Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:5673

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-07-2022
Datum publicatie
12-07-2022
Zaaknummer
10-321186-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Antisemitische muurschildering over voetballer levert veroordeling op voor groepsbelediging als bedoeld in artikel 137c WvSr. Oplegging taakstraf met als bijzondere voorwaarde een bezoek aan het Nationaal Holocaust Namenmonument.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10-321186-21

Datum uitspraak: 12 juli 2022

Tegenspraak

Vonnis van de politierechter van de rechtbank Rotterdam, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] .

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 juni 2022.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding(en). De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N. Linnenbank heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van zestig (60) uren, met aftrek van de twee (2) dagen die door de verdachte in verzekering zijn doorgebracht, te vervangen door achtentwintig (28) dagen vervangende hechtenis indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht;

  • -

    volledige toewijzing van de vordering benadeelde partij, bestaande uit € 859,15 aan materiële schade, inclusief wettelijke rente, met hoofdelijke aansprakelijkheid en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Wat is er gebeurd

In de nacht van vrijdag 23 juli 2021 op zaterdag 24 juli 2021 is aan de Schuttersweg in Rotterdam een muurschildering gemaakt. Het was een afbeelding van de voetballer Steven Berghuis met een haakneus, gekleed in een gestreept concentratiekamp-pak, met een Jodenster op de borst en een keppeltje op het hoofd. Bij de afbeelding stond de tekst: Joden lopen altijd weg.

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël heeft op 4 augustus 2021 aangifte gedaan en de politie is een onderzoek gestart.

In oktober 2021 kwam een eerste verdachte in beeld. Hoewel later niet is komen vast te staan dat deze verdachte een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de muurschildering, bleek uit een foto op diens telefoon wel dat de tekst eerst op de muur was aangebracht en de afbeelding later is toegevoegd. Op een andere foto, die is gemaakt op 23 juli 2021 om 22.35 uur, is naast de tekst een afbeelding van Berghuis te zien, waaraan iemand werkt die op een ladder staat. Het concentratiekamp-pak, de Jodenster en het keppeltje maken dan nog geen deel uit van de afbeelding. Aan de hand van een foto die de politie op een telefoon van weer een andere verdachte heeft gevonden, kan worden vastgesteld dat de muurschildering in elk geval op 24 juli 2021 om 00.11 uur zijn uiteindelijk vorm heeft gekregen, dus met het concentratiekamp-pak, Jodenster en keppeltje.

In oktober 2021 komt ook informatie beschikbaar dat de verdachte en de medeverdachte betrokken zouden zijn bij het maken van de muurschildering. Uiteindelijk heeft het onderzoek geleid tot hun aanhouding in december 2021.

4.2.

Standpunten op de zitting

De verdachte wordt, kortgezegd, vervolgd voor het medeplegen van belediging van Joden wegens hun ras door een muurschildering te maken waarop (een karikatuur van) Steven Berghuis staat, met een grote neus, met een keppel op en concentratiekampkledij aan en een gele ster (met daarin de letter J) en de tekst: “Joden lopen altijd weg”. Belediging van een groep mensen wegens ras is strafbaar op grond van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht (hierna: WvSr).

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring gerequireerd. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat beiden aan de muurschildering hebben gewerkt en de verklaring dat anderen het concentratiekamp-pak, Jodenster en keppeltje hebben gemaakt is niet te verifiëren.

De verdachte heeft verklaard dat hij alleen met de medeverdachte de tekst en het gezicht van Berghuis heeft gezet en dat is niet beledigend bedoeld. Joden is de geuzennaam van de Ajax-supporters. Berghuis was van Feyenoord naar Ajax gegaan en deze muurschildering was een uiting van de teleurstelling die Feyenoordsupporters daarover voelden. Berghuis was een Jood, lees: Ajacied, geworden en hij was weggelopen, lees: van Feyenoord naar Ajax gegaan.

4.3.

Het oordeel van de politierechter

4.3.1.

