). Vanuit mijn deskundigheid als dierenarts weet ik dat het bij deze massa om hypergranulatieweefsel gaat, ook "wild vlees" genoemd. Granulatieweefsel is een vaatrijk weefsel, te vinden in zich herstellende wonden, hypergranulatieweefsel is een overschietende groei van granulatieweefsel. Vanuit mijn deskundigheid als dierenarts weet ik dat dit weefsel behoort bij het genezingsproces van een wond en dus nog steeds een wond is en al zeker één tot meerdere weken voor het transport aanwezig was en de sterke neiging heeft om bij lichte aanraking al te bloeden.

Het vervoeren van het schaap heeft extra lijden veroorzaakt, omdat het schaap niet geschikt was voor het voorgenomen transport; het schaap was heel zwak en amper in staat zich op eigen kracht staande te houden. Het schaap was te zwak om te voorkomen dat de open wond nergens in aanraking mee kwam tijdens de door het transport veroorzaakte bewegingen en terwijl het schaap zich staande moest houden tussen de andere schapen. Daarom heeft het transport extra en vermijdbaar lijden veroorzaakt.

Ik zag op het vervoersdocument IenR schapen en geiten en het formulier voedselketeninformatie (VKI) dat het schaap afkomstig was van UBN [nummer] . Bij het raadplegen van het I&R registratiesysteem zag ik dat dit UBN was van [eiseres] .

De houder op de plaats van overladen (verzamelcentrum) had een schaap ontvangen en bood deze vervolgens weer aan voor verder transport, terwijl het schaap niet geschikt was voor het voorgenomen transport, omdat het schaap een ernstige open wond vertoonde.

[…]

Ik bracht de mij bekende de heer [naam] , handelaar van mijn bevindingen op de hoogte en deelde hem mede dat de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit naar aanleiding hiervan een bestuurlijke boete kan opleggen. Tevens zei ik hem, of de rechtspersoon die hij vertegenwoordigde, ingevolge het bepaalde in artikel 5:10a van de Algemene wet bestuursrecht, dat hij niet tot antwoorden verplicht was. Hierop verklaarde hij mij zoveel mogelijk weergegeven in zijn eigen woorden, het volgende:

"Het schaap is aangevoerd met een geheelde wond. Op het moment van lossen was het geen open wond. "

Ik heb naar waarheid dit rapport van bevindingen opgemaakt, gedagtekend en ondertekend domicilie kiezend te Amsterdam op 30 april 2020.

3. Eiseres voert aan dat sprake was van een schaap dat gewend was op drie poten te lopen en zich op die manier goed kon handhaven, zowel in de stal als tijdens het transport. De in november 2019 aan een poot ontstane wond was op het moment van transport (vijf maanden later) goed genezen en op het moment van laden was geen sprake van een open wond, laat staan van een ernstig open wond. Het vangen en separeren van het schaap heeft voor onrust gezorgd en mede een rol gespeeld bij de wond die daarna door de toezichthouder is geconstateerd. Het schaap was niet ongeschikt voor transport; het was in staat zich zelfstandig en zonder pijn voort te bewegen. Bovendien is de constatering van de wond pas gedaan toen het schaap zich in de stal op de slachterij bevond. Daarmee staat niet vast dat de open wond op het moment van laden al aanwezig was. Eiseres betwist dat sprake was van een onvoldoende genezen ernstig open wond. Het schaap heeft zich na het genezingsproces zonder problemen of wond in een grote groep kunnen handhaven en is uitgegroeid tot een gezond en slachtrijp dier dat het transport probleemloos aankon, aldus eiseres.

3.1.

Volgens vaste jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), onder meer herhaald in ECLI:NL:CBB:2022:168, mag een bestuursorgaan in beginsel uitgaan van de bevindingen in een rapport van bevindingen, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een hiertoe bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder van de NVWA kan daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.

3.2.