De reikwijdte van de strafbepaling

De strafbaarstelling van (groeps)belediging als bedoeld in artikel 137c WvSr botst met het recht op vrijheid van meningsuiting. Dat in Grondwet en Verdrag beschermende recht mag alleen worden beperkt op grond van de wet, in deze zaak is dat artikel 137c WvSr, onder andere om de goede zeden en de rechten en vrijheden van anderen te beschermen en als dat noodzakelijk is in een democratische samenleving (artikel 10, tweede lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden; hierna: EVRM). Met name deze laatste maatstaf vergt steeds een afweging van de concrete omstandigheden van het geval.

Gelet op het recht om een mening in vrijheid te uiten dient het uitgangspunt te zijn dat een uiting is toegelaten, ook als die uiting shockeert, verontrust of beledigt (Europees Hof voor de rechten van de Mens – hierna: EHRM – 23 april 1992, NJ 1994, 102, Castells vs Spanje, r.o. 42). Een uiting is het kenbaar maken van gedachten of gevoelens, op welke wijze dan ook. Die gevoelens kunnen dus ook gaan over de overstap van een speler van Feyenoord naar Ajax en die uiting kan zijn een muurschildering.

Het recht om een mening te uiten geeft echter geen onbeperkt recht op beledigen. In een specifieke context als het politieke maatschappelijk of maatschappelijke debat of bij kunstuitingen zal de democratische samenleving weliswaar een zekere mate van belediging moeten accepteren, maar als de belediging verder gaat dan noodzakelijk, is de belediging strafbaar. Ten opzichte van de context van het politieke of publieke debat, zal een artistieke belediging eerder strafbaar zijn, maar weer minder snel als een maatschappelijke context geheel ontbreekt. Beledigingen met verwijzing naar de Holocaust zijn altijd strafbaar in de landen die met de Holocaust te maken hebben gehad (EHRM 15-10-2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1015JUD002751008 (Perinec/Zwitserland). Anders gezegd, ook in het publieke debat of als artistieke uiting, is het strafbaar om te beledigen met verwijzing naar de Holocaust.

Overigens is “ras” in deze bepaling een ouderwetse term. Naar hedendaags inzicht dient dit te worden uitgelegd als “etniciteit” of zelfs “nationaliteit” (HR 06 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1036). Een belediging is een uiting die de strekking heeft een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hem aan te randen in zijn eer en goede naam (HR 29 maart, 2016, ECLI:NL:HR:2016:510).

4.3.2.

Oordeel over de feiten

Bij de aanhouding van de medeverdachte is diens telefoon in beslag genomen. Op de telefoon is een Whatsapp-groep aangetroffen met de naam “ [naam Whatsapp-groep] ”. Uit de gewisselde appjes blijkt dat de verdachte en de medeverdachte meegedaan hebben aan het maken van de in de tenlastelegging bedoelde afbeelding en tekst, tezamen de muurschildering genoemd. Op 23 juli 2021 in de ochtend vraagt namelijk een van de deelnemers aan de whatsappgroep: “ga je naar Schutterveld vanavond”, waarop de verdachte heeft geantwoord: “Ja bergjood maken”.

Op 24 juli 2021 in de ochtend zet de medeverdachte het bericht: “wel gelachen gisteren” in de groep. Waarop iemand antwoordt: “Ja zeker, heel twitter ontploft en spreekt schande”. Waarop de medeverdachte reageert: “Het is maar een spotprentje”. En de verdachte: “ik zei toch gister, die pyama doet het hem”.

Op 24 juli 2021 in de middag hebben de verdachte en de medeverdachte onderling contact op de whatsapp. De verdachte stuurt een web-adres door met nieuws over de muurschildering met als titel "We kunnen niet genoeg benadrukken dat we dit walgelijk vinden". De medeverdachte reageert daarop met: “fuck ze!!!”

Op 26 juli 2021 in de middag hebben de verdachte en de medeverdachte weer onderling contact op de whatsapp. Ze vinden dat de muurschildering uit zijn verband wordt gerukt en dat mensen overdrijven. De medeverdachte bericht: “Berghuis heeft gewoon feyenoordshirt aan uit 1908”.

De verdachte: “Als we ons aangeven krijgen we gratis trippie auswitch las ik van cidi ”.

De medeverdachte: “Lekker de tyfus kunnen ze allemaal krijgen...”.

De verdachte: “Whahahaha”.

Op 30 juli 2021 heeft een deelnemer aan de bovengenoemde whatsappgroep het volgende bericht in de groepsapp geplaatst:

“Mogguh [voornaam verdachte] je krijgt de complimenten voor je bergjood piece gister op me vak vonden ze hem prachtig. Ze dachten dat ik hem had gemaakt. lk zei nee maar weet wel wie, zal het doorgeven. Vooral de pyjama vonden ze mooi”.

[voornaam verdachte] is de voornaam van de verdachte. Er zijn geen andere deelnemers aan de groepsapp met die voornaam.

Dit berichtenverkeer laat maar een conclusie toe, de verdachte en de medeverdachte hebben samen de muurschildering gemaakt. Er is in het dossier bovendien geen bericht waarin de verdachte, de medeverdachte of een andere deelnemer aan de appgroep op welke wijze dan ook er aan refereert dat de verdachte en de medeverdachte niet samen de muurschildering of alleen maar een deel van de muurschildering hebben gemaakt.

Deze conclusie wordt onderbouwd door de verklaring van de verdachte. Tijdens zijn verhoor bij de politie heeft hij aanvankelijk verklaard dat hij de hele muurschildering alleen had gemaakt. Later heeft hij gezegd dat hij de tekst had gemaakt en dat de medeverdachte de afbeelding had gemaakt. De verdachte had een beamer meegenomen en een plaatje van Berghuis op de muur geprojecteerd.

Tijdens zijn politieverhoor heeft de medeverdachte grotendeels gezwegen maar bij zijn inverzekeringstelling heeft hij verklaard dat hij “het gezichtje van de pop” heeft getekend. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat nadat hij de tekst had gezet en de medeverdachte het gezicht van Berghuis had getekend, anderen het concentratiekamp-pak hebben getekend en de Jodenster en het keppeltje hebben gezet. “Hun” Berghuis had een Feyenoordshirt aan. In het proces-verbaal dat de politie heeft opgemaakt over de foto’s die bij de eerstgenoemde verdachte zijn gevonden en die op 23 juli 2021 rond 22.35 uur zijn genomen, staat dat Berghuis op dat moment “nog” een Feyenoordshirt draagt. Zowel de verdachte als de medeverdachte hebben die avond, naar eigen zeggen, verderop in de straat aan andere tekeningen verder gewerkt. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij wel begrijpt dat de muurschildering beledigend is.

Deze verklaringen staat evenwel haaks op de boven weergegeven apps, waaruit helemaal niet blijkt dat anderen aan de muurschildering hebben gewerkt en op zijn minst dedain spreekt over de commotie die over de muurschildering is ontstaan. Als de medeverdachte appt dat Berghuis een Feyenoordshirt uit 1908 aanheeft, refereert hij natuurlijk aan het concentratiekamp-pak. De verdachte krijgt de complimenten voor de pyjama en natuurlijk is ook dat het concentratiekamp-pak. Verder is niet gebleken dat op de muurschildering ook daadwerkelijk een Feyenoordshirt heeft gestaan. Anders dan de politie heeft gerelateerd is dat niet te zien op de foto’s in het dossier. Er is, anders gezegd, geen foto van de muurschildering waarop Berghuis een rood-wit Feyenoordshirt aan heeft. Dit betekent dat de muurschildering ook naar de verdachte en de medeverdachte zelf wisten niet af was toen zij beweerdelijk hun bijdragen hadden voltooid. Er moest duidelijk nog iets bij komen. Als zij dat al niet zelf hebben gedaan, hebben zij dat op zijn minst geweten. Bovendien is op de uiteindelijke muurschildering tegen en deels ook op het concentratiekamp-pak een blauwe omlijsting aangebracht van dezelfde kleur en ontwerp als de achtergrond en omlijsting van de tekst waarvan vast staat dat de verdachte die heeft aangebracht. Nu deze deels op het concentratiekamp-pak is aangebracht staat vast dat in elk geval de verdachte nog aan de muurschildering heeft gewerkt nadat het concentratiekamp-pak was aangebracht. De verdachte heeft op 8 december 2021 bij de politie ook verklaard dat er later dingen zijn bijgekomen waar hij niet veel aan heeft gedaan, maar dat impliceert wel, dat hij er iets aan heeft gedaan. Hij heeft verklaard: het kan zijn dat ik daar iets heb ingekleurd. De politierechter stelt vast dat dat de blauwe omlijsting van het portret moet zijn geweest. Ten slotte heeft de verdachte verklaard: Aan de tekening van Berghuis is niks meer aangepast nadat wij weg waren.