De rechtbank ziet in beginsel geen aanleiding om aan de juistheid van de bevindingen van de toezichthouder te twijfelen. In het rapport is voldoende gemotiveerd dat het schaap voorafgaande aan het transport een ernstig open wond had en daarom niet had mogen worden vervoerd. Eiseres heeft op zichzelf ook niet betwist dat het schaap een probleem had aan een van de poten. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting toegelicht dat het schaap afkomstig was van een veehouder en slechts één dag bij eiseres heeft verbleven. Ook heeft de gemachtigde op de zitting verteld dat hij bij het schaap heeft gezien dat er een stuk van de poot af was en dat op die plek geen huid zat, maar iets roods en hard. Op zich is voor iedereen ook wel duidelijk dat het schaap een verwonding aan de poot had, maar partijen verschillen van mening over de vraag of ook sprake was van een (ernstige) open wond. Hierover heeft de toezichthoudend dierenarts op de zitting gezegd dat hij op de foto’s bij het rapport een rode verdikking ziet bij de stomp aan de poot en dat dit rode proces granulatieweefsel is, zoals ook in het rapport van bevindingen is vastgesteld. Verder is door de dierenarts toegelicht dat granulatieweefsel onderdeel is van het genezingsproces; het is een soort nieuw weefsel om het genezingsproces eronder te bevorderen. De wond is op dat moment nog niet genezen, er is nog geen huid overheen gegroeid en dus is dit nog een open wond. De dierenarts heeft ook nog uitgelegd dat die rode plek met granulatieweefsel bij aanraking heel gevoelig is en heel snel kan gaan bloeden; de stomp is gezwollen omdat bij iedere aanraking er weer een reactivatie plaatsvindt en de wond zich weer probeert te herstellen.

3.3.

De toezichthoudend dierenarts die het rapport van bevindingen heeft opgemaakt en de toezichthoudend dierenarts op de zitting hebben vanuit hun deskundigheid vastgesteld dat sprake was van een ernstig open wond en dit ook voldoende duidelijk gemotiveerd en uitgelegd. Voor de rechtbank staat dus voldoende vast dat dit schaap een ernstig open wond aan de poot had. Verder is in het rapport van bevindingen ook voldoende gemotiveerd dat het schaap deze wond al had voorafgaande aan het transport. De gemachtigde van eiseres erkent ook dat het schaap de rode plek aan de poot al op zijn verzamelcentrum had. Mogelijk is de wond na het transport, op het slachthuis, ook gaan bloeden door aanraking maar dat is niet relevant. Daarvóór was al sprake van een ernstig open wond omdat de wond granulatieweefsel had en nog niet genezen was. Er is niet pas sprake van een open wond als de wond bloedt.

3.4.

Voor de rechtbank staat dus voldoende vast dat eiseres een schaap heeft laten vervoeren dat een ernstige open wond vertoonde en dat eiseres dus de overtreding heeft begaan. De rechtbank kan zich wel indenken dat eiseres dacht juist te handelen; zij heeft overlegd over het schaap met de boer die zei dat het dier gezond was en goed kon lopen en eiseres heeft zelf bij het dier ook geen bloedende wond gezien. Het punt in deze zaak ziet voornamelijk op de vraag of sprake was van een ernstige open wond en daarin heeft eiseres een inschattingsfout gemaakt. Eiseres heeft wel gezien dat het schaap een verwonding had aan de poot maar het niet als een ernstig open wond aangemerkt. Van eiseres mag echter als professioneel bedrijf dat dagelijks met dieren omgaat worden verwacht dat zij een correcte beoordeling maakt van de dieren die ze laat vervoeren. Bij twijfel heeft zij ook de mogelijkheid om een dierenarts in te schakelen. De rechtbank ziet daarom ook geen reden om eiseres verminderd verwijtbaar te achten.

3.5.

Verweerder heeft dus terecht vastgesteld dat eiseres de overtreding heeft begaan. Op grond van het Specifiek interventiebeleid dierenwelzijn tijdens transport wordt bij deze overtreding direct een bestuurlijke boete opgelegd omdat sprake is van een ernstige aantasting van het dierenwelzijn. Verweerder was dus bevoegd eiseres voor deze overtreding een boete op te leggen

3.6.

Over de hoogte van de boete overweegt de rechtbank dat de wetgever reeds een afweging heeft gemaakt welke boete bij een bepaalde overtreding evenredig moet worden geacht. Het met de Transportverordening gediende doel, bescherming van het dierenwelzijn, staat voorop. De rechtbank vindt de opgelegde boete van € 1.500,- in dit geval ook niet onevenredig. Door de overtreding is het welzijn van het dier aangetast. De toezichthoudend dierenarts concludeert in het rapport van bevindingen dat het transport extra lijden bij het schaap heeft veroorzaakt. Verder heeft eiseres geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan verweerder de boete had moeten matigen en ook de rechtbank is daarvan niet gebleken.

4. Het beroep is dus ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Houweling, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L. van der Duijn Schouten, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 15 juli 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.