Aldus hebben de verdachte en de medeverdachte tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een of meer anderen de antisemitische muurschildering als beschreven in de tenlastelegging gemaakt. Dat er geen rechtstreeks bewijs is dat de verdachte zelf het concentratiekamp-pak of de Jodenster heeft getekend, doet daar niet aan af, nu hij bewust en nauw heeft samengewerkt met anderen aan het uiteindelijke resultaat.

De uiteindelijke muurschildering met het portret, gekleed in een concentratiekamp-pak met een Jodenster, met de tekst, Joden lopen altijd weg, zet de etnische groep Joden bij het publiek in een ongunstig daglicht, verwijst door het concentratiekamp-pak en de Jodenster naar de Holocaust en is derhalve strafbaar als groepsbelediging als bedoeld in artikel 137c WvSr. Dat de verdachte en de medeverdachte deelnamen aan het publieke debat over de overgang van Berghuis naar Ajax en de muurschildering ook als een kunstuiting moet worden gezien, doet daar niet aan af. Beledigen met verwijzing naar de Holocaust is altijd strafbaar.

4.3.3.

Conclusie

De tenlastelegging is bewezen.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in de periode van 23 juli 2021 tot en met 24 juli 2021 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, zich in het openbaar mondeling, bij geschrift en bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras, door

- op een muur (aan de Schuttersweg ) een muurschildering aan te brengen waarop een man, te weten (een karikatuur van) Steven Berghuis, staat afgebeeld, waarbij die geschilderde/getekende man is afgebeeld met een grote neus en een keppel op en concentratiekamp kledij aan en een gele ster (met daarin de letter J) en

- de tekst: "Joden lopen altijd weg",

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Medeplegen van het in het openbaar, zich opzettelijke beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun ras.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft meegewerkt aan een buitengewoon schokkende, antisemitische muurschildering. Hij heeft, ook nadat daarover in de media commotie was ontstaan op geen enkele wijze ervan blijk gegeven, dat hij het beledigende karakter ervan heeft ingezien. In het bijzonder slaat de politierechter acht op de apps die de verdachte en de medeverdachte op 26 juli 2021 hebben gewisseld en die hierboven al zijn aangehaald.

De verdachte: “Als we ons aangeven krijgen we gratis trippie auswitch las ik van cidi ”.

De medeverdachte: “Lekker de tyfus kunnen ze allemaal krijgen...”.

De verdachte: “Whahahaha”.

Auschwitz en typhus, hahaha.

Naast de schokkende muurschildering getuigt dit gesprek van een volslagen gebrek aan enig vermogen tot verplaatsing in wat de Holocaust heeft gedaan en nog steeds doet met de Joodse gemeenschap in het algemeen en overlevenden en hun nabestaanden in het bijzonder. En zou moeten doen met de mensen in Europa in een nog ruimer verband. De straf die de politierechter oplegt, drukt enerzijds de maatschappelijke verontwaardiging over deze inbreuk op de rechtsorde uit. De straf is daarnaast geboden om de verdachte in figuurlijke zin de door hem begane inbreuk op de rechtsorde te laten herstellen en om hem, na het ondergaan van de straf, weer als een volwaardig lid deel te laten nemen aan de samenleving.

De politierechter zal de verdachte veroordelen tot een taakstraf van 60 uren, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met de volgende bijzondere voorwaarde.

De verdachte zal binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis een bezoek brengen aan het Nationaal Holocaust Namenmonument aan de Weesperstraat in Amsterdam. Hij zal in elk geval een vertegenwoordiger van het CIDI of van de Liberaal Joodse gemeente Rotterdam (de aangevers) uitnodigen mee te gaan. Hij zal van dit bezoek een verslag maken, met foto’s waarop hij herkenbaar in beeld is bij het Nationaal Holocaust Namenmonument en met in elk geval een afschrift van het verzoek aan aangevers om hem bij dat bezoek te vergezellen. Als iemand hem vergezelt zal in het verslag staan wie dat is geweest. Bij de betekening van de voorwaardelijke veroordeling zal worden aangegeven waar hij het verslag dient in te leveren, tenzij de officier van justitie op een eerder moment bekend maakt waar het verslag moet worden ingeleverd.

8. Vordering benadeelde partij

8.1.

De vordering

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, een op het desbetreffende formulier niet nader genoemde organisatie die wordt vertegenwoordigd door [naam persoon 1] , waarbij een machtiging ontbreekt en onbekend is wat de relatie is van [naam persoon 1] tot de niet nader aangeduide organisatie. Overigens is het de politierechter ambtshalve bekend dat [naam persoon 1] in dienst is van de gemeente Rotterdam. Bij de elektronische processtukken is in de map “slachtoffer gemeente Rotterdam” behalve de vordering benadeelde partij een e-mail gevoegd met de titel “onderbouwing vordering”. Deze e-mail is ondertekend met [naam persoon 2] , [functie] Gemeente Rotterdam.

8.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de gemeente Rotterdam is en gerequireerd tot toewijzing van de vordering.

8.3.

Standpunt verdediging

De verdachte heeft verklaard dat de muur waarop de muurschildering was gezet, een muur was die was bestemd voor muurschilderingen en na verloop van tijd door de gemeente hoe dan ook zou worden overgeverfd zodat een nieuwe muurschildering kan worden gezet. Dat betekent dat de gemeente geen extra kosten heeft gemaakt.

8.4.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Het formulier vertoont gebreken, de bijlage maakt onvoldoende duidelijk dat de schade daadwerkelijk is geleden, de vordering wordt betwist en de benadeelde partij is niet ter zitting verschenen om desgewenst een toelichting op de vordering te geven.

8.5.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen. De benadeelde partij wordt veroordeeld in de kosten, tot op heden begroot op nihil.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47 en 137c Sr.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt en begroot deze kosten op nihil;

legt aan de veroordeelde een taakstraf op voor de duur van zestig (60) uren, met aftrek van twee dagen inverzekeringstelling waardoor zesenenvijftig (56) uren resteren, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 28 dagen;

bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarde:

- De verdachte zal binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis een bezoek brengen aan het Nationaal Holocaust Namenmonument aan de Weesperstraat in Amsterdam. Hij zal in elk geval een vertegenwoordiger van het CIDI of van de Liberaal Joods gemeente Rotterdam (de aangevers) uitnodigen mee te gaan. Hij zal van dit bezoek een verslag maken, met foto’s waarop hij herkenbaar in beeld is bij het Nationaal Holocaust Namenmonument en met in elk geval een afschrift van het verzoek aan aangevers om hem bij dat bezoek te vergezellen. Als hij wordt vergezeld van een vertegenwoordiger van een van de aangevers, dan zal hij ook vermelden wie dat is geweest. Hij zal dit verslag binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis doen toekomen aan een bij de bekendmaking van dit vonnis aan te wijzen instantie, tenzij de officier van justitie op eerder moment bekend maakt, aan welke instantie het verslag dient te worden toegestuurd;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Dit vonnis is gewezen door mr. dr. J.L.M. Boek, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.C.A. Speelman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij in of omstreeks de periode van 23 juli 2021 tot en met 24 juli 2021 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, zich in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras, godsdienst en/of levensovertuiging, door

- op een muur (aan de Schuttersweg ) een muurschildering aan te brengen waarop een man, te weten (een karikatuur van) Steven Berghuis, staat afgebeeld, waarbij die geschilderde/getekende man is afgebeeld met een grote neus en/of een keppel op en/of concentratiekamp kledij aan en/of een gele ster (met daarin de letter J) en/of

- naast die muurschildering en/of op een muur de tekst: "Joden lopen altijd weg", althans woorden van gelijke discriminerende en/of beledigende aard en/of strekking, aan te brengen;

( art 137c lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 137c lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